In welke mate heeft Petrofina een aandeel gehad in de Angolese burgeroorlog?

matthias, 32 jaar
10 september 2014

Antwoord

Dat is moeilijk te zeggen.

Petrofina ontdekte weliswaar als eerste olie in Angola (in 1955), maar werd vanaf de jaren 1960 een kleinere speler in de Angolese olieproductie - voornamelijk omdat andere firma's via off-shore oliewinning veel meer olie oppompten, het Amerikaanse Chevron op kop, nauw gevolgd door het Franse Elf Aquitaine. Anderzijds was Petrofina de enige firma die rechtstreeks met het oorlogsgeweld te maken kreeg, toen haar installaties in Soyo, provincie Cabina in 1993 werden veroverd door Unita-rebellen. De uitleg daarvoor is eenvoudig: het was de enige on-shore installatie, en dus het meest kwetsbaar voor oorlogsgeweld.

Maar de rol van de olie- en diamantbedrijven in het decennialange burgeroorlog is nog niet ten volle duidelijk. In 1999 leidde het Britse Global Witness een succesvolle campagne tegen het Zuid-Afrikaanse diamantbedrijf de Beers, dat de Unita-rebellen financieel steunde in ruil voor goedkope diamant, die vaak via Antwerpen werd verhandeld. De oliebedrijven op hun beurt financierden de Angolese regeringsleiders, zelfs al behoorden die in naam tot het andere kamp van de Koude Oorlog. Geschat wordt dat tot 90% van de overheidsinkomsten afkomstig waren uit de olie-industrie. Overigens was dat een pervers neveneffect van de olievelden: omdat daar makkelijk rendabele investeringen waren te doen, werden andere economische takken zoals landbouw of onderwijs onderontwikkeld. Bovendien was de tewerkstelling in de oliesector eerder beperkt en gebeurde de verwerking van de olie vooral in de VS, zodat de winst van de oliewinning vooral naar de overheid ging, en amper rechtstreeks naar de bevolking. Vanaf de jaren 1990 werden ook medewerkers van de oliebedrijven gekidnapt door rebellen, die daarop losgeld kregen. Op die manier wakkerden Westerse grondstoffenbedrijven een relatief beperkt conflict aan tot een burgeroorlog van 27 jaar, met een bijzonder brutaal regime. Een andere voedingsbodem voor de burgeroorlog was de Koude Oorlog, met o.a. Zuid-Afrika en Cuba die rechtreeks aan het 'Vietnam van Afrika' deelnamen. Met overigens vreemd effect: Cubaanse soldaten die Chevron-olieplatformen bewaakten.

De gevallen die het vaakst worden aangehaald, zijn evenwel vooral van andere firma's, eerder zelden van Petrofina. Vooral BP en Elf werden daarbij geviseerd, waarop die firma's zich verdedigden met argumenten dat dergelijke betalingen legaal waren, ook elders in de wereld golden, en dat ze onmogelijk een regering konden vertellen hoe die haar geld moest gebruiken. In 1994 brak in Frankrijk het 'Angolagate' uit, toen bleek dat de Franse regering had bemiddeld in een deal tussen Slovaakse wapenhandelaars en de Angolese regering. Chevron en Exxon blijven opvallend buiten schot. Nochtans huurden die firma's zeker ook beveiligingsfirma's die zich in de burgeroorlog mengden, o.a. Executive Outcome dat in 1993 materiaal recupeerde uit Unita-handen.

Maar een heel duidelijk beeld van de rol van Petrofina daarin, bestaat niet echt.

Reacties op dit antwoord

  • 20/09/2014 - matthias (vraagsteller)

    Beste dr. karl catteeuw. Ik dank u hartelijk voor uw verhelderende tekst! hartelijk, matthias.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2018
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen