Wat is het verschil tussen socialisme en communisme?

Arian, 17 jaar
12 oktober 2016

We leren bij geschiedenis over verschillende politieke ideologie├źn en volgens mij lijkt socialisme sterk op communisme. Heb ik het fout?

Antwoord

De verwarring komt vanuit de oorsprong van beide ideologieën. Die ligt in de negentiende eeuw.

Karl Marx, een Duitse filsoof en jurist, oud-leerling van de filsoof Hegel in Berlijn, was op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het onrecht dat hij met eigen ogen zag in de kapitalistische samenleving.

Deze verklaring vond hij na lang studeren, zowel in de boeken (voornamelijk in het British Museum in Londen) als door naar politiek te kijken (staatsgreep van Napoleon III in Frankrijk, 1851-1852), als door aan politiek te doen.

Voor Marx was het duidelijk dat wie sentimenteel niet akkoord ging met het kapitalisme, de zaak eigenlijk nooit kon veranderen. De politieke machtsstructuren (parlement, Grondwet...) waren maar een afspiegeling van de diepere economische machtsverhoudiingen.

Voor Marx is het kapitalisme een systeem waarbij de arbeider zijn inspanning tegen een te lage prijs verkoopt aan zijn werkgever. Die maakt eigenlijk winst op de kap van een ander. De werkgever is eigenaar van de productiemiddelen (machines, grond...). Arbeiders hebben die niet, en kunnen enkel geld verdienen door hun eigen inspanning.

Als de arbeider constant te weinig betaald wordt, blijven er aan het einde enkel armen en rijken over. Marx voorspelde dat het kapitalisme zo finaal zou ten onder gaan. De armen zouden de macht grijpen.

Marx begreep heel goed dat je intellectuelen nodig hebt om arbeiders politiek te mobiliseren. Hij begon daarom met de Eerste Socialistische Internationale. Dit genootschap wou overal ter wereld arbeidersopstanden uitlokken, georganiseerd door intellectuelen. In België had dit veel succes, met rond de 60.000 leden. De eerste vakbonden en coöperatieven (alternatieve winkels, bakkerijen...) zaten hierin.

Hier is er dan weer meteen ruzie. Sommigen willen radicaal en snel een betere wereld, door met geweld alles plat te staken ("anarchisme"). Anderen verkiezen dan weer om te vechten voor stemrecht om zo via de instellingen (parlement, regering) concrete hervormingen door te voeren:

- minimumlonen (= de arbeider moet kunnen leven van zijn arbeid)

- verplichte rustmomenten (= 's avonds of in het weekend thuis kunnen zijn)

- bescherming tegen ontslag (= tegen machtsmisbruik van de werkgever)

- vergoedingen bij ziekte, ongeval of werkloosheid

- bescherming tegen ouderdom

Deze laatste hervormingen hebben op de lange duur geleid tot de verzorgingsstaat die we vandaag kennen. De politici die ze hebben doorgevoerd, zijn meestal lid van de Socialistische Partij. Vandaag noemen niet zoveel politici zich nog "socialistisch", maar eerder "sociaaldemocratisch". Vandaag is de markteconomie heel sterk als politiek discours. Daartegen staan dan weer ideeën als die van de Franse econoom Thomas Piketty, die vindt dat de theorie van Marx klopt: de rijken worden altijd rijker. Wie zijn inkomen haalt uit kapitaal (beleggingen, zoals aandelen of obligaties) wordt véél rijker dan wie werkt voor de kost. Rijkdom wordt vandaag ook veel meer geconcentreerd bij "superrijken", die bijna geen belastingen betalen.

Een deel van de geringe populariteit van het woord "socialisme" vandaag ligt ook aan het einde van de Koude Oorlog. In 1917 kwam in Rusland Lenin aan de macht. Hij had de theorie van Marx verder uitgewerkt. In Rusland kwam er een communistische staat. Dit heeft te maken met het einddoel van de marxistische theorie. Marx wou een samenleving waar de productiemiddelen (= fabrieken, spoorwegen, grote landbouwgronden...) van iedereen zijn. "Socialistische partijen" hebben dit in Europa geleidelijk geprobeerd. In Frankrijk of in België zijn af en toe eens banken of grote bedrijven (steenkool, staal...) genationaliseerd. Dat was altijd maar tijdelijk. De laatste decennia doen socialistische partijen eerder aan uitverkoop (privatisering).

In een communistische samenleving is de privé-eigendom verboden, of sterk beperkt (alleen voor strikt persoonlijke goederen). Dat is het belangrijkste verschil. Communisten willen een radicale omwenteling, zo snel mogelijk. Socialisten vinden het eindideaal van gelijkheid en collectieve eigendom niet slecht klinken, maar willen zoveel mogelijk uitgaan van het bestaande systeem. Sociaaldemocraten zijn een nog afgekooktere versie van hetzelfde model. Dan moet je denken aan de politiek van Tony Blair in Engeland: hij liet de regels voor de privé-sector zoveel mogelijk afbouwen. Als het meer geld opbracht (belastingen), om een sociaal beleid mee te voeren, dan mocht het. Maar Blair ging ook verder: hij trok het inschrijvingsgeld voor universiteiten op naar 9000 pond (= ongeveer 10.000 euro), en liet in veel sectoren bij de overheid het principe van de concurrentie tussen individuen spelen. Een socialistisch politicus zou dit niet doen, en meer vertrouwen op het collectieve. Een communistisch politicus zou beginnen met het aanslaan van de banken, de olievoorraden...

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Prof. dr. Frederik Dhondt

Rechtsgeschiedenis, Geschiedenis van het internationaal recht, geschiedenis van de internationale betrekkingen, 18de eeuwse geschiedenis, Franse geschiedenis; grondwettelijke geschiedenis, 19de-eeuwse politieke geschiedenis

Universiteit Gent

http://www.ugent.be

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen