Is de Duitse taal rijker dan de Nederlandse?

C., 45 jaar
23 november 2017

Antwoord

Geachte heer, mevrouw,

Dat is het soort vraag waar moeilijk een juist antwoord op gegeven kan worden. Het is eigenlijk zelfs een soort vraag die misschien beter niet gesteld kan worden, gewoon omdat het niet zo heel veel zin heeft om talen op die manier met elkaar te vergelijken. Zo is het ook eigenlijk onzinnig om te vragen of de ene taal mooier is dan de andere. En of de ene taal makkelijker is dan de andere. Er zijn namelijk nogal wat per individu verschillende subjectieve en objectieve factoren die bepalen of je een taal rijk, moeilijk, mooi ... vindt. Subjectieve factoren zijn de opvattingen over een taal die niet gebaseerd zijn op universeel vaststaande gegevens: persoonlijk aanvoelen, persoonlijke achtergronden, associaties met geliefde of juist niet geliefde mensen die een bepaalde taal spreken, je eigen kennisniveau van de taal waarover je een mening hebt, de vermeende moeilijkheidsgraad van de taal waarover je een mening hebt, de gangbare vooroordelen (in positieve of negatieve zin) over die taal in je omgeving of in je land, de door de politieke, militaire, culturele geschiedenis bepaalde algemene opvatting over de taal in het land waar je leeft, enzovoort enzovoort enzovoort.

Zo wordt in België vaak gedacht dat het Duits een moeilijke taal is, en/of een harde taal, en/of een lelijke taal. De twee voorbije wereldoorlogen hebben aan die opvatting natuurlijk bijgedragen. De positie in het onderwijs (de vreemde taal die men pas begint te leren op vijftien- of zestienjarige leeftijd, met veel te weinig uren per week) zorgt ervoor dat men het Duits moeilijk vindt. Dat is natuurlijk geen objectieve waarneming. Het Duits is voor een Vlaming of een Nederlander (na het Afrikaans) juist de makkelijkste vreemde taal om te leren. Probeer maar eens - net als met het Frans in Vlaanderen - Duits te leren vanaf het vijfde leerjaar van de lagere school en daarmee door te gaan tot het laatste jaar van de middelbare school. Wedden dat je dan veel beter Duits kunt spreken dan Frans.

Het Frans wordt algemeen als een muzikale en mooie taal gezien. Veel heeft daarbij natuurlijk te maken met de historisch belangrijke positie die het Frans altijd al ingenomen heeft in Vlaanderen. Het Engels wordt als gemakkelijk beschouwd, terwijl het Engels eigenlijk helemaal niet zo makkelijk is. Italiaans en Spaans worden vaak als mooie en muzikale talen gezien. De relative bekendheid met een taal zorgt ervoor dat we een relatief positief beeld hebben van die taal. Over Tsjechisch of Albanees of Perzisch heeft men doorgaans niet zo'n uitgesproken mening in Vlaanderen of Nederland.

Of het Duits een rijkere taal is dan het Nederlands, is een vraag die om meerdere redenen moeilijk te beantwoorden is. Wat bedoel je met rijker? Een ruimere woordenschat? Een grammatica met meer uitdrukkingsmogelijkheden dan het Nederlands? Een grotere klankenrijkdom? Een grotere literaire productie? Of nog iets anders? Of dat allemaal samen? 

Laten we beginnen met de woordenschat. Misschien heeft het Duits meer woorden dan het Nederlands. Misschien ook niet. Ik weet het niet. Het Duits heeft meer dan het Nederlands de capaciteit om samenstellingen te maken. Zo zijn er in het Duits mogelijkheden die het Nederlands niet heeft: Holzstuhl of hölzerner Stuhl naast in het Nederlands alleen maar houten stoel. Glashaus en gläsernes Haus naast in het Nederlands alleen maar glazen huis. Bovendien is in het Nederlands glazen huis  alleen gebruikelijk in Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien en in in een glazen huisje wonen (= aan kritiek blootstaan). In het Duits is een Glashaus bekend door de uitdrukking Wer im Glashaus sitzt, soll nicht mit Steinen werfen. Daarnaast betekent Glashaus ook kas, groentekas, plantekas. Is het Duits dan rijker omdat je Glashaus hebt met de betekenis kas en dat in het Nederlands niet met glashuis uitgedrukt kan worden? Niet bepaald. In het Nederlands hebben we kas (in Vlaanderen ook serre). Het woord Kasse bestaat in het Duits ook, maar heeft er andere betekenissen. Dat soort van vergelijkingen levert eigenlijk niets op waaruit je zou kunnen afleiden dat de ene taal rijker is dan de andere. Tja, het Duits kan meer samenstellingen maken, maar is daarom nog niet meteen een rijkere taal. Anders zou je toch zeker het Frans als een veel minder rijke taal dan het Nederlands of het Duits moeten zien, want in het Franse kun je nauwelijks samenstellingen maken.

Vervolgens staat het Nederlands zo heel erg dicht bij het Duits en lijken beide talen zo goed op elkaar, dat er wat rijkdom betreft, eigenlijk niet veel verschil is. Er zijn kleine verschillen wat de mogelijkheden betreft, maar die moeten niet overdreven worden.

Als we de regionale variatie bekijken, dan zou het wel eens kunnen dat het Duits meer variatie vertoont dan het Nederlands. Dat zal dan wel met de geografische ruimte te maken hebben waar Duits gesproken wordt: Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg, Liechtenstaan. En ook nog in kleinere delen van België, Italië, Frankrijk, Denemarken, Polen ... Bovendien is de oppervlakte veel groter dan die van het Nederlandse taalgebied en zijn er meer sprekers van het Duits. Dus zou het niet hoeven te verwonderen als er voor veel woorden meer dialectische varianten bestaan in het Duitse taalgebied dan er van diezelfde woorden dialectische varianten bestaan in het Nederlandse taalgebied. Over varianten die binnen de Duitse standaardtaal regionaal verschillen, kan hetzelfde gezegd worden. Ik denk daarbij aan Fleischer / Metzger, Sonnabend / Samstag ... Maar dat heb je natuurlijk ook in het Nederlandse taalgebied: vluchtstrook (NL) / pechstrook (VL), [langs het strand] boulevard (NL) / dijk (VL) ... Is er dan meer van die variatie in het Duitse taalgebied dan in het Nederlandse? Ik zou het niet kunnen zeggen. Misschien wel. Maar bepaalt dat dan de rijkdom van een taal? Je kunt toch maar één variant tegelijk gebruiken. Als je in het zuiden van het Duitse taalgebied bent, moet je geen varianten uit het noorden gebruiken. En omgekeerd. 

En dan de grammatica. De grammaticale mogelijkheden van beide talen zijn bijna gelijik. Er zijn kleine verschillen. In het Nederlands kun je zeggen: hij zit te slapen. In het Duits gaat dat niet. Je kunt niet zeggen: Er sitzt zu schlafen. Wel: Er sitzt und schläft. Dat is dan misschien niet echt helemaal dezelfde nuance als in het Nederlands. Dus hier is het Duits misschien iets minder 'rijk'. Ook Hij is aan het slapen  kun je niet zo zeggen in het Duits. Dat wordt dan gewoon: Er schläft. Ook weer niet dezelfde nuance. In het Nederlands kun je Wij wassen ons zeggen naast Wij wassen elkaar. Het verschil in betekenis is duidelijk. In het Duits zijn beide betekenissen allaan maar uit te drukken door: Wir waschen uns. Dubbelzinnig dus. De context moet duidelijk maken wat je bedoelt. Als je echt 'elkaar' bedoelt, kun je gegenseitig toevoegen: Wir waschen uns gegenseitig. Maar dat is dan een beetje omslachtiger dan in het Nederlands. Overigens heb je in het Frans hetzelfde probleem. Ook Nous nous lavons is dubbelzinnig. Alleen als je mutuellement eraan toevoegt, is extra duidelijk dat je elkaar bedoelt. Dus is hier het Nederlands rijker dan het Frans en het Duits. Maar er zijn natuurlijk ook gevallen waarmee je kunt aantonen dat het Duits rijker is dan het Nederlands. Het Duits heeft nog steeds vier naamvallen, die nog volop gebruikt worden. Het Nederlands heeft nauwelijks nog naamvallen. Je kunt in het Duits zeggen: Das ist das Haus meines Onkels. In het Nederlands moet dat worden: Dat is het huis van mijn oom. Beknopter in het Duits. De Duitse zin Meinen Bruder hat unser Nachbar eingeladen kan alleen maar betekenen dat onze buur de uitnodiger is en mijn broer diegene is die uitgenodigd is. In het Nederlands is het alleen theoretisch mogelijk om datzelfde uit te drukken met: Mein broer heeft onze buur uitgenodigd. Zeker in geschreven taal zal men die zin verkeerd begrijpen, hoewel theoretisch natuurlijk die zin hetzelfde kan betekenen als de Duitse zin. Dus hier heeft het Nederlands minder mogelijkheden. Het Duits heeft nog conjunctieven (wäre, hätte, würde, er habe, er nehme ...). Het Nederlands heeft ook nog wel conjunctieven (zij, ware, moge ...), maar die worden veel minder vaak gebruikt dan in het Duits. Wij moeten veel vaker omschrijvingen gebruiken met zou(den). Zou u mij eens even kunnen helpen = Kônnten Sie mir bitte mal helfen?  En zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Soms is iets in het Nederlands mogelijk, wat in het Duits alleen maar omslachtiger is of niet dezelfde nuance heeft. Soms is iets in het Duits mogelijk, wat in het Nederlands alleen maar omslachtiger kan. 

En dan de klanken. Heeft het Duits een rijkere klankenweelde? Niet bepaald. Er zijn klanken die in het Duits bestaan, maar niet in het Nederlands. het omgekeerde is ook het geval.

En de literatuur. Ja, doordat het Duitse taalgebied veel uitgestrekter is dan het Nederlandse en doordat er veel meer Duitstaligen zijn dan Nederlandstaligen, is de literaire productie veel rijker. Maar zegt dat iets over de rijkdom van de taal zelf?

U ziet. Het is ontzettend moeilijk om te bepalen of een taal rijker is dan een andere taal. En omdat het Nederlands en het Duits juist zo extreem goed op elkaar lijken, is dat nog moeilijker.

Met hartelijke groet,

Peter Debrabandere

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

 Peter Debrabandere

Nederlands Specialismen: het Nederlands in Belgiƫ (Belgisch-Nederlands), Standaardnederlands, taalnormen, taalzorg, taaladvies

Katholieke Hogeschool Vives
Doorniksesteenweg 145 8500 Kortrijk
http://www.vives.be

Zoek andere vragen

© 2008-2017
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen