Hoelang bestaat het begrip 'Atomisme' al?

Marc, 70 jaar
28 mei 2022

Atomisme zegt dat alle materie bestaat uit heel kleine, ondeelbare deeltjes die rondzwerven in de leegte. Hoe oud is de oudste bron over dit atoommodel? Hoe, door wie en wanneer ontstond deze alternatieve antieke theorie over de materie waarop Aristoteles kritiek had? Zie "Gods Filosofen" van James Hannam o.a pg. 209 ISBN 978 90 468 0791 0

Antwoord

Beste Marc,

In hoofdstuk 2 van mijn boek Wetenschap (2021, LannooCampus) bespreek ik de oorsprong van het atomisme. Het antwoord hieronder bevat fragmenten uit die tekst; meer details over de argumenten staan in het boek.

Het atomisme is voorgesteld door Griekse natuurfilosofen die nadachten over het probleem van de verandering: hoe is het logisch mogelijk dat iets kan veranderen zonder dat het zijn identiteit verliest?

Heraclitus dacht dat alles voortdurend verandert, weliswaar soms te traag voor ons om waar te nemen. Parmenides heeft echter een argument gegeven waaruit zou moeten blijken dat verandering juist onmogelijk is. Hij vertrok van de tautologie "het is of het is niet" en concludeerde daaruit dat het heelal een onveranderlijk blok is zonder holtes. Alle bewegingen die we menen te zien, waren illusies volgens Parmenides. De paradoxen die zijn belangrijkste leerling, Zeno, formuleerde, hadden ook tot doel aan te tonen dat beweging onmogelijk is.

De Griekse atomisten Leucippus (ca. 470-410 v.Chr.) en diens leerling Democritus (ca. 460-375 v.Chr.) dachten (net als Heraclitus) dat verandering wel bestaat en alomtegenwoordig is. Zij ontwikkelden hun atoomtheorie als reactie op Parmenides en Zeno. Ze namen de argumentatiestructuur van Parmenides over, maar ze keerden diens redenering om: ze vertrokken van de waarneming dat er veranderingen en bewegingen zijn en concludeerden daaruit dat het heelal bestaat uit het aanwezige (het harde en volle) en de leegte - uit atomen en leegte.

Atomos betekent onsnijdbaar: atomen waren dus per definitie ondeelbaar. Dit aspect is ook een reactie op Zeno: zijn tweedelingsparadox veronderstelde een oneindige deelbaarheid. De atomisten ontkomen aan zijn conclusie (dat beweging onmogelijk zou zijn) door te stellen dat materie slechts eindig deelbaar is.

Later werd het atomisme verdedigd door Epicurus (341-270 v.Chr.) en nog later schreef Lucretius (ca. 99-55 v.Chr.) er een leerdicht over in het Latijn. De meeste commentatoren, waaronder in het bijzonder inderdaad Aristoteles, vonden de lege ruimte (tussen de atomen) echter problematisch, dus historisch bleef dit een minderheidspositie.

Bij het ontstaan van de moderne wetenschap is de atoom-hypothese wel een centrale rol gaan spelen. We spreken nu nog steeds van atomen, maar we bedoelen er niet meer hetzelfde mee. Van de deeltjes die wij atomen noemen, weten we immers sinds meer dan een eeuw dat ze wel verder gesplitst kunnen worden (in elektronen, protonen en neutronen).

Toch betekent dat niet het einde van de droom van de atomisten. Natuurkundigen zoeken nog altijd naar 'fundamentele deeltjes' in deeltjesversnellers. Elektronen, neutrino's en quarks bijvoorbeeld zijn mogelijk echt ondeelbaar. De zoektocht van de natuurfilosofen naar de ultieme bouwstenen, waaruit alles gemaakt is en die hetzelfde blijven tijdens veranderingen, gaat dus nog steeds verder.

Vriendelijke groeten,
Prof. Sylvia Wenmackers

Reacties op dit antwoord

  • 01/06/2022 - Marc (vraagsteller)

    Het atomisme is oorspronkelijk dus meer het resultaat van 'filosoferen' over hoe materie opgebouwd zou kunnen zijn dan gebaseerd op proefondervindelijk onderzoek. De kwantum-mechanica verlaat nu eigenlijk toch voor een deel de idee van 'atomisme'. Het is een heel interessant antwoord op mijn vraag. waarmee ik eigenlijk ook mee wilde te weten of 'atomisme' ouder is dan de oude Griekse denkers.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoƶrdineerd door EOS vzw