Kwamen er tijdens de middeleeuwen Arabieren, Chinezen, Indiërs... naar onze contreien?

Willem, 19 jaar
1 november 2017

Antwoord

Een boeiende vraag, waarop niet zomaar een ja of nee kan worden geantwoord. D'r zijn zelfs bemerkingen vooraf!

  • Reizen was moeilijk.
  • We weten enkel van die reizen waarover geschreven werd, en waarvan de verslagen uiteindelijk ook bewaard bleven.
  • Zelfs in die verslagen is de grens tussen feit en fictie, tussen 'zelf meegemaakt', 'een beetje gedramatiseerd', 'van horen zeggen' en 'veronderstelling' zéér filterdun.
  • Plaatsnamen veranderden vaak, zeker in fonetische vertalingen - 'Frangestan' was Bar Sawma's naam voor Frankrijk.

Nu goed, op naar de middeleeuwen!

711-1492: Al-Andalus

Er was eeuwenlang een islamitische aanwezigheid in Zuid-Europa, op het Spaanse schiereiland, en op een bepaald moment tot diep in het huidige Frankrijk. Relatief veel andalusische reizigers beschreven in het arabisch hun contacten met West-Europeanen

  • In 1154 was Al-Idrisi een Marrokaanse-Andalusische cartograaf die aan het hof van de Noorse koning Roger II van Sicilië werkte. Hoewel geen ontdekkingsreiziger zelf, verzamelde hij informatie van andere reizigers om een gedetailleerde wereldkaart en een boekwerk met verzamelde reisverhalen op te stellen, waarin o.a. de Britse eilanden, IJsland en misschien ook Groenland beschreven staan.
  • In 1325-1346 vertrok Ibn Baṭūṭah uit zijn geboorteplaats in Marokko, aanvankelijk op persoonlijke pelgrimstocht naar Mekka. Maar die reis veranderde in een ongelofelijke omzwervingstocht, die hem decennialang door Oost-Afrika, over India en Centraal-Azië tot in Peking bracht. Na zijn terugkeer verkende hij nog Al-Andalus in 1349-1351, en Mali en de Sahara.

920-1000: Bagdad, naar Kiev en Novgorod

  • Nadat Vikings de Volga-handelroute van Scandinavië naar Turkije in de 9de eeuw baanden, en daarbij het Rus-rijk oprichtten, stuurden rond 921 de Abbasiden een ambassadeur naar hen, Ahmad ibn Fadlan. Die man verkende en beschreef Oost-Europa, Rusland en ook Scandinavië.
  • Iets later kreeg Ibn Rustah een gelijkaardige opdracht van het Perzische hof. Hij had zelfs kennis over de Britse eilanden.

1238-1300: Mongolië en terug

Nadat in 1238-1241 Mongoolse troepen door waren gestoten tot in Hongarije, trokken ze zich plots terug, wellicht door interne opvolgingsproblemen. In de decennia daarna werden van weerszijden diplomatieke missies naar elkaar gestuurd, meestal met als bedoeling om een alliantie te vormen tegen een Arabische, islamitische vijand - hetgeen nooit is gelukt. In 1245 organiseerde Paus Innocentius een Eerste Concilie van Lyon, waarop o.a. besloten wordt om drie missies te sturen naar Karakorum, de hoofdstad van de 'Tartaren' (Mongolen). Ze maakten daarbij gebruik van de 'Zijderoute', eigenlijk een netwerk van handelsroutes van Griekenland over India tot in centraal China, dat al dateerde uit de 4de eeuw, maar dat meestal in estafette-vorm werd bereisd. Maar in deze periode van iets meer dan 50 jaar waren er dus meerdere reizigers die hem wèl helemaal aflegden.

  • In 1245-1247 maarkte Johannes van Pian del Carpine een reis in opdracht van paus Innocentius IV. Hij ontmoette o.a. Duitse slaven in Kirgizië, die dus al vóór hem waren gegaan.
  • In 1248 bereikten twee gezanten van Eljigidei, de Mongoolse bevelhebber in Perzië, de Franse koning Lodewijk IX in Cyprus.
  • In 1249-1251 maakte André de Longjumeau een reis in opdracht van Lodewijk IX tot in Mongolië.
  • In 1253-1255 maakte Willem van Rubroeck een missioneringsreis vanuit Palestina naar Mongolië, waar hij de Fransman Willem Buchier ontmoette, die hem dus ook voor was, maar zelf geen reisverslagen heeft nagelaten. Plaatselijke Russen, Armeniërs en Georgiërs vroegen hem om een Latijnse paasmis op te dragen - alweer een teken dat er meer langere reizen werden gemaakt.
  • Rond 1260 reisden de broers Niccolo en Maffeo Polo voor hun zakenbelangen tot in Buchara in het huidige Oezbekistan, waarna ze in 1369 terugkeerden naar Venetië.
  • In 1371 vertrokken die twee broers vertrokken alweer, dit keer samen met Niccolo's zoon Marco, tot in Peking. Van daaruit ondernamen ze gedurende twee decennia tochten in opdracht van de Mongoolse heerser, zo meldde tenminste Marco Polo na zijn terugkeer in Italië op het einde van de 14de eeuw.
  • In de periode 1280-1294 was Bar Ṣawma een Nestoriaanse (Christelijke) monnik die vanuit Peking een pelgrimsreis naar Jeruzalem deed, en daarbij ook Italië, Parijs en Bordeaux aandeed. Hij stierf op de terugweg, in Bagdad. Gezien de timing, de duur en de richting van zijn reis, wordt hij vaak als de Chinese tegenhanger van Marco Polo beschouwd. Hij ontmoette zowel Filips IV van Frankrijk, Edward I van Engeland als paus Nicolaas IV.

(Terzijde: ook hadden de Chinezen hun eigen Columbus, 90 jaar vóór Columbus: in 1405-1433 organiseerde admiraal Zeng-He zeven vlootexpedities naar India, het Arabisch schiereiland en uiteindelijk langs de hele Afrikaanse Oostkust, en volgens sommigen bereikten zijn eskaders ook Australië en de Kaapverdische eilanden.)

't Is dus een lang antwoord, maar het komt erop neer dat we niet heel veel bronnen hebben, maar dat er hier en daar wel Zuid-Spanjaarden, Noord-Afrikanen, Perzen, Mongolen en een eenzame Chinees het middeleeuwse Europa hebben bereisd, en wellicht geen Indiërs.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2017
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen