Hoe planten solitaire bijen zich voort?

Veerle, 60 jaar
8 maart 2019

Elk voorjaar komen de solitaire bijen naar ons bijenhotel. Hoe planten ze zich voort? Later vind ik er sommige dood op het terras. Zitten ze op elkaar om zich voort te planten? Gaan ze daarna dood? Of is er een andere reden waarom ze op elkaar zitten?

Antwoord

Beste Veerle,

In ons land alleen al komen zeker 300 soorten solitaire bijen of “wilde bijen” voor, allen met hun eigen levenscyclus, die toch heel vaak op elkaar gelijkt. Meestal is er één generatie per jaar, maar er komen ook soorten voor met twee generaties per jaar.

Na de paring is het vrouwtje van de solitaire bij verantwoordelijk voor het aanleggen van het nest, meestal in één of andere gang in de bodem, in een holte van bv. een rietstengel, of in een holte in een boomstam, paal, of muur. Eenmaal de “moederbij” een nestholte heeft gevonden gaat ze op zoek naar stuifmeel. Dit stuifmeel  wordt aan de haren van de achterpoten of de buik meegenomen naar de nestholte. Het stuifmeel wordt met wat nectar vermengd tot een “bijenbroodje”. Hierop wordt in eerste instantie een bevrucht eitje gelegd, vervolgens wordt deze “broedcel” afgesloten met een wand van modder en speeksel. Zo ontstaat een eerste cel. De volledige nestholte wordt op deze manier verder volgebouwd met gelijkaardige cellen (klompje stuifmeel/nectar + eitje). Het aantal broedcellen in een nestholte is doorgaans beperkt tot 10 à 15 cellen.

In de voorste cellen (buitenste cellen) worden onbevruchte eitjes gelegd. Uiteindelijk wordt de buitenkant van de nestholte afgesloten met een wand van modder en speeksel, plantenmateriaal of zand zodat de nestholte goed beschermd is tegen natuurlijke vijanden en weersomstandigheden.

Uit elk eitje komt een larve die zich voedt met het stuifmeel en eenmaal volwassen verandert in een popstadium. Na verloop van tijd ontluikt hieruit de volwassen solitaire bij. Het wijfje dat de eitjes heeft gelegd leeft maar enkele weken; na de eileg sterft ze, haar energie is op en haar vleugels zijn versleten, solitaire bijen zien dus nooit hun nageslacht. De mannetjes leven nog korter dan de vrouwelijke bijen en sterven kort na de paring.

Bij veel soorten solitaire bijen verschijnen de mannetjes enkele dagen tot enkele weken vroeger dan de wijfjes; ze zitten daarom ook vooraan in de nestholtes. Het zijn de mannetjes die dan gaan patrouilleren op plaatsen waar de kans op tegenkomen van wijfjes het grootste is, o.a. in de buurt van nestholtes en bloemen. Zo kunnen soms tientallen paarlustige mannetjes vlak boven het bodemoppervlak rondvliegen in de buurt van nestplaatsen tot de “maagdelijke wijfjes” uit de nestholte te voorschijn komen. Zoals je reeds kon waarnemen zitten de mannetjes tijdens de paring bovenop de wijfjes. 

Vaak spelen bij het vinden van een wijfje ook chemische signalen een belangrijke rol. Pas ontpopte, maagdelijke wijfjes produceren een soort vluchtige stof (seksferomoon) die de mannetjes lokt en de paring stimuleert. De mannetjes van diverse soorten zetten op hun beurt met behulp van hun kaakklieren zogenaamde geurvlaggen uit op planten en andere plekken in het landschap, die vrouwtjes van dezelfde soort aantrekt. Deze “geurvlaggen” zijn een beetje te vergelijken met een hond die plassend tegen bomen zijn territorium afbakent.  

Na de paring herbegint de cyclus opnieuw: het wijfje begint onmiddellijk met de aanleg van een nestholte. Het geïnsemineerde wijfje legt in eerste instantie bevruchte eitjes (geslachtelijke voortplanting) die zich ontwikkelen tot wijfjes; op het einde van de nestholte (buitenzijde) worden ook onbevruchte eitjes gelegd waaruit dan de mannetjes ontwikkelen.

met vriendelijke groeten,

Hans

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

 Hans Casteels

identificatie van plaaginsecten in land- en tuinbouw, voorraadgoederen en woningen

Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek
Burg. van Gansberghelaan 96 bus 1 9820 Merelbeke
http://www.ilvo.vlaanderen.be

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen