Waarom investeerde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens de Gouden Eeuw relatief weinig middelen in de landmacht?

Tim, 30 jaar
8 september 2019

Antwoord

De Republiek had wel degelijk een sterk landleger, naast een grote zeemacht. Door economische bloei werden huurlingen min of meer permanent in dienst genomen, werden er eigen milities bij de vleet opgericht, die bovendien tijd kregen om te trainen in voor die tijd nieuwe schijngevechten, werden er vestingsteden en verdedigingslinies gebouwd, ontstond een zeer grote artilleriekorps... in die mate zelfs, dat het Staatse landleger een voorbeeld werd dat militairen uit heel Europa bezochten.

De zogenaamde 'militaire revolutie' startte niet in het Staatse leger van de Nederlanden, maar vond er wel haar beslag, zeker na de legerhervormingen van 1588:

  • van een relatief kleine, ingehuurde infanteriemacht, naar een groot staand leger van beroepssoldaten
  • uit de ervaringen met Zwitserse huurlingen in Franse dienst, Duitse landsknechten in Nederlandse dienst, en Spaanse tercio's, groeide het idee van het belang van sterke discipline en dril. Deels was dat gebaseerd op Romeinse infanterieprincipes (reageren als één man, eerder dan individuele vechtvaardigheid), deels ingegeven door nieuwe wapens (de zogenaamde 'contramars', het roterend afvuren van musketten)
  • de wapenwedloop tussen artillerie en vestingbouw bereikte haar hoogtepunt: aarden vestingen omringden complete steden, en artillerie werd mobiel en dodelijk efficiënt
  • die grote legers vroegen ook om de uitbouw van een militaire logistiek: vechttroepen konden rekenen op een heel efficiënt systeem van ondersteunende troepen

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw