Hoe gebruik ik de betrekkelijke voornaamwoorden (die, dat ...) correct ten opzichte van het antecedent?

Stefanie, 31 jaar
24 april 2017

Tegenwoordig hoor je mensen vaak 'die' en 'dat' fout gebruiken bij betrekkelijke bijzinnen. bv. 'Mensen dat zoiets denken ..." Hoe is dit historisch gegroeid en wat zijn de juiste regels voor het gebruik?

Antwoord

Uw vraag heeft eigenlijk twee dimensies. Eerst een eenvoudige normatieve (om te bepalen wat correct is), en een meer interessante interpretatieve (interpreteren waarom vandaag de dag inderdaad zeer veel 'dat'-s opduiken die dat (-:) )niet correct zijn.

1/ Het correcte gebruik van de betrekkelijke voornaamwoorden is zeer eenvoudig: 'die' correspondeert met 'de' en 'dat' met 'het' : 'de jongen(s) die', 'het meisje dat', 'de meisjes die'. Als mensen in dergelijke contexten 'die' en 'dat' omwisselen is dat gewoon een ordinaire fout, zoals je een werkwoord verkeerd zou vervoegen, of een meervoud verkeerd zou vormen.

2/ Meer interessante contexten zijn echter veelgehoorde zinnen zoals 'de meisjes die da niet naar de fuif willen gaan...', 'de prof die da'k gehoord heb...', of het toevoegen van 'da(t)' in zinnen die ingeleid worden door een voegwoord ('sinds dat ik in Antwerpen woon' i.p.v. 'sinds ik in Antwerpen woon', 'aangezien dat hij niet kan komen ...' i.p.v. 'aangezien hij niet kan komen', ...).

Bij de voegwoorden speelt zeker mee dat er zo een grotere gelijkenis bestaat met andere voegwoorden zoals 'omdat', 'zodat' of 'nadat', die ook op 'dat' eindigen. Maar we kunnen ook een stapje verder zetten, en dan kom je bij een interessant historisch proces waarbij de taal andere wegen zoekt om bepaalde zaken te coderen. Zowel bij de betrekkelijke voornaamwoorden als bij de voegwoorden codeer je minstens twee dimensies. Eén dimensie is eerder semantisch en specificeert de betekenis van de elementen in je zin. De andere dimensie is grammaticaal, en identificeert de grammaticale relatie tussen verschillende elementen. Als semantische dimensie betekent 'sinds' bijvoorbeeld 'tijdsaanduiding vanaf wanneer...', of 'aangezien' betekent 'reden waarom'. Bij de betrekkelijke voornaamwoorden wordt de semantiek iets abstracter maar zou je nog kunnen zeggen dat 'die' toont dat het gaat om een niet-onzijdig enkelvoudig concept, of om een meervoudig concept. De grammaticale dimensie werkt anders: daar 'zegt' het voegwoord 'dit is een bijzin', of 'dit is een ondergeschikte relatiefzin'.

De evolutie om geleidelijk meer 'dat' toe te voegen in contexten waarin dat niet nodig is betekent dat we de neiging hebben om de semantische en de grammaticale dimensie apart te coderen. Normaal gezien identificeert 'sinds' zowel de semantische dimensie ('tijd') als de grammaticale dimensie ('bijzin'), maar door er 'dat' aan toe te voegen lijken we die twee van elkaar los te koppelen: 'sinds' dient dan om 'tijd' aan te duiden, en 'dat' om het element als een bijzin te identificeren.

Wat je hier ziet is een cyclisch proces waarbij een taal gaat van een analytische manier om iets uit te drukken (elke dimensie in een apart element uitgedrukt) naar een synthetische manier (de verschillende elementen worden aan elkaar gehangen, type 'omdat', 'nadat', maar denk ook aan 'parce que' in het Frans: 'par' + 'ce' + 'que') en ten slotte opnieuw naar een analytische, wanneer men de gelaagdheid van bepaalde elementen niet meer voldoende aanvoelt en daarom een extra element toevoegt om een bepaalde dimensie te markeren.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen