Hoe kan men de exacte ouderdom van gesteente juist bepalen met radioactief verval?

Ingrid, 59 jaar
20 september 2019

Is het beginpunt altijd de stolling? Hoe kent men de beginwaardes? Weet men alleen de ouderdom vanaf het stollen? Of ook bij afzetting van materiaal?

Antwoord

Datering met behulp van radioactief isotoop is een methode waarmee men de ouderdom van (doorgaans organisch) materiaal bepaald door te kijken naar de verhouding van stabiele en onstabiele isotopen.

Zo gebruikt men bijvoorbeeld bij koolstofdatering het isotoop koolstof-14 dat een radioactief verval kent met een halfwaardetijd van 5736 jaar. (Elke 5736 jaar blijft er dus maar de helft van de oorspronkelijke activiteit over)
Koolstof-14 (C-14 of 14C) is een isotoop van koolstof die in onze atmosfeer uit stikstofkernen gevormd wordt. Dit gebeurt door kernreacties ten gevolge van de kosmische straling waaraan de aarde voortdurend blootstaat. In ons leefmilieu bevindt er zich dus een zekere vaste concentratie van koolstof 14 dat naast de stabiele isotopen koolstof 12 en koolstof 13 voorkomt. In organisch materiaal wordt deze continu opgenomen en afgegeven (door bvb CO2). Zodra het organisme sterft, is er geen opname meer en rest er enkel radioactief verval. Door de activiteit te meten van 14C kan men achterhalen hoe lang geleden het organisme is gestopt met het uitwisselen van 14C met zijn omgeving.
Nucleaire testen (atoombommen) in de jaren 1955-1980 hebben er voor gezorgd dat de 14C in het milieu (globaal ecosysteem) niet langer een natuurlijke constante is. Bij ouderdomsbepalingen via 14C wordt doorgaans vergeleken met het 14C gehalte van voor 1955.

Voor oudere fossielen kan men andere radioactieve vervalketens gebruiken, bijvoorbeeld deze van uranium naar lood of naar thorium, of van kalium naar argon. 
Hierbij gaat men meestal uit van de stolling van het gesteente en houdt men rekening met de stratigrafie (bijvoorbeeld door de principes van Charles Lyell), maar men bekijkt ook de aanwezigheid van fossielen in deze gesteenten. Verder kan men andere ijkpunten bekijken zoals regionale of mondiale catastrofale gebeurtenissen (grote vulkaanuitbarstingen of meteorietinslagen zoals bijvoorbeeld de meteorietinslag die de grens tussen het Krijt en Paleogeen markeert, en welke mondiaal een dun laagje iridiumrijk materiaal heeft afgezet).

Van sommige radioactieve (onstabiele) isotopen is het bekend in welke hoeveelheden ze voor kwamen in vergelijking met stabiele isotopen toen het gesteente gevormd werd. Door de verhouding van deze twee soorten isotopen in een gesteente te onderzoeken kan vrij nauwkeurig berekend worden wanneer het gesteente ontstaan moet zijn. Lang niet alle gesteenten lenen zich voor radiometrische datering.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen