Hoeveel stijgt de zeespiegel aan onze kust en wat wordt er tegen gedaan om de appartementen op de dijk te beschermen?

Van Mol, 26 jaar
1 augustus 2008

Geachte, zoals ik al heb gelezen stijgt het zeenivau, ook aan onze Belgische kust. In welke mate is dat, of wanneer moeten eigenaars van appartementen gelegen aan de onze kustlijn zich zorgen beginnen maken? Anders gezegd, indien deze stijging grote proporties gaat aannemen dan kan het zijn dat die appartementen binnen een bepaalde tijd hun waarde voor verkoop verliezen. Of zie ik dat allemaal wat te pessimistisch? Alvast bedankt, vriendelijke groeten, Gilles

Antwoord

De zeespiegel is aan onze Belgische kust in de afgelopen 85 jaar met ca. 15 cm gestegen (gegevens afdeling Kust - agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust). Momenteel is er - ook in onze buurlanden - een gemiddelde stijging van 3 mm per jaar. En volgens de huidige scenario's van het Intergovernmental Panel on Climate Change zal de zeespiegelstijging tegen 2100 globaal maximum 80 cm stijgen. Met andere woorden: momenteel, met de  huidiige kennis en modellen, is er niet de minste reden voor paniek of onheilstijgingen voor onze kustzone. Bovendien werken de autoriteiten hard aan een veilige kustverdediging, die gemakkelijk een zeespiegelstijging tot één meter moet aankunnen. Pas als ooit zou blijken dat ook het landijs op Groenland en/of Antartica massaal gaat afsmelten, moet dit antwoord volledig worden herschreven...

Reacties op dit antwoord

  • 13/08/2008 -  (wetenschapper)

    Het zeeniveau wordt gemeten door de Afdeling Kust. Voor België zijn pas sinds 1920 continue en betrouwbare gegevens beschikbaar, opgemeten te Oostende. Deze gegevens tonen (na statistische verwerking) de volgende gemiddelde stijging: 2 mm/jaar voor het hoog water; 1.5 mm/jaar voor het gemiddeld zeeniveau en 1 mm/jaar voor het laagwater niveau. De stijging van het zeeniveau kan pas aangetoond worden via gemiddelden over een bepaalde periode (meestal neemt men 10 jaar) omdat het niveau door verschillende parameters bepaald wordt die van periode tot periode kunnen veranderen; o.a. meteorologische factoren en wisselende weerpatronen (effect wind en atmosfeerdruk), hoek van de zon ten opzichte van de evenaar; hoek tussen aarde, zon en maan; dichtheid van het zeewater (als het zoutgehalte stijgt –lange hete perioden met veel verdamping-, vermindert het volume en daalt het zeeniveau; en omgekeerd –lange periode van hevige neerslag-. Eigenlijk is er niets moeilijker dan het meten van het zeeniveau. Met moet trouwens ook altijd over het relatieve zeeniveau spreken: ten opzichte van wat wordt het gemeten; het land waar de meettoestellen staan, blijft niet noodzakelijk stabiel. De stijging van het zeeniveau is niets nieuws. Het begon ongeveer 12.000 à 10.000 jaar geleden door het afsmelten van de ijskappen en gletchers van de laatste ijstijd. In de periode tussen 10.000 en 7500 jaar geleden steeg het niveau met 7m per 1000 jaar. In de periode tussen 7500 en 5500 jaar geleden is de stijging afgezwakt tot 4 à 2.5 m per 1000 jaar en sinds 5500 geleden stijgt het zeeniveau met 1m per 1000 jaar (1mm/jaar). Dezelfde trend als wat thans opgemeten wordt. Er kan dus nog altijd niet van een versnelling van de stijging gesproken worden. De bijdrage van het broeikaseffect aan een stijging is trouwens nog niet goed gekend. Het is niet zo simpel dat als er meer water in de oceanen komt, dat daardoor het zeeniveau zal stijgen. De bodem van de oceanen is ook niet stabiel. Of men zich zorgen moet maken ivm de waarde van een appartement met zicht op zee met betrekking tot een stijging van het zeeniveau, is moeilijk te stellen. Een verhoging van zeeniveau leidt weliswaar tot een landwaarste verschuiving van de kustlijn. Op korte termijn is de voorraad aan sediment die vooroever, strand en duinen in stand houden, echter van veel groter belang. Een kustlijn is geen vaste lijn; niet in tijd en niet in ruimte. De grens tussen land en zee is een landschap in beweging. De kust verandert voortdurend omdat ze wordt gesculpeerd door een variëteit van natuurkrachten. Kustlijnen vormen één van de meest fragiele natuurlandschappen op aarde. Het is één van de meest dynamische zones waar sediment voortdurend in beweging is; iedere korrel zand wordt steeds opnieuw en opnieuw verplaatst. Ieder stukje zandstrand is uniek op zichzelf, maar er zijn een aantal regels die het profiel van het strand bepalen. De veranderingen van een strandprofiel worden bepaald door vier factoren: 1. korrelgrootte en hoeveelheid sediment die beschikbaar is; 2. golfklimaat (golftype, -energie, -richting); 3. vorm van het strandprofiel; 4. zeeniveau. Deze vier factoren hebben een nauwe onderlinge relatie. Een zeer typisch voorbeeld daarvan is de relatie korrelgrootte – vorm van het strand. Grint of grofkorrelige stranden vertonen een steil profiel. Fijn-zandige stranden hebben daartegenover een zeer zachte helling. Vanwege de controle van deze vier factoren is het profiel op ieder ogenblik op weg naar een evenwicht. Dit evenwicht wordt nooit bereikt omdat de voorwaarden te vlug veranderen (o.a. golven, het getij). Maar over een lange periode beschouwd, kan men zeggen dat de vorm van het strand stabiel is; daarom spreekt men van een dynamisch evenwicht. De veranderingen vanwege het streven naar een dynamisch evenwicht komen eigenlijk neer op een herverdeling van het volume zand in het strandprofiel. Daarenboven is het strand niet een alleenstaand iets. Het maakt deel uit van de kustbarrière samen met de vooroever, de zeegaten, de getijdendelta’s en de duinen. Ook de kustbarrière kent een dynamisch evenwicht vooral in relatie met het zeeniveau. Wanneer het zeeniveau stijgt, zal de kustbarrière daarop reageren door zand van de vooroever te eroderen en terug af te zetten achter de kustbarrière via golven over de duinen (washover) en via de zeegaten. Op die manier schuift de kustbarrière landwaarts op. Onder normale, kalme weersomstandigheden zal de vorm van het strandprofiel niet veel veranderen. Tijdens stormweer echter zijn de veranderingen meestal plots en soms heel ingrijpend omdat de faktoren van het dynamisch evenwicht aanzienlijk veranderen. Vanwege de storm zal de golfhoogte vergroten en het waterniveau in het algemeen stijgen (lage luchtdruk en een grotere hoeveelheid water die naar de kust toe opgestuwd wordt). Het strandprofiel zal zich aan deze nieuwe condities aanpassen. Het is vooral de vooroever die te steil geworden is ten opzichte van de nieuwe condities (grotere waterkolom). Daarom zal het prè-storm strandprofiel vlakker worden gemaakt door ophoging van de zeebodem van de vooroever. Zo wordt een nieuw strandprofiel gecreëerd dat beter voldoet aan de stormcondiities. Dit mechanisme is een succesvolle methode van de natuur om op die manier de destructieve stormgolven te doen verminderen door progressief de golven te laten breken en ze te hervormen, nog vòòr ze het droge strand bereiken. De onderwater gelegen brandingsbanken van de vooroever worden op die manier stormbanken die de grootste stormgolven al een flink stuk zeewaarts laten breken. Dit mechanisme vereist echter een grote hoeveelheid zand. Daarom komt een aanzienlijk sedimenttransport op gang en de gehele zeebodem is in beweging. De enige plaats vanwaar het zand vandaan kan komen, is het droge strand en de zeereep of voorduin die bijgevolg geërodeerd worden. Tijdens deze erosie wordt een verticale klif gevormd in de voorduin en grijpt een herverdeling van sediment plaats van de duin naar dieper water. Het is duidelijk dat de zeereep zeer functioneel is in dit proces en moet beschouwd worden als een reservoir van zand om het strandprofiel te kunnen in stand houden. Na de storm zal het zand geleidelijk aan terug van de stormbanken naar het droog strand en voorduin gebracht worden door respectievelijk de golven en de wind. De hoeveelheid zand die verplaatst wordt, of de graad van erosie, hangt af van de kracht en duur van de storm, maar wordt vooral gedetermineerd door de toestand van de vooroever. Wanneer de vooroever “in slechte staat” is, dwz onvoldoende zand heeft en dus te diep ligt (niet in dynamisch evenwicht is), zal niet alle geërodeerde zand terug gebracht worden naar het droog strand en voorduin en is het fenomeen van structurele erosie, een niet-omkeerbaar proces, in gang geschoten wat leidt tot blijvende achteruitgang of afslag van de eerste duinenrij. Tenzij de mens ingrijpt en een zeeweringsdijk bouwt. En dit is niet zonder nefaste gevolgen. Door het bouwen van een zeeweringsdijk wordt het zand van de voorduin vastgelegd. Het is dus niet meer beschikbaar om de vooroever op te hogen bij stormcondities. Daardoor zal geleidelijk aan het strandprofiel in het zeewaartse gebied steiler en steiler worden, zodanig dat er meer en meer zand nodig zal zijn om bij de volgende stormen de vooroever op te hogen. Iedere storm zal ook hogere golven veroorzaken omdat de waterdiepte steeds groter wordt. Gezien de voorduin niet meer beschikbaar is, wordt het noodzakelijke zand genomen van het droge strand. Dit verplaatste zand wordt bij normale weersomstandigheden echter niet meer terug gebracht naar het droge strand met als gevolg dat deze steeds smaller wordt en uiteindelijk volledig verdwijnt. Het eindresultaat is dat alle golven, groot en klein, met volle energie tegen de zeedijk gaan beuken. De golfenergie is thans geconcentreerd en wordt niet meer verspreid op het strand, maar wordt teruggekaast, wat de kritische situatie nog eens verergert. Zeeweringsdijken zijn dus paradoxaal. Wat beschouwd wordt als bescherming of als verdediging om erosie te stoppen, leidt op lange termijn tot volledige vernietiging van droog strand en voorduin.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen