Als druïden geen toverdranken bereidden, wat maakten ze dan wel? En wat deden de priesters dan?

Otto, 13 jaar
13 juni 2021

We leerden bij geschiedenis dat er druïden en priesters waren, maar ik weet niet goed wat het verschil was...

Antwoord

Dag Otto,

Onze bronnen over druïden zijn vooral Romeins, en een heel klein beetje Grieks. En ze spreken elkaar soms tegen...

Volgens Julius Caesar (in Commentarii de Bello Gallico, boek VI) waren druïden wel degelijk de priesterklasse bij Keltische stammen, die naast de equites (de adel, letterlijk 'ruiters') de top van de samenleving vormde. Ze gingen voor in erediensten en waren rechters, en vaak ook genezers en beleidsadviseurs. De functie was niet erfelijk, en er was een zeer lange opleidingstijd, tot twintig jaar lang. Ze hielden ook hun kennis geheim, door te verbieden dat ze op schrift werd gesteld. Er is wat onduidelijkheid bij Caesar over het mogelijk geloof van druïden in reïncarnatie, en dat er eern jaarlijkse bijeenkomst was om een hoofddruïde te verkiezen. Tegelijk gaf Caesar aan dat druïden mensenoffers brachten. Caesars commentaren over druïden zijn wel verdacht: hoewel ze volgens hem de top van de Keltische samenleving uitmaakten, vermeldt hij in de rest van zijn boeken hun rol niet meer, en vernoemt hij er geen enkele bij naam. De passage over mensenoffers zou wel eens een typisch argument zijn om Caesars inval in Gallië te rechtvaardigen. De aardrijkskundige Pomponius Mella echode later een aantal van Caesars beweringen over druïden: de geheime opleiding, de mensenoffers.  

Cicero had wel een echte druïde ontmoet, een zekere Diviciacus, van de Aedui-stam. De man was als diplomaat naar Rome gereisd om voor de Senaat militaire steun te vragen, en verbleef in Cicero's woning. Ook Caesar kende Diviciacus, maar benoemde hem niet als druïde, eerder als een verkozen stamleider - enkel Cicero vertelde over de waarzeggerskwaliteiten en astronomische kennis van zijn vriend.

De Grieks-Siciliaanse historicus Diodorus Siculus beschreef in zijn Bibliotheca historicae (boek V) ook de Keltische druïden, maar onderscheidde ook een verwante maar aparte groep barden, die de rol van dichters, zangers en geschiedkundigen vervulden in Gallische samenlevingen. Strabo ging in zijn Geographica (boek IV) verder in nog meer onderverdelingen: er was een Keltische priesterklasse, die onderverdeeld werd in druïdai (morele raadsmannen), bardoi (dichters/zangers) en ovateis (waarzeggers). Tacitus tenslotte beschreef hoe bij een Romeinse aanval op het eiland Angelsey de verdedigers een groep druïden vervloekingen liet uitspreken over de Romeinse legionairs, maar uiteindelijk toch het onderspit delfden. Alexander Polyhistor zag dan weer een sterke oud-Griekse invloed achter het reïncarnatiegeloof van druïden. Geen van deze drie auteurs was vermoedelijk ooit met echte druïden in contact gekomen. 

In de anonieme Historia Augustae is er sprake van een vrouwelijke druïde die de dood van keizer Alexander Severus voorspelde, en een andere vrouwelijke druïde (van de Tungri!) die een voorspelling deed op vraag van keizer Diocletianus. 

En dan is er nog Plinius de Oudere (Naturalis Historia XVI), die met één paragraaf heel ons beeld van druïdes bepaalde, hoewel hij nergens aangaf op welke bron hij zich daarvoor baseerde:

"Voor druïden, want zo noemen de Galliërs hun tovenaars, is er niets heiliger dan de maretak en de boom waarop die groeit, op voorwaarde dat het een zomereik is. Maretak is zeldzaam en wordt met veel ceremonie geoogst op de zesde dag van de (volle) maan. Ze bereiden een ritueel offer en een banket voor onder de boom, met twee witte stieren, van wie de horens voor de eerste keer zijn gevonden. Een priester in witte gewaden beklimt de boom en snijdt de maretak met een gouden sikkel, en laat die vallen in een witte mantel. Tenslotte slachten ze de stieren, biddend tot een god om bescherming en voorspoed. Ze geloven dat de maretak elke drank omtovert tot een vruchtbaarheidsmiddel voor elk onvruchtbaar wezen en dat het een antistof is tegen alle gif."

 

Maakten ze echt toverdranken? Waren ze echt in witte gewaden gekleed? Slachtten ze offerdieren? Heel veel weten we dus niet, wel dat ze een soort priesters waren en wellicht veel waarzeggerij deden. En we weten vooral van wie we dat allemaal weten.  

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen