Bestaan het syndroom van Down en andere afwijkingen van de chromosomen ook bij dieren?

Vermeulen, 49 jaar
27 juni 2015

Bij mensen is dit syndroom bekend, maar dieren vind ik altijd een 'normaal' en herkenbaar uiterlijk hebben. Kan dit fenomeen bij dieren toch op een of andere manier waargenomen worden, of is het gecamoufleerd? Of is het gewoon onbestaand?

Antwoord

Het syndroom van Down komt voor wanneer er een extra kopie aanwezig is van het chromosoom 21. Aangezien we van alle chromosomen normaal twee kopieën hebben is dit syndroom een voorbeeld van een trisomie (= drie chromosomen). Doordat de genen op dit chromosoom in groter aantal aanwezig zijn dan normaal veroorzaakt dit een aantal zichtbare en minder zichtbare aandoeningen. Doorheen het dierenrijk zijn er grote verschillen in het aantal chromosomen en de precieze genen die op deze chromosomen te vinden zijn. Het syndroom van Down, zoals het bij de mens bestaat, zal dus niet met precies dezelfde symptomen bij dieren kunnen optreden. Bijvoorbeeld, de genen die bij de mens op chromosoom 21 liggen, vinden we bij de muis terug op chromosomen 10, 16 en 17. Om het symdroom van Down te onderzoeken in het labo hebben wetenschappers muizen kunnen kweken met drie kopieën van deze specifieke genen. Dat levert muizen op die vergelijkbare symptomen vertonen, maar zou in de natuur nooit kunnen voorkomen.

 

Los daarvan bestaat in het dierenrijk een reeks genetische aandoeningen die te maken hebben met trisomieën, uitschakeling van genen of het naar de voorgrond treden van recessieve genen. Dit is vaak het resultaat van kweekprogramma's met een te kleine genetische diversiteit, zoals het geval is bij inteelt. Een bekend voorbeeld is de tijger Kenny, die deel was van een kweekprogarmma om witte tijgers te kweken maar te lijden had aan de nadelige effecten van te weinig genetische variatie. De genetische afwijkingen zorgden in dit geval voor symptomen die doen denken aan het syndroom van Down, maar dit is slechts een oppervlakkige gelijkenis. (foto's zijn te vinden op http://www.liveleak.com/view?i=c94_1369066324).

 

In de wilde natuur zijn zulke genetische aandoeningen zeldzamer, omdat er een sterkere selectiedruk heerst en dieren met ernstige symptomen niet lang overleven. Er bestaan echter wel talloze genetische afwijkingen die geen directe nadelige effecten hebben op het overleven van een dier. Voorbeelden zijn albinisme (het ontbreken van pigment) en melanisme (een overmaat aan zwart pigment).

 

Reacties op dit antwoord

  • 30/06/2015 - Vermeulen (vraagsteller)

    Beste Francis Meerburg, Hartelijk dank voor uw helder en verrassend antwoord in taal en beeld. Met vriendelijke groeten, Fam. Hendrik Vermeulen, Asper

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Dr. Francis Meerburg

Biologie, Milieutechnologie, Microbiële technieken, Waterzuivering, Biomassa

Universiteit Gent

http://www.ugent.be

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen