Beste, ik zou graag willen weten met welke leesmethode de kinderen in vlaanderen leerden schrijven/lezen in de jaren 40-50. In NL was dit met het leesplankje 'aap-noot-mies', mr in België? Dank

Saskia, 34 jaar
25 maart 2009

Leesplank?

Antwoord

Er is nooit één standaardmethode gebruikt om het lezen aan te leren in Vlaanderen, en vaak werd er geïmporteerd uit Nederland. Pas sinds de jaren 1930 ontstonden er Vlaamse leesmethoden (o.a. Mielants), maar die riepen geenszins de Nederlandse invoer een halt toe. Echte tellingen zijn er niet geweest, maar aan de hand van archiefmateriaal (bewaarde leesboekjes, artikels over leesonderwijs in Vlaamse tijdschriften voor leraren) kan dat wel achterhaald worden. Mag ik even uitweiden?

De methode Hoogeveen, bekend van de leesplank 'aap, noot, mies', was eigenlijk een oudere Nederlandse leesmethode (uit 1890, vernieuwd in 1910) en was in Vlaanderen nog erg populair in de jaren 1950. Mijn vader, geboren in 1946, heeft daar nog mee leren lezen. Een andere populaire methode, die de fakkel van Hoogeveen overnam, was Zo Leren Lezen uit 1958, in 1963 veranderd in Veilig Leren Lezen, dat gekend is van de startwoorden Maan-Roos-Vis (aanvankelijk Boom-Roos-Vis). De methode werd ontwikkeld in Tilburg, door frater Caesarius (Martinus Mommers). Het is momenteel de meest verspreide leesmethode in Vlaanderen en Nederland. Beide bijzonder populaire methoden prentten eerst een heel woordbeeld in, waarin vervolgens 'gehakt en geplakt' kon worden. Globaalmethoden (Hoogeveen) deden dat ook desnoods met zinloze woorden, structuurmethoden (Veilig Leren Lezen) vermeden zinloze woordconstructies.

Die beide globaal- of structuurmethoden (Aap-Noot-Mies en Maan-Roos-Vis) hadden nooit een monopolie. Colenbrander, een oud-collega van Hoogeveen, had een methode 'geit, zeep, does' en was met Hoogeveen verwikkeld in een patentdiscussie. Zijn normaalwoord 'gat' was overigens gewoon een ronde uitsparing in de leesplank - erg origineel. Reynders en Douman gaven rond 1900 de methode Aap-Roos-Zeef uit. Coenen en Van Gestel brachten in 1951 een katholieke 'Nieuwe Wereld'-methode uit: Maan-Zaag-Fien. In diezelfde periode ontstond ook het Vlaamse Jan-Pet-Pop-Vis.

Dergelijke leesmethoden, die uitgaan van een twee dozijn 'normaalwoorden' of startwoorden, kregen ook kritiek, zeker vanaf de jaren 1960. Er was zelden een terugkeer naar de oeroude spelmethoden (eerst het alfabet leren, dan pas woorden samenstellen), maar meestal wilde men af van het werken met woordbeelden, omdat die 'lui lezen' in de hand werken: leerlingen denken te snel dat ze het woordbeeld herkennen, en maken leesfouten. Te grote fixatie op woordbeelden zou analyse en technisch lezen tegenwerken, zeker bij zwakkere lezers - 'Leessprong' bijvoorbeeld gaat veel sneller aparte letters 'losmaken'. 'Letterstad' van Koreman gaat zelfs de eerste maanden heel veel aandacht bieden aan technisch lezen, zonder woordgehelen.

Waar die kritiek vooral kwam uit de hoek van zwakkere lezers, kwam er in de jaren 1980 ook kritiek uit de kant van sterkere lezers, die liever geen kunstmatige, ouderwetse of vergezochte normaalwoorden (does, mies, zeef) gebruikten. Die FAL-methoden (Functioneel Aanvankelijk Lezen) werkten met woorden die leerlingen zelf aanbrachten, en worden vooral nog in methodenschool gebruikt. Ze zijn erg motiverend, maar kunnen echter behoorlijk ingewikkeld zijn en leesproblemen worden er moeilijk mee verholpen.

Naast de leestechnische discussies over leesmethodes, speelden ook andere factoren een rol in de productie van tientallen Nederlandstalige leesmethoden; er waren ideologische kwesties (congregaties brachten graag hun alternatieven uit, en sommige methoden waren uitgesproken Vlaams) en vooral commerciële motieven (elke schooluitgeverij heeft minstens één eigen leesmethode in aanbieding, liefst met veel bijhorend materiaal zoals oefenboekjes, letterdoosjes, cd-roms en letterdoosjes). Echte standaardisering is er nooit geweest.

Een mooi historisch overzicht vindt u in levende lijve in het mooie Onderwijsmuseum in Ieper, en virtueel op de website van de vakgroep Pedagogiek van de U.Gent: http://www.onderwijskunde.ugent.be/vv09/wiki08/ALHistorischoverzichtvanhetaanvankelijkleesonderwijs.html

Ooit heb ik hierover een lessenreeks gekregen van prof. Tistaert, die boutadisch stelde dat een derde van de leerlingen ook zonder methode leert lezen, een derde met methode, en het laatste derde ook met methode problemen ondervond; die laatste twee derden varieerden naargelang de gebruikte methode, maar de verhouding bleef. Zijn conclusie: beter een methode dan geen methode, en pas de methode aan aan het type lezer.

Om terug te keren naar uw vraag: in Vlaanderen werden in die periode vooral globaal- en soms al structuurmethoden gebruikt, met een grote variatie; maar de kans om op aap-noot-mies te stoten, was nog behoorlijk groot.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2018
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen