Waarom over God spreken zonder bewijsmogelijkheid?

Dominiek, 48 jaar
1 januari 2009

Er zijn al een aantal vragen van dit genre op dit forum gesteld. Mede op basis van de antwoorden die daarop gegeven zijn en mijn eigen visie kom ik tot volgende redenering (m.b.t. het christelijke geloof, maar toepasbaar op alle vormen van geloof):

Zelfs al is Jezus mogelijk een historische figuur en zelfs al heeft hij gedurende zijn hele leven het goede gepredikt, toch is er geen enkel bewijs voor zijn goddelijkheid.

1. Zijn Onbevlekte Ontvangenis kan een literaire techniek geweest zijn om het uitzonderlijke karakter van deze figuur te beklemtonen, om hem als modelfiguur op te voeren.
2. De evangelisten kunnen Jezus wonderen toegedicht hebben (over water lopen, enz.) zonder dat die ooit echt gebeurd zijn. De wonderen waren de literaire oppervlakte, de echte boodschap erachter was wat telde: het bovennatuurlijke bestaat, God bestaat.
Deze literaire techniek om diepere boodschappen te vertellen aan de hand van fictieve verhalen was zelfs in de Middeleeuwen nog erg courant (zoektocht naar de Graal bv.). De wonderen van Jezus letterlijk interpreteren lijkt me voorbij te gaan aan de culturele (meer bepaald literaire) gewoontes van de tijd waarin de evangelies geschreven zijn.

Ook de beschrijving van God in het huidige christendom vertelt ons meer over menselijke technieken om over het goddelijke te spreken dan over God zelf. God wordt nl. gedefinieerd als het tegengestelde van alle fundamentele beperkingen waar we als mens tegenaan lopen. Wij zijn beperkt in de ruimte, in de tijd en in ons moreel gedrag. God daarentegen is overal en nergens (ongebonden in de ruimte), eeuwig (ongebonden in de tijd) en is het absolute goede (ongebonden in moraliteit). Die God heeft ook het goede voor met de mens en zal ons laten voortbestaan in een hiernamaals (althans volgens het Nieuwe Testament). Opnieuw hetzelfde: God heft alle menselijke beperkingen op, niet enkel voor Zichzelf maar ook voor de mens.

Kortom: alles wijst erop dat de goddelijkheid van Jezus en de manier waarop we God beschrijven een menselijke creatie is. We hebben een negatieteken geplaatst voor alle fundamentele beperkingen van het menselijke leven. Ook de evangelisten hebben in de Jezusfiguur alle aardse beperkingen weggenomen: hij verrichtte wonderen (stond dus boven de natuurwetten waaraan normale mensen wel gebonden zijn), was bereid voor ons te sterven (absolute goedheid) en verrees uit de dood (niet gebonden aan tijd). God en Jezus zijn in die zin 'literaire' figuren waarin menselijke beperkingen zijn opgeheven.

Maar als Jezus/God een uitvinding van de menselijke geest is (wat op zich nog steeds een goed doel gediend kan hebben, bv. verdraagzaamheid prediken), waarom is het geloof dan zo persistent? Mijn eigen antwoord: het Godsbeeld ontstaat uit angst om een houvast te hebben in dit leven. Ik ben ervan overtuigd dat dit bij echte gelovigen overigens ook echt helpt, zoals een pseudopil kan helpen als de patiënt denkt dat het een echte pil is, het zgn. placebo-effect. In die zin is het geloof louter een van onze psychologische functies en niet iets wat (buiten die psychologische context) voor wetenschappelijke studie vatbaar is, behalve dan als interessant verschijnsel van het mens-zijn. De transcendentale realiteit waarnaar het verwijst is niet bestudeerbaar. Het transcendente kan per definitie niet bestudeerd worden ! Dit betekent dus dat geloof voor wetenschappers enkel vanuit cultureel en psychologisch perspectief bestudeerbaar is.

Uiteindelijk kom ik dan uit bij een positie waarin geloof in Jezus/God op zijn best vergeleken kan worden met liefde en vriendschap, die ook bestaan maar die moeilijk (of niet) bewijsbaar zijn. Geloof is dan ook eenvoudigweg wat het woord zelf zegt: geloven, zonder bewijzen nodig te hebben, vertrouwen. Mogelijk zullen veel gelovigen het hier met mij eens zijn: waarom willen bewijzen, het gaat erom dat je gelooft ! Daarom kan je een ongelovige niet gelovig doen worden en kan een ongelovige een gelovige niet doen twijfelen. Beiden spreken verschillende talen: die van het bewijs vs. die van het vertrouwen.

Het probleem voor mij is dat ik die positie wel kan accepteren voor liefde en vriendschap maar niet voor het geloof in een per definitie onzichtbare God. Kan enige wetenschapper (theologen inbegrepen) ooit een zinnig woord over God zeggen (volgens mij niet) en als dit zo is, kunnen we er dan niet beter met zijn allen over zwijgen? Wie gelooft, gelooft en wie dat niet doet, doet dat niet - en geen van beiden heeft ook maar een enkele reden om gelijk te claimen.

Antwoord

Misschien heb je wel gelijk.

Maar oei, kan je wel gelijk hebben of krijgen of claimen?  Wat bedoel je met 'gelijk'?

Je huldigt bijna de stelling van L. Wittgenstein: waarover je niet kan spreken, daarover moet je zwijgen. Hij had er wel een gans boek over geschreven vooraleer hij besloot het te beëindigen met deze zin.

Het is nu eenmaal een menselijke (on-)hebbelijkheid om toch te willen spreken over zaken die moeilijk tot onbespreekbaar zijn... en daarvoor zijn verschillende soorten literaire genres: van gedichten tot theologische traktaten. De bedoeling is dan (hopelijk) misschien niet om te bewijzen, maar te overtuigen...en dat is dan nog iets anders dan 'gelijk' halen of claimen.

Mochten vele mensen gezwegen hebben over het onuitsprekelijke, dan zouden we toch heelwat poëzie en literatuur, maar ook kunst en muziek missen. Want het onuitsprekelijke kan je ook uitdrukken in allerlei kunst vormen.

De christelijke kerken hebben in het verleden (en nu?) soms te uitbundig gesproken, maar terzelfdertijd is er altijd een tendens tot schroom geweest: reeds in het O.T. is er oproep om geen beelden van God te maken. Dat zijn niet alleen beeldhouwwerken, maar ook beelden in woorden. En naast de barokke kerken, zijn er ook altijd de sobere gebouwen van monniken (vooral trappisten) geweest om terug naar de essentie te gaan.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen