Hoe bepaal je de vergelijking van de rechte die door het punt (-2,4) gaat en waarvan de algebraïsche som v.d. stukken afgesneden op de coördinaatassen 3 is?

R., 18 jaar
13 november 2020

Antwoord

Die oefening komt me heel bekend voor van toen ik nog hoogleraar was aan de Groep T campus van de faculteit IIW van de KU Leuven, en de toenmalige cursus Lineaire Algebra / Analytische meetkunde doceerde in het eerste bachelorjaar ...

Ik zet u op weg:

Heel handig is het volgende: als een rechte de x-as snijdt in A, en de y-as in B is haar vergelijking   x/A + y/B = 1  (als A en B niet nul!).

Dat is makkelijk te zien want de niet-samenvallende punten (A,0) en (0,B) voldoen.

Eis dus dat het gegeven punt op een rechte van die vorm ligt, en eis ook dat A + B = 3, en los op naar A en B.  Probeer maar eens.

Overigens, in "mijn" oefeningenbundel moest de rechte niet door (-2,4) gaan maar door (-2,-4). Dan zijn de berekingen 'mooier' qua getallen.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen