Was de aanhechting van Neder-Over-Heembeek en Haren bij Brussel (wet van 30 maart 1921) zonder medeweten en goedkeuring van hun gemeenteraden wettig?

Dirk, 49 jaar
28 maart 2021

Vraag: Was de aanhechting van Neder-Over-Heembeek en Haren bij Brussel (wet van 30 maart 1921) met goedkeuring van hun (pro-Brusselse) burgemeesters Brion en Maes maar zonder medeweten en goedkeuring van hun (Vlaamse) gemeenteraden wettig?

Het is 100 jaar geleden dat de wet van 30 maart 1921 tot aanhechting van Laken, Neder-Over-Heembeek en Haren bij Brussel gestemd werd. Ik vat de achtergrond samen zoals deze vermeld wordt in een artikel uit 2001 dat geschreven werd door Wim Van der Elst, kleinzoon van oudburgemeester Philippe Van der Elst van Neder-Over-Heembeek http://www.heembeek-mutsaard-ingezoomd.be/magazine/201111111003_Scannen0004.pdf

- Taalwet van 1921 als context (p8): De Vlaamse Kamergroep stelde op 7 maart 1921 een ultimatum aan de premier : de taalwet moest zonder substantiële wijzigingen goedgekeurd worden voor de gemeenteraadsverkiezingen van 24/4/1921, zo niet zou Van de Vyvere ontslag nemen.

- Annexatiewet in 21 dagen afgewerkt (p3/4): Op 10 maart 1921 brengt Adolphe Max (burgemeester van Brussel en kamerlid) verslag uit namens de centrale commissie van de Kamer waarin gesteld wordt dat “het het noodzakelijk (is) de langs de vaart gelegen gemeenten zodra mogelijk bij Brussel in te lijven : Laken, Neder-Over-Heembeek, Haren, ...” (p4). De bespreking in de Kamer volgde reeds op 16 maart, en werd voortgezet en besloten met de stemming op 17 maart 1921. Reeds op 22 maart 1921 volgt de bespreking in de Senaat, en daar werd de klus de dag zelf nog geklaard. (p6) De wet van 30 maart 1921 verscheen in het Staatsblad van 2 april 1921. Op 1 juni 1921 liet burgemeester Max in de twee talen een 'Bericht aan de bevolking' aanplakken, dat de wet van 30 maart 1921 in voege was getreden op 30 mei 1921 .

- Akkoord van de burgemeesters (p4): Daarop repliceerde De Bue dat het voorstel door de belanghebbenden aanvaard was, dat hij in zijn kabinet van quaestor de burgemeesters van Molenbeek, Haren en Neder-Over-Heembeek en schepenen van Schaarbeek en Laken ("des échevins", niet "les échevins") bijeengebracht had, en dat het hun instemming was die hij aan de commissie had overgebracht.

- De gemeenteraad en gemeentesecretaris van Neder-Over-Heembeek waren niet op de hoogte van het annexatieplan (p2): Zijn vader, Willem Peeters, was jarenlang gemeentesecretaris van Heembeek geweest, en was opgevolgd door zijn zoon Christian Peeters, een broer van Edmond. Hij was voor de gemeentepolitiek van Heembeek in die dagen dus wel een bevoorrecht getuige. Welnu, hij was formeel dat de gemeenteraad van niets wist.

- Schepen Davidt en aldus ook de gemeenteraad van Haren waren niet op de hoogte van het annexatieplan (p2): 'Haren bij Brussel ... gelapt". Ook hij getuigt dat zijn vader, toen schepen van Haren, onwetend van het gebeuren was.

- Besluit Wim Van der Elst (p8): Het is duidelijk dat wanneer de taalwet ervoor zou gestemd zijn, het voor tientallen jaren onmogelijk zou geweest zijn althans Heembeek en Haren bij Brussel te voegen. Vermoedelijk hebben de Franstaligen - en vooral de Brusselse liberalen- eieren voor hun geld gekozen en nog gauw de aanhechting erdoor gejaagd, waar de Vlaamse Kamergroep wel tegen stemde maar zonder de regering te doen vallen, terwijl de liberalen dan weer de verminkte taalwet lieten doorgaan zonder een regeringscrisis uit te lokken.

Antwoord

Het was wettelijk, maar lag - zoals u terecht aanhaalt - politiek gevoelig.

Het federale parlement had volgens de grondwet (art. 7) het recht om gemeentegrenzen te hertekenen, met advies van de betrokken provincieraad (art 84 van de provinciewet). Tot 1924 gebeurde het ook regelmatig dat gemeenten werden samengevoegd, delen van het grondgebied werden overgeheveld, soms nieuwe gemeenten werden gecreëerd, maar daarna viel dat grotendeels stil, omdat het ook politiek gevoeliger werd. Het was géén wettelijke verplichting om de bestaande gemeentelijke besturen te horen over die grenswijzigingen, of om de bevolking daarover te raadplegen. Aanhechting gebeurde trouwens meestal in het kader van stadsuitbreiding: in 1877 werden delen van Mariakerke bij Oostende gevoegd, en in 1899 werd die gemeente zelfs opgeheven en grotendeels bij Oostende (en voor een klein deel bij Stene) gevoegd; in 1958 werden bij de havenuitbreiding ook de gemeenten Lillo, Berendrecht en Zandvliet bij de stad Antwerpen gevoegd.

In 1961 werd met de eenheidswet een grootscheepse rationalisatie geregeld van de gemeentebesturen op taalkundige, geografische, economische en andere gronden; voor een periode van 10 jaar werd het initiatief daarvoor overheveld naar de uitvoerende macht (federale regering) hoewel de wetgevende macht de wetsvoorstellen wel nog moest goedkeuren. Die fameuze fusiegolf (eigenlijk meerdere golven, in 1964, 1961-66, 1965, 1971 en zelfs 1983) waarbij veel gemeentebesturen niet gehoord werden en er uiteindelijk tussen 1971 en 1977 74% van de gemeenten verdwenen, werd politiek zeer moeizaam verteerd. Na de overheveling van de bevoegdheid naar de regionale parlementen in 2001 werden daarom alleen nog vrijwillige gemeentefusies uitgevoerd.

Terug naar Haren en Neder-Over-Heembeek (en trouwens ook Laken). Het lijkt vreemd dat die enorme gebiedsuitbreiding (een verdrievoudiging van het grondgebied) vooral naar het Noorden gebeurde, en dat voorsteden als Schaarbeek, Molenbeek, Evere of Sint-Gillis niet betrokken werden. Nochtans waren er ook pogingen in die richting, maar die liepen op weinig uit (kleine stukjes Schaarbeek en Molenbeek werden aan Brussel toegevoegd, maar niets substantieels). Een paar mogelijke verklaringen:

  • De noodzaak om het bestuur van de groeiende metropool ook bestuurlijk uit te breiden was groot, en zeker naar het Noorden waar dringend een haveninstallatie op het kanaal naar Willebroek wilde bouwen, Brussel-Zeehaven. Er was dus een hele nuchtere reden om de stadsgrenzen te verleggen.
  • Het was makkelijker armworstelen met de kleine besturen van dunbevolkte gemeenten, dan met de grotere, meer ervaren gemeentebesturen van de dichtbevolkte voorsteden. Dat verklaart waarom de uitbreiding nogal eenzijdig naar één windrichting gebeurde, en de al verstedelijkte rand rond de vijfhoek ongemoeid werd gelaten.
  • In 1921 was men in Brussel beducht voor het rode gevaar van socialistische bewegingen, zeker met het algemeen enkelvoudig stemrecht dat net was afgedwongen, en zag men ook meer heil in het gerrymanderingsgewijs aanhechten van katholiek stemmende Harenaars en Heembekenaars. Ook katholieken en Vlaamsgezinden stemden daarom vóór de wet Max. Er was dus een coalitie van verschillende politieke kleuren te vinden voor het aanhechten van het kiezerspubliek uit Neder-Over-Heembeek en Haren. Het was geen toeval dat deaanhechting zo snel gebeurde, drie weken vóór de gemeenteraadsverkiezingen... maar er speelde dus méér dan enkel taalpolitiek.

Jacobs, Roel, Een geschiedenis van Brussel (Tielt: Lannoo, 2004)

Vrielinck, S., De territoriale indeling van België 1795-1963 (Leuven: Universitaire Pers, 2000)

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen