Waarom heeft de wetenschap zoveel moeite te bewijzen dat geen enkele god werkelijk bestaat?

Ooms, 30 jaar
9 juni 2016

Met de meeste goden (99%) uit de geschiedenis van de mens heeft de wetenschap weinig moeite om aan te tonen dat deze door de mens zijn uitgevonden. Waarom is het zo moeilijk om het bestaan te weerleggen van die enkele laatste goden die vandaag nog overblijven?

Antwoord

Het is voor een wetenschapper zeer moeilijk om aan te tonen dat iets niet bestaat. Doorgaans stelt men dat als iets niet waarneembaar is, het niet bestaat. Maar dat klopt niet helemaal, denk maar aan de kleinste elementaire deeltjes waarvan men het bestaan vermoedt maar die zo moeilijk zijn om  empirisch aan te tonen.

Nu zijn religie en wetenschap twee verschillende dingen. Waarom zegt u dat men van "de meeste goden uit de geschiedenis" weet dat ze zijn uitgevonden? Omdat niemand er nog in gelooft. En dat is de kern van de zaak: voor iemand die in god gelooft, bestaat hij. En voor iemand die er niet in gelooft, bestaat hij niet. Het is een denkbeeld. Niet iets dat je kan bewijzen of weerleggen.

Wat men wel vaak kan weerleggen met wetenschappelijke bewijzen, zijn elementen uit de verhalen die in oude heilige schriften staan. Bijvoorbeeld dat de Aarde maar ongeveer 6000 jaar oud zou zijn. Men weet ondertussen vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines dat onze planeet ongeveer 4 miljard jaar oud is, een zeer groot verschil!

Ook belangrijk is dat men het godsdenkbeeld niet meer nodig heeft om allerlei belangrijke zaken te verklaren. De oorsprong van het heelal met de Big Bang theorie, de oorsprong van het leven op Aarde door de "abiotische" theorie: in de vroege atmosfeer die een andere samenstelling had dan de huidige (geen zuurstof), konden de chemische bouwstenen van het leven (aminozuren, nucleotiden) spontaan zijn ontstaan. Na de moleculaire evolutie van RNA en eiwitten kwam er dan de cellulaire evolutie tot bacteriën, en vanuit bacteriën evolueerden steeds complexer organismen, waaronder wij. Het Scheppingsverhaal dat door onze voorouders werd bedacht toen er nog geen wetenschappelijke kennis bestond, is dus niet meer nodig.

Reacties op dit antwoord

  • 15/06/2016 - Ooms (vraagsteller)

    Kan je dit probleem dan niet statistisch benaderen? De hedendaagse godsdiensten zijn zodanig aangepast en geevolueerd zodat ze beter bestand zijn tegen het verrificatieproces door de wetenschap. In oude volksreligies was dat niet het geval aangezien er weinig of geen verschil was tussen geloof en wetenschap. Van heel wat oude godsdiensten en oude goden is het wel degelijk gemakkellijk om aan te tonen dat ze door de mens zijn uitgevonden. Niet omdat niemand er nog in gelooft, maar omdat ze bijvoorbeeld de dag vandaag gewoon te gek voor woorden zijn of omdat met weet door wie, wanneer en waarom ze gecreeerd zijn. Denk maar aan het Vliegend Spaghettimonster en de Onzichtbare Roze Eenhoorn of de Griekse god Thor. Ook de definities van goden zijn contradictorisch en geevolueerd. Er is de dag vandaag nog steeds geen consensus tussen verschillende volkeren. De kans dat gelijk welke definitie de werkelijkheid benadert, lijkt me dan ook niet erg groot. Als de wetenschap een (onvolledige) lijst kan opstellen van alle goden die onmogelijk kunnen bestaan of die het bestaan van andere goden uitsluiten en ook een (onvolledige) lijst kan opstellen van alle definities van wat een god is of was, kan men dan niet statistisch aantonen hoe groot de kans is dat de overblijvende goden werkelijk bestaan en hoe groot de kans is dat hun beschrijving realistisch is? Dank u voor uw antwoord! Stef

  • 17/06/2016 - Luc (wetenschapper)

    Hebt u dit boek al gelezen? Misschien interessant voor u? The god delusion, by Richard Dawkins Ned. vert.: God als misvatting (2009) ISBN 978-90-468-0594-7

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen