Waar komt de t vandaan vooraan in het woord "tachtig"?

Barthold, 50 jaar
21 september 2008

We zeggen: veertig, vijftig, zestig, zeventig, maar niet achtig, in analogie met het Engelse "eighty" en het Duitse "achtzig", maar tachtig. Waar komt die "t" vandaan?

Dit intrigeert me, vooral omdat in het dialect van mijn geboortestreek (ik ben geboren in Zele, Oost-Vlaanderen), het als volgt gaat: tveertig, tvijftig, tzestig, tzeventig, tachtig, tnegentig. Misschien is het ook ttwintig, tdertig, maar dan niet te horen.

Antwoord

Beste Barthold,

die t vooraan tachtig is inderdaad wat eigenaardig. De vermoedelijke verklaring is dat de t net als het achtervoegsel tig een restant is van een oude vorm met de betekenis 'tien' of 'tiental'. Dergelijke voor- en achtervoegsels hebben de neiging geleidelijkaan weg te eroderen, en wanneer ze helemaal of bijna helemaal onherkenbaar zijn geworden gaan taalgebruikers op zoek naar een vervanger. In dit geval kunnen we ons het volgende scenario indenken: aanvankelijk had (de voorloper van) het Nederlands voor de betekenis '80' een woord dat bestond uit een element dat 'tiental' betekende gevolgd door een element acht. Het eerste element raakte echter gereduceerd en werd daarom versterkt door een ander element dat eveneens 'tiental' betekende, deze keer achteraan het woord.

De dialectsituatie die je schetst past goed in dit plaatje. In het Standaardnederlands is het t-voorvoegsel helemaal verdwenen behalve in tachtig, maar in je dialect zie je nog restanten in tveertig, tvijftig, tzestig, tzeventig en tnegentig. Dit toont ten eerste aan dat de t inderdaad kenmerkend is voor de tientallen: niemand zegt tvijf, thonderd of tzevenduizend; en ten tweede zien we in de vergelijking tussen het dialect en het Standaardnederlands ook hoe de reductie in zijn werk is gegaan. Een element kan het snelst gereduceerd worden in een context waar het het minst opvalt: voor een klinker valt de t meer op dan voor een consonant - bijgevolg behoudt zelfs het (in dit geval) progressievere Standaardnederlands de t in tachtig; maar voor een aan t gelijksoortige klank als de in dertig is er dan weer zelfs in het (in dit geval) conservatievere dialect geen t te horen. Een gelijkaardige redenering verklaart waarom je in het dialect wel tnegentig zegt maar vermoedelijk niet vier-en-tnegentig: een consonant valt meer op aan het begin van een woord dan halverwege, en wordt dus ook minder snel gereduceerd aan het woordbegin dan in het midden.

Reacties op dit antwoord

  • 19/11/2008 - Barthold (vraagsteller)

    Zeer interessante en acceptabele verklaring. En dat van vier-en-negentig klopt ook. Want in mijn zeggen wel tnegentig, maar niet vier-en-tnegentig. Maar toch wel vijf-en-tzestig. Misschien heeft het ook wel te maken met hoe gemakkelijk het uit te spreken is. Zelf ben ik die tveertig, tvijfig en zo al zo goed als afgeleerd. Ik woon niet meer in Zele. Mijn kinderen vonden dat ook grappig en plaagden me wel eens met die "t".

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

 Hendrik De Smet

Historische taalkunde

Katholieke Universiteit Leuven
Oude Markt 13 3000 Leuven
https://www.kuleuven.be/

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen