Heeft monisme voorrang op de grondwet?

Gian-Luca, 18 jaar
16 november 2016

Hebben de internationale wetten in een monistisch systeem voorrang op de Grondwet? Zo ja, is dit altijd van toepassing of zijn hier ook uitzonderingen op?

Antwoord

Beste Gian-Luca,

De situatie in België kan als volgt worden samengevat.

Het Belgische Hof van Cassatie heeft zich reeds expliciet in 2004 over deze kwestie uitgeproken.

In een arrest van 16 november 2004 in de zaak B.M. heeft het Hof van Cassatie het principe van de voorrang van verdragen met rechtstreekse werking op de Grondwet geponeerd. De relevante passage van dit arrest luidt als volgt:

“Overwegende dat de rechter bevoegd is om te oordelen over zowel de uitlegging en toepasselijkheid van de Grondwet en van de wet, als over de bestaanbaarheid van een wet met een verdragsbepaling die in het interne recht rechtstreeks werking heeft;

Overwegende dat het in de eerste plaats de rechter is die het verdrag uitlegt;

Overwegende dat het verdrag met rechtstreekse werking voorrang heeft op de Grondwet;

dat wanneer de Grondwet, zoals hier, geen verdere eisen stelt dan een verdragsbepaling met rechtstreekse werking, een toetsing van de wet aan het verdrag volstaat en een verdere toetsing van de wet aan de Grondwet niet dienstig is;

Dat het Hof de prejudiciële vragen [aan het Grondwettelijk Hof] niet moet stellen”.

 

Het Hof van Cassatie, dat sinds 1971 een monistische visie van het recht heeft, poneert dus het principe van de voorrang van direct werkende verdragsbepalingen boven de Belgische Grondwet werd.

De doctrine stelt traditioneel dat deze voorrang volgt uit de aard zelf van het internationaal recht. Deze primauteit is dus een toepassing van een algemeen lex superior inferiori derogat beginsel (primaat van het internationaal publiekrecht).

Het Hof van Cassatie volgt uiteindelijk de doctrine in 2009. In een arrest van 21 december 2009 in de zaak West-Europese Unie, poneert het Hof een algemeen rechtsbeginsel van voorrang van alle internationaalrechtelijke normen met directe werking, ongeacht hun rechtsbron, boven strijdige internrechtelijke normen. De relevante passage van dit arrest luidt als volgt:

“In geval van conflict tussen een interne rechtsnorm en een internationale rechtsnorm [in casu een beslissing van de Raad van de WEU], moet de in het verdrag vastgelegde regel voorrang krijgen, mits het verdrag door de wetgevende macht is goedgekeurd”

“Het arrest, dat niettemin beslist dat de dwingende bepalingen van de Belgische wet betreffende de arbeidsovereenkomsten te dezen van toepassing zijn, miskent het algemeen rechtsbeginsel dat de bepalingen van internationaal recht met directe werking voorrang hebben op de bepalingen van nationaal recht”.

Een impliciete voorwaarde om van deze voorrang te genieten is uiteraard dat de internationaalrechtelijke norm in kwestie de internationale rechtsgeldigheid moet eerbiedigen. Zo zullen bijvoorbeeld beslissingen van internationale of supranationale organisaties die de grondrechten (fundamentele mensenrechten) niet zouden eerbiedigen, door de nationale rechter als internationaalrechtelijke ongeldige internationale normen worden beschouwd die in de interne Belgische rechtsorde geen toepassing zullen krijgen.

Mvg,

Prof. Cédric van Assche

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Drs. C├ędric Van Assche

Internationaal Recht Recht van internationale organisaties Diplomatiek Recht Verdragenrecht

Vrije Universiteit Brussel
Pleinlaan 2 1050 Elsene
http://www.vub.ac.be/

Zoek andere vragen

© 2008-2017
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen