Hoe schadelijk is zink oxide?

Toon, 19 jaar
18 april 2015

Wij hebben thuis een natuurlijke zwemvijver (met vissen en zo'n bak met plantjes). Mijn vader had ergens gehoord dat je zink oxide kon gebruiken om de algen uit het water te weren, dus heeft hij bij een apotheker een pot gaan kopen. Ik zag nu de H en P codes (H410 en P273), die melden "zeer schadelijk in aquatisch milieu". Moet ik hem zeggen te stoppen? Hij gelooft niet dat het zo schadelijk is, nadat ik hem gewezen heb op de betekenis van die codes.

Antwoord

Beste Toon,

Heel goed dat je de gevaren- en voorzorgszinnen op de verpakking hebt gelezen. Die maken inderdaad al meteen duidelijk dat het hier niet om een ongevaarlijke stof gaat:

H410 (uit groep 4, duidend op gevaar voor het milieu): "Very toxic to aquatic life with long-lasting effects"
P273: "Avoid release to the environment"

De vroegere R- en S- zinnen waren misschien nog iets explicieter:

R50/53: "Very toxic to aquatic organisms, may cause long-term adverse effects in the aquatic environment"
S60: "This material and its container must be disposed of as hazardous waste"
S61: "Avoid release to the environment. Refer to special instructions/safety data sheet"

De combinatie van deze informatie vormt dus al een belangrijke aanwijzing dat het gaat om een gevaarlijke, toxische stof. De tweede aanwijzing zit natuurlijk rechtstreeks in je vraag (en de "toepassing") vervat: het product wordt hier gebruikt om algen te doden, om toxisch te zijn voor een integraal deel van het aquatisch milieu met andere woorden. Daarmee toon je dus direct aan dat het inderdaad zeer toxisch is voor (op z'n minst bepaalde) aquatische organismen, de algen worden namelijk gedood. Dat is op zichzelf al een belangrijk negatief effect: niet enkel de algen die door de mens als ongewenst ervaren worden verdwijnen, maar ook de algen die als belangrijkste voedselbron dienen voor een groot aantal invertebraten.

Daarnaast is een belangrijke vraag of zinkoxide ook toxisch is voor andere organismen dan algen. Dat is inderdaad zo, maar zoals met alle toxicanten het geval is, zijn niet alle soorten even gevoelig. De meest gebruikte manier om toxiciteit uit te drukken is op basis van een LC50-waarde. Dat is de concentratie waarbij binnen een bepaalde, meestal korte (bijvoorbeeld 96 uur) tijdsperiode, 50% van de organismen sterven.

Ik heb voor zinkoxide enkele LC50-waarden opgezocht. Veel algensoorten zijn inderdaad erg gevoelig, met LC50-waarden van 0.1 mg/L. In die grootteorde, en zelfs lager, vinden we echter ook bepaalde invertebraten terug (bepaalde insectenlarven bijvoorbeeld). Andere invertrebraten, zoals de watervlo, hebben een LC50-waarde van 1-3 mg/L. De meest gevoelige vissoorten, zoals de forel, hebben ook LC50-waarden rond 1 mg/L. Minder gevoelige soorten, zoals de karperachtigen, hebben hogere waarden (tot >5 mg/L), maar ook bij deze soorten worden sublethale effecten al vastgesteld bij concentraties lager dan 1 mg/L.

Hiermee heb ik enkele belangrijke elementen aangehaald die een rol spelen bij toxiciteit: 1) de gevoeligheid van de soort, 2) de blootstellingsconcentratie, 3) de blootstellingsduur (langere blootstellingsperiodes verhogen het risico), 4) het type effect (mortaliteit, sublethale effecten).

Je mag uit bovenstaande LC50-waarden dus niet besluiten dat je "veilig" bent als je onder die waarden blijft! Het gaat hier om acute (kortetermijn) toxiciteitsdata; bij een concentratie van 1 mg/L zal 50% van de forellen, of 50% van bepaalde ongewervelden, sterven binnen 96 uur! Natuurlijk wil je niet enkel mortaliteit voorkomen, maar ook andere effecten. Hierbij kan je denken aan verminderde groei, verminderde reproductie, gewijzigd gedrag, verminderde zwemcapaciteit, ... Bovendien wil je deze effecten niet enkel vermijden op korte termijn, maar ook op lange termijn (chronische toxiciteit) - het toegevoegde zinkoxide zal namelijk een hele tijd aanwezig blijven in de vijver. Een bijkomende factor hierbij is biomagnificatie doorheen de voedselketen: invertebraten zullen (overlevende) algen eten waarin zinkoxide aanwezig is, deze invertebraten (die zinkoxide bevatten afkomstig uit het water + uit de algen) worden opgegeten door vissen, die zelf zinkoxide accumuleren uit het water, rechtstreeks uit de invertebraten, en onrechtstreeks uit de algen.

Om dergelijke risico's in rekening te brengen bij de berekening van veilige concentraties, worden veiligheidsfactoren gebruikt. Hierbij wordt de LC50 van de gevoeligste soort gedeeld wordt door een bepaalde waarde, die in bovenstaand scenario 1000 zou bedragen. Om een laag, aanvaardbaar risico voor het aquatisch milieu te hebben, zou de zinkoxideconcentratie dus niet hoger mogen zijn dan 0.1 µg/L (of 0.1 mg per 1000 liter). Het spreekt voor zich dat bij deze concentratie ook de algen zullen blijven leven, en het dus geen nut heeft als "behandelingsmethode".

Als ik de internetfora die zich bezighouden met vijvers even nalees, dan worden dosissen van 1, 10 en zelfs 20 gram per 1000 liter geadviseerd. Dat komt overeen met concentraties van 1, 10 en 20 mg/L, de concentratie dus waarbij binnen 96 uur 50% van de forellen, en 50% van bepaalde invertebraten, zullen sterven. Na een dergelijke behandeling vrees ik dus dat veel planten-, invertebraten- en misschien zelfs vissoorten op korte termijn zullen sterven, maar vooral ook dat de overlevende dieren en planten het op lange termijn veel minder goed zullen doen, waardoor het biologisch evenwicht voor lange tijd verstoord is.

vriendelijke groet,

Dries Knapen

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen