Welke invloed hebben sociale netwerksites op de mens?

Michelle, 17 jaar
30 april 2015

We weten allemaal dat sociale netwerksites zoals facebook en instagram gevaar inhouden en dat ze mensen kunnen beïnvloeden. Er wordt aangeraden op te letten met wat je post op het internet, ervoor te zorgen dat deze websites je niet te beïnvloeden. Wat je post is vaak helemaal niet zo privé dan je misschien denkt. Maar wat zijn nu juist die grote gevaren en hoe beïnvloeden sociale netwerksites ons? Dank bij voorbaat!

Antwoord

Zwemmen volstaat niet in een digitale oceaan

Tegenwoordig liggen veel mensen hiervan wakker. Ongeruste ouders, pedagogen en opvoeders zitten met hun handen in hun haar en stellen zich de vraag 'wat zal er van onze jongeren worden dankzij of ondanks al dit sociaal genetwerk?' En soms ligt ook iemand van 17 hiervan wakker. Vanwaar je vraag, Michelle? Intussen gebruiken we Facebook zeven jaar. Dat is een pak leertijd om vast te stellen dat er nog veel fout gaat in cyberspace. In 2008 ging de Nederlandstalige versie van de beruchtste sociale netwerksite online en liepen veel gebruikers met hun hoofd tegen de muur. Ongewenste post, cyberpesten, stalking, het negatief belichten van je werkgever, een schending van de privacy, sekstingfoto's... het is een greep van wat er kan mislopen. De gevolgen lieten niet op zich wachten: ontslag, een slecht examen (na een nachtje zatte foto's posten), je reputatie naar de vaantjes en soms, uitzonderlijk, een zelfdoding. Tijdens de digitale week 2015 wist het radioprogramma Houtekiet (Radio 1) nog te vertellen dat het misschien ok is om gewoon niet online te gaan. Zo zal je ook de negartieve gevolgen niet gewaar worden. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Wie offline is, weet immers niet wat er online gebeurt en kennis is toch een vorm van macht, niet? Al heb je maar een profiel om te vermijden dat anderen een nepprofiel van je bouwen, al heb je maar een profiel om te weten of anderen iets over je schrijven... offline blijven lijkt me geen optie. 

Computerkennis

Sommige onderwijskundigen denken dat programmeerlessen ons vooruit zullen helpen. Zo pleit de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunst ervoor om het ‘computationeel denken’ in de eindtermen op te nemen. De vaardigheden van de 21ste eeuw zijn digitaal en jongeren die ict-competent zijn, zullen daar straks een pak voordelen van ondervinden. Echter het is belangrijk in te zien dat de digitalisering meer is dan een louter technologisch verhaal.  Het tweede deel van je vraag is: 'hoe beïnvloeden sociale netwerksites ons?' De digitalisering wijzigde ons leven even ingrijpend als de uitvinding van de auto. Toen de auto een massaconsumptieproduct werd, zorgde dit voor onvoorziene effecten op onverwachte plaatsen. Overheden gingen inzetten op betere en veilige wegen, zowel chauffeurs als niet chauffeurs hebben zich aan het verkeersreglement te houden en vervelende neveneffecten zoals verkeersagressie, een lekke band of een dodelijk ongeval worden erbij genomen. Geen kat die er aan dacht de auto te verbieden omwille van zijn gevaar. Met de digitalisering is het niet anders. Net zoals de auto dringen de bits en bytes onzichtbaar en diep door in het dagdagelijkse leven. Voor mijn studenten en voor mijn kinderen is de wereld zonder die digitale dingen ondenkbaar. Het beïnvloedt ons op alle vlakken zonder dat we ons daar erg bewust van zijn. Het verandert de wijze waarop mensen denken, het wijzigt ons sociaal, politiek, economisch en cultureel gedrag. Mensen werken samen via wiki’s. Zonder internet was de Arabische lente onmogelijk, net zoals de boodschappen die IS verspreidt. Het web beïnvloedt de economie én onze cultuurbeleving. En net omdat deze verandering zo snel, zo diepgaand en zo ingrijpend is, spreken we van een revolutie.

Tot hier het antwoord op je dubbele vraag. Maar er is meer dan de negatieve gevolgen en de beïnvloeding. Even belangrijk is de vraag: hoe kunnen we het veilig en aangenaam houden op het internet? Met het antwoord op die vraag wil ik afronden. Om in cyberspace te overleven is meer nodig dan programmeren. Er is niets mis met jongeren die algoritmes schrijven, maar de insteek is te beperkt. Computerwetenschap verschuift dat waar het werkelijk om draait, namelijk het samenleven in het digitale tijdperk, naar de marge. Alsof wie de mooiste algoritmes ontwerpt zich ook keurig gedraagt in een game, alsof programmeren de weerbaarheid op internet verhoogt. Bestuurders die hun auto reduceren tot wat er onder de motorkap gebeurt, zullen niet ver rijden. Het is niet omdat de chauffeur begrijpt hoe een motor werkt (het computationeel denken) dat hij verstandig rijdt. Tegenwoordig focussen rijscholen weinig op techniek. Ze brengen de leerling de wegcode bij, leggen hem uit hoe die is tot stand gekomen, ze brengen verkeersagressie ter sprake en maken duidelijk wat er gebeurt bij een overtreding. Dat is verkeerseducatie en die begint niet in de rijschool, maar in de kleuterklas. Om kleuters, kinderen en jongeren om te leren om met alles wat er mis kan lopen (gameverslaving, porno, seksting, cyberpesten, internetpedofilie, betrouwbaarheid van informatie...) is er een opvoedingswerk nodig van lange adem. Waar het om draait is hun digitale geletterdheid. Dit is de combinatie van drie vakken: informatievaardigheden, netiquette en mediawijsheid.  Informatievaardigheden leren je de betrouwbaarheid van informatie in te schatten (bijvoorbeeld: hoe gebruik ik Wikipedia?), netiquette helpt je samenleven in een digitale wereld (gebruik bijvoorbeeld GEEN HOOFDLETTERS, DAT ROEPT, gebruik een :-) en mediawijsheid leert je media verantwoord gebruiken. Programmeren moge dan het nieuwe zwemmen zijn, digitale geletterdheid is zoveel meer: het is watergewenning en zwemmen, het is duiken en pootje baden, varen, een kind uit het water helpen, navigeren, de wereld ontdekken. Kortom alles wat je nodig hebt om kritisch, alert en weerbaar in cyberspace te surfen. In het najaar komt er in het Vlaams Parlement een debat over de eindtermen en de vraag naar meer of minder ICT. De betrokken departementen zijn die van Hilde Crevits (Vlaams minister van Onderwijs) en die van Alexander De Croo (federaal minister van Digitale Agenda). Het zou goed zijn dat er tegen die tijd een bredere en meer gedragen visie is omtrent dit onderwerp.

Zo, ik hoop dat ik je hiermee heb vooruitgeholpen. En als je het bovenstaande in één zin wil samenvatten, onthou dan dit: gedraag je online net zoals je je offline gedraagt en doe en zeg online enkel wat je ook offline zou doen of zeggen. Fijne groet!

Bibliografie

  • Giovanni Samaey & Jacques Van Remortel.  Programmeren is het nieuwe zwemmen. In: De Standaard, woensdag 1 april 2015.
  • Tom Ysebaert. ‘Leer alle kinderen programmeren op school.’ In: De Standaard, woensdag 1 april 2015.
  • Benedict Wydooghe. Zwemmen volstaat niet in een digitaal bad. In: De Standaard, donderdag 2 april 2015.

 

 

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw