Waarom waren er geen Belgische of Noorse bezettingszones in Duitsland?

Theo, 50 jaar
28 november 2017

Het was misschien logischer én eerlijker geweest om die landen dat te gaan toewijzen, die bezet of aangevallen zijn door de Duitsers. Bijvoorbeeld een coalitie van door Duitsland bezette landen in Europa met daarin ook Polen en andere Oost-Europese landen.

Antwoord

Militaire bezettingszones werden bij de conferentie van Potsdam enkel toegewezen aan geallieerde naties die voldoende militaire macht konden mobiliseren. Er waren dus enkel Britse (eigenl. Gemenebest), Franse, Amerikaanse en Russische zones. Anders dan na de Eerste Wereldoorlog ging het ook niet om zones die 'geplunderd' of 'buit' mochten worden, maar om zones die vooral militair stabiel moesten worden gehouden.

En toch...

In de Britse zone waren al bij de bevrijding drie Belgische divisies aanwezig, die in 1946 een eigen Belgische zone kregen, in een gebied van ongeveer 200 bij 60 kilometer, met o.a. Aken, Keulen en aanvankelijk zelfs Bonn. Pas eind 2005 verdween die Belgische militaire aanwezigheid in Duitsland. Er was dus wel degelijk een Belgische subzone.

In de Franse zone was er een gelijkaardige Luxemburgse subzone, o.a. in Bitburg en Saarburg, maar dat werd al in 1955 verlaten.

Nederland kon geen eigen sterke militaire strijdmacht op de been brengen om te helpen bij die bezetting, hun 'Engelandvaarders' en ontsnapte KNIL-troepen waren in dienst van vooral Britse en Australische strijdkrachten getreden.

Denemarken had evenmin een eigen vrije strijdmacht in 1945.

Noorwegen had wel een eigen strijdmacht, met de Vrije Noorse Strijdkrachten, maar grenst helemaal niet aan Duitsland, en wellicht bemoeilijkte de afstand zo'n bezetting; bovendien had het land erg veel Duitse krijgsgevangenen, die om militaire controle vroegen.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2018
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen