Wanneer werden kerk en staat gescheiden in België? Werd dit opgetekend in een verdrag?

Odette, 66 jaar
6 januari 2018

Antwoord

Er is geen grondwetsartikel, verdrag of wet in België die uitdrukkelijk kerk en staat bestuurlijk scheidt.

Wel kan je een relatieve (geen absolute) scheiding afleiden uit een aantal grondwetsartikelen uit 1831, die sterk gebaseerd waren op de Franse revolutionaire Code Civil:

  • art 20: Niemand kan worden gedwongen op enigerlei wijze deel te nemen aan handelingen en aan plechtigheden van een eredienst of de rustdagen ervan te onderhouden.
  • art 21: De Staat heeft niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie der bedienaren van enige eredienst of hun te verbieden briefwisseling te houden met hun overheid en de akten van deze overheid openbaar te maken, onverminderd, in laatstgenoemd geval, de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking. Het burgerlijk huwelijk moet altijd aan de huwelijksinzegening voorafgaan, behoudens de uitzonderingen door de wet te stellen, indien daartoe redenen zijn.
  • art 22: Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de bescherming van dat recht.

Een beetje verderop werden zelfs een band tussen kerk en staat geregeld, met name de staatstoelagen voor onderhoud en oprichting van bidhuizen en staatswedden voor bedienaren van erkende erediensten en sinds 1993 ook voor erkende organisaties die niet-confessionele morele, levensbeschouwelijke dienstverlening doen.

  • art 181:
    • § 1. De wedden en pensioenen van de bedienaren der erediensten komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.
    • § 2. De wedden en pensioenen van de afgevaardigden van de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing, komen ten laste van de Staat; de daartoe vereiste bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken.

Er is dus geen absolute scheiding van kerk en staat in België: priesters en kerkgebouwen worden door de staat gefinancierd, priesters kunnen in bestuursfuncties verkozen worden, katholieke organisaties kunnen veel staatssteun verwerven, religieuze feestdagen hebben een officieel karakter van een vrije dag. Leopold I mocht protestants blijven, maar (zonder verdrag) werd wel afgesproken dat hij met een katholieke prinses zou trouwen. De Koningsdag had tot 2001 ook een heel sterk katholiek karakter.

Maar wel was er een serieuze poging om ze hier en daar netjes uit elkaar te houden: de kerk kan enkel een huwelijksregister bijhouden nà de burgerlijke overheid, iedereen heeft recht op een eigen of geen religieuze beleving, de overheid kan geen priesters of bisschoppen benoemen of afzetten, men kan niemand dwingen om zich te bekeren of om rustdagen (zondagen, maar ook feestdagen) te respecteren.

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2017
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen