Hoe komt het dat mannelijke woorden die beginnen met b,d,t in dialect als lidwoord 'den' krijgen i.p.v. 'de'?

Roberto, 61 jaar
20 juni 2016

Behoren ze dan tot een speciale groep? Waarom hoort de letter p daar niet bij? vb. Den bakker, Den Dirk enz...maar niet 'de' Peter. Het is misschien niet in alle dialecten zo maar zeker in het Brabants dat men bij mannelijke woorden (of klinkers en niet aangeblazen 'h') het lidwoord 'den' gebruikt ipv 'de'. vb. : den trein versus de bus, en bij eigennamen : den Tuur versus de Karel. Maar waarom enkel bij de beginletter b,d,t en dan niet de p? Wat doet die letters samenhoren? Een probleempje waar ik als sinds mijn atheneum-tijd tegen aan loop en waar mijn toenmalige leraar Nederlands of andere mensen die met taal bezig waren geen sluitend antwoord op hadden.

Antwoord

Geachte heer Verde,

Het Nederlands had vroeger naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief. Het bepaald lidwoord had nog niet zo heel lang geleden de volgende mannelijke vormen:

nominatief: de
genitief: des
datief: den
accusatief: den

De accusatiefvorm den (die dus gebruikt werd bij mannelijke zelfstandige naamwoorden, hoofdzakelijk als het zinsdeel met het zelfstandig naamwoord het lijdend voorwerp van de zin was) werd in sommige Nederlandse dialecten bij het verdwijnen van het naamvallensysteem de algemene vorm. Het is een verschijnsel dat je bijvoorbeeld ook in het Italiaans ziet. Mannelijke Italiaanse substantieven die op -o eindigen, hebben zich ontwiikkeld uit Latijnse substantieven in de accusatiefvorm op -um. Figlio heeft zich uit de Latijnse accusatief filium ontwikkeld. De nominatief was filius. De m van filium verdween in het volkse Latijn en u in filiu evolueerde tot een o in het latere Italiaans. De verandering van een u in een o hoeft niet erg te verbazen. Als je een u uitspreekt met de kaken een stuk verder van elkaar verwijderd, dan krijg je automatisch een o. Een spontane klankverschuiving, zoals er zo veel zijn. Hetzelfde heb je bij bijvoorbeeld het bijvoeglijk naamwoord felice, dat zich ontwikkeld heeft uit de accusatiefvorm felicem (nominatief felix). Ook hier is de m van felicem in het volkse Latijn verdwenen.

De accusatiefvorm den werd dus in bepaalde dialecten, bv. de Brabantse dialecten, gebruikt vóór mannelijke zelfstandige naamwoorden. Bovendien werd (en wordt nu nog steeds) die n van den alleen dan uitgesproken als de beginklank van het erop volgende woord (dat kan ook een adjectief zijn dat tussen het lidwoord en het substantief staat) een van de volgende klanken is:

een klinker
h
b
d
t
r (alleen in Vlaams-Brabant)

Bijvoorbeeld:

den dikke paoter [omdat het woord dat op het lidwoord volgt met een d begint en omdat poater mannelijk is]
den/dem boer [omdat het woord dat op het lidwoord volgt met een b begint en omdat boer mannelijk is]

Dat alleen bij een klinker, een h, een b, een d, een t (en soms een r) den met een n te horen valt, heeft met uitspraakgemak te maken. De n in den bewaren levert uitspraakgemak op als er een klinker, een h, een b, een d, een t (en enigszins ook een r) volgt. Dat uitspraakgemak is te beschrijven aan de hand van de term articulatieplaats. De n spreek je uit met je tong tegen je boventanden. Het is een dentale medeklinker (een tandmedeklinker). De d en de t zijn dat ook. Dat verklaart dus al waarom die n zo goed past bij de d en de t. De b is een medeklinker die je uitspreekt met de twee lippen tegen elkaar. Het is een biliabiale medeklinker (lipmedeklinker). Vandaar dat in den boer eigenlijk dem boer gezegd wordt. De n wordt een m en wordt dus ook een lipmedeklinker. Een m en een b zijn perfect makkelijk na elkaar uit te spreken. Bij n gevolgd door een r kun je de n niet meer echt goed hoorbaar maken, maar in de overgang tussen den en de r kun je makkelijk een restant van de n horen. De r spreek je uit met de tong in de buurt van de boventanden. De tandmedeklinker n in den verdwijnt dan eigenlijk, maar blijft min of meer achter in een nasaal klinkende e in de voordat de r uitgesproken wordt. Bij de overgang naar een klinker wordt de n in den behouden omdat de n hier die overgang juist vergemakkelijkt. Twee klinkers na elkaar uitspreken is moeilijker dan er een n tussen plaatsen. In alle andere gevallen is het helemaal niet moeilijk om de zonder n uit te spreken. De zoon, de cadeau, de moment, de venster. (In het Nederlands is het natuurlijk het moment en het venster, maar in het Brabants en het Vlaams is het de moment en de venster.)

Dat dat uitgerekend bij een p niet gebeurt, is inderdaad vreemd. Een p is een bilabiale medeklinker (een lipklank), waardoor je zou verwachten dat daar ook den vóór verschijnt, net als bij een b. In feite zijn zowel de als den perfect uitspreekbaar als daar een woord beginnend met p op volgt. Het moet aan een toevallige ontwikkeling toegeschreven worden dat de n in den behouden is bij een erop volgende b (waarbij de n dan een m wordt) en niet bij een erop volgende p.

Iets vergelijkbaars zien we in het Italiaans. U hebt een Italiaanse naam. Daarom vermoed ik dat u iets hebt aan de hier volgende uitweiding. Het Italiaanse mannelijke bepaald lidwoord is il of lo. Beide woorden hebben zich ontwikkeld uit het Latijnse accusatief illum (= het aanwijzend voornaamwoord die). De m verdwijnt, waardoor nog illu overblijft. De u wordt een o. Dan hebben we dus illo. En dan hangt het ervan af met welke klank het erop volgende woord begint of we alleen het einde van illo, namelijk lo, of alleen het begin van illo, namelijk il, overhouden. We zeggen il bv. bij il medico (de arts), il cane (de hond), il gatto (de kat) enzovoort, maar we zeggen lo als het erop volgende woord begint met:

s gevolgd door een andere consonant (lo sbadiglio (de geeuw), lo sdegno (de verontwaardiging) ...)
z (lo zaino (de rugzak), lo zio (de oom) ...)
x (lo xilofono)
gn (lo gnu (de gnoe) ...)
ps (lo psicologo ...)
i od y (alleen indien uitgesproken als j) (lo yogurt)

En datzelfde lo wordt ingekort tot l' als er een klinker volgt (l'occhio (het oog)).

Ook hier heeft alles met uitspraakgemak te maken. In il cane volgen een l en een k makkelijk op elkaar in de uitspraak. Bij zaino is het makkelijker om er lo voor te zetten dan om er il voor te zetten. Net zoals bij den boer en de poater zou je je ook kunnen afvragen waarom het dan wel lo psicologo is maar niet ook lo posto. Tja, het is il posto. Waarom wel bij p+s, maar niet bij p alleen? Tja. Daarom. Omdat de taal zich zo ontwikkeld heeft.

Met vriendelijke groet,

Peter Debrabandere

Reacties op dit antwoord

  • 27/06/2016 - Roberto (vraagsteller)

    Hartelijk dank voor deze verhelderende uitleg. Bij het zoeken naar verklaringen is rationaliteit zo belangrijk dat ik inderdaad te snel voorbijging aan wat toeval kan meebrengen. U heeft dat hier goed geduid. Ik stel me zo voor dat ook nieuwe woorden en gezegden ooit een eerste maal door iemand werden uitgesproken. De volgers hebben ze daarna een statuut gegeven. Naar analogie met dat fenomeen zijn er dan ook in gesproken taal-nuances sprekers en volgers denk ik dan. En dat...gaat voorbij aan rationaliteit.

  • 27/06/2016 - Peter (wetenschapper)

    Dat is inderdaad zo!

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Docent Peter Debrabandere

Nederlands Specialismen: Nederlands (algemeen), Nederlands in Belgiƫ (Belgisch-Nederlands), Standaardnederlands, taalnormen, taalzorg, taaladvies

Katholieke Hogeschool Vives
Doorniksesteenweg 145 8500 Kortrijk
http://www.vives.be

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen