Waardoor zijn sommige virussen/bacteriën via de lucht overdraagbaar en andere niet?

Loes , 42 jaar
10 november 2014

De hiv- en ebolavirussen zijn overdraagbaar via de lichaamsvochten en influenza-virussen via de lucht. Hoe komt dat? De griepprik krijg je ingespoten terwijl het normale influenza virus via de lucht komt. Gaat dat virus dan via het bloed naar de luchtwegen waar het zich kan vermenigvuldigen of worden de antistoffen in het bloed aangemaakt en bij infectie afgegeven aan de luchtwegen? En zijn bacteriën ook via de lucht overdraagbaar?

Antwoord

Dag Loes,

 

Virussen moeten in welbepaalde cellen zien te geraken om ons ziek te kunnen maken en om zichzelf te vermenigvuldigen. Ons afweersysteem doet er ondertussen alles aan om dit te verhinderen. Hoe virussen binnengeraken hangt daarom van 2 dingen af:

1. of ze zich toegang kunnen verschaffen via een welbepaalde route (via de lucht, via voeding, via zwembadwater, sexueel contact) tot de weefsels waar ze moeten zijn en tot in de cellen waarin ze moeten zijn (ze hebben daarvoor receptoren = eiwitten nodig om te binden met de toegangsstructuren en met de betrokken cellen die ze willen infecteren en enzymen nodig om structuren af te breken (verbindingen tussen cellen, membraan van cellen, enzovoort). Dit bepaalt hoofdzakelijk hoe en langs waar de virussen ons kunnen infecteren. Via een wonde kan het altijd: dan komt een virus rechtsteeks in lymfe en bloed en kan getransporteerd worden tot overal in ons lichaam.

2.met hoeveel de virussen aanwezig zijn: ze moeten immers het afweersysteem zien te ontwijken en dit lukt hen niet allemaal. Met hoe meer ze zijn, hoe meer kans dat ze overleven en je ziek kunnen maken. Dit bepaalt of speekseldruppeltjes (en dus via lucht als aerosols) infectie kunnen veroorzaken (bv. met influenza), of dat er zoals bij HIV zaad of bloed nodig is voor infectie.

Vaccins die toegediend worden zijn (meestal) geen hele virussen, maar slechts onderdelen of afgedode versies van virussen: zij kunnen zich geen toegang meer verschaffen, maar moeten meestal ingespoten worden, rechtstreeks in het bloed of in de weefsels, zodat ze via bloed en lymfe kunnen getransporteerd worden en een immuunreactie kunnen opwekken: dit gebeurt immers vooral in bloed (milt) en lymfeknopen. Antistoffen worden door de immuuncellen afgegeven aan bloed, lymfe en vloeistoffen tussen de cellen en kunnen hiermee ook het lichaam rond op zoek naar virussen. Er zijn zelfs antistoffen die van moeder naar ongeboren kind geraken en antistoffen die in speeksel, in de darm (gemengd met voedsel), longvocht, enzovoort geraken om daar de toegang te blokkeren.

Met vriendelijke groeten,
Myriam Meyers

KULeuven

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen