Wanneer ik andere huurders vind die het huurpand meteen overnemen nadat ik het verlaten heb, kan ik dan een document met de betrokken partijen opstellen waardoor mijn opzegvergoeding vervalt?

Sylvia, 25 jaar
30 juli 2008

Ik heb pas de huur van mijn huis opgezegd, ondertussen heb ik ook al andere huurders gevonden die er graag in zouden gaan wanneer ik uit het huis ga. Mijn huurbazin is akkoord gegaan dat zij de woning betrekken zodra ik vertrek. En omdat zij dan geen schade lijden, hoef ik ook geen opzegvergoeding te betalen. Nu ben ik bang dat zij dit enkel zeggen zodat ze zeker zijn dat ze hun huis terug kwijt zijn als ik vertrek. En dat als puntje bij paaltje komt, ik toch al de vergoedingen zal moeten betalen. Zijn er wettelijke bepalingen hieromtrent of kan ik samen met mijn huurbaas en de nieuwe huurders een contract/compromis opstellen over de gemaakte afspraken, dat dan ook rechtsgeldig is?

Alvast bedankt voor de gedane moeite en inlichtingen!

Mvg, Sylvia Schalks

Antwoord

Beste Sylvia,

Uit je vraag vermag ik af te leiden dat het gaat om de huur van je hoofdverblijfplaats die je in de eerste driejarige periode hebt opgezegd (verklaart de opzegvergoeding die je bent verschuldigd cf. art. 3, §5 Woninghuurwet). Aangezien de Woninghuurwet van toepassing is op het contract waarvan sprake, moet je steeds voor ogen houden dat de bepalingen van die wet van dwingend recht zijn, tenzij anders is bepaald (art. 12 Woninghuurwet). Dus enkel waar de Woninghuurwet dit duidelijk bepaalt, kan van de bepalingen van die wet worden afgeweken.

Contractuele afspraken die strijdig zijn met de bepalingen van de Woninghuurwet worden gesanctioneerd met een relatieve nietigheid. Met het begrip 'relatief' wordt aangeduid dat de nietigheid enkel kan worden ingeroepen door de partij wiens belangen de wetgever beoogt te beschermen. Hoewel de Woninghuurwet in de meeste gevallen beoogt de huurder te beschermen (bv. door hem het recht te geven ten allen tijde op te zeggen), worden ook de belangen van de verhuurder niet uit het oog verloren. Eén van die beschermingsmechanismen ten voordele van de verhuurder bestaat er nu juist in om hem een forfaitaire opzeggingsvergoeding toe te kennen wanneer de huurder in de eerste driejarige periode opzegt. Aangezien die bepaling van dwingend recht is en de belangen van de verhuurder beschermt bij vroegtijdige opzegging door de huurder, kan de verhuurder van die bescherming geen afstand doen vooraleer de zaak voor de rechter is gebracht.

Kortom, ook al sluit je een overeenkomst met de verhuurder waarin hij afstand doet van zijn recht om een opzeggingsvergoeding te eisen conform art. 3, §5 Woninghuurwet, toch zal hij zich nog steeds kunnen beroepen op het dwingendrechtelijk karakter van de Woninghuurwet en de nietigheid van elke voorafgaande overeenkomst inroepen waarin hij afstand doet van de bescherming die hem door de Woninghuurwet wordt geboden.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen