Waaruit bestaat een kogel?

Mirthe, 9 jaar
6 oktober 2021

Antwoord

Een kogel bestaat uit metaal (projectiel) dat met hoge snelheid richting een doel wordt gestuurd. Het stukje metaal krijgt zijn snelheid doordat een brandbare stof in een kleine ruimte heel snel verbrand wordt. Omdat bij die verbranding veel gas vrijkomt en het in een kleine ruimte (de kamer van het wapen) gebeurt, loopt de druk in de kamer heel hoog op en spreekt men van een ontploffing. Terwijl het samengedrukte gas probeert te ontsnappen duwt het de kogel door een lange buis (de loop van een wapen) waardoor de kogel een hoge snelheid krijgt.

Meestal bestaat het projectiel voor het grootste deel uit koper en/of lood, al worden ook andere metalen gebruikt.  De kogel wordt zwaar gemaakt, zodat de energie die de kogel heeft hoog is. Hoe hoger de energie, hoe dieper een kogel kan doordringen in het doelwit. Die energie wordt immers bepaald door zijn snelheid en zijn massa. Zwaardere kogels zijn moeilijker tot hoge snelheid te brengen, dus daar is een grotere 'ontploffing' voor nodig, dus meer buskruit zodat meer gas gemaakt wordt, de druk in de kamer hoger is en zo de kogel harder geduwd wordt door het ontsnappende gas. De kamer van een wapen dat grotere kogels schiet moet dan ook steviger en steviger zijn, zodat de kamer zelf niet openscheurt door de druk van het ontploffende kruit.

De ontploffing wordt veroorzaakt met buskruit. De samenstelling daarvan kan sterk verschillen, maar historisch is het gebaseerd op een mengsel van zwavel, salpeter (kaliumnitraat) en houtskool. Tegenwoordig zijn er veel modernere vormen van buskruit die veel sneller opbranden, waardoor de druk in de kamer hoger kan oplopen vooraleer het projectiel kan beginnen te bewegen in de loop van het wapen.

Het buskruit ontploft niet vanzelf, daarvoor is een ontsteking nodig. Die ontsteking wordt gecreëerd door het slaghoedje. In dat slaghoedje bevindt zich een kleine hoeveelheid van een schokgevoelig explosief, zoals kwikfulminaat of picrinezuur. Als de trekker van een wapen wordt overgehaald, slaat een sterke veer een pin in de achterkant van de kogel. Die pin wordt de slagpin genoemd. Wanneer de slagpin het slaghoedje raakt, creëert die een schok die de schokgevoelige stof tot ontploffing brengt. Die ontploffing ontsteekt vervolgens het kruit van de kogel.

De buitenkant van een kogel, die cylindrisch is, wordt de mantel genoemd. Het slaghoedje zit onderaan de mantel van de kogel. In de mantel bevindt zich dan ook het buskruit. Het projectiel zelf wordt bovenaan in de mantel geperst en er bij de ontploffing opnieuw uit geduwd.

Reacties op dit antwoord

  • 11/10/2021 - Mirthe (vraagsteller)

    Ok bedankt

  • 11/10/2021 - Mirthe (vraagsteller)

    Ok bedankt

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen