Is de wet op de ontkenning van genocide wettelijk?

Anthony, 21 jaar
19 juni 2014

Het ontkennen van de Armeense genocide is wettelijk verboden in Frankrijk.
De wet zegt echter ook dat woorden en gedachten nooit bestraft kunnen worden. Betekent dit dat deze wet ongrondwettelijk is of niet?

Antwoord

Je vraag gaat eigenlijk over de Grondwet. Daarin staan de fundamentele rechten van alle Belgen, onder andere het recht op bescherming van de vrijheid van meningsuiting. In theorie mag iedereen zeggen wat hij of zij wil, voor zover er geen schade wordt berokkend aan iemand. Er bestaan evenwel situaties waarin een Wet kan afwijken van de Grondwet, om bijvoorbeeld te vermijden dat iemand aanzet tot haat of discriminatie. Welke situaties daarvoor in aanmerking komen, is een moeilijke kwestie. In de praktijk is het vooral het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de krijtlijnen vastlegt waarbinnen België beperkingen kan opleggen. Ons land is aangesloten bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat je moet samenlezen met de Grondwet, en ook bij het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten van de VN.  Er is consensus dat racistische meningsuitingen strafbaar zijn, of meer algemeen alles wat aanleiding geeft  tot het viseren van mensen omwille van factoren die deel uitmaken van hun identiteit (geloof, geslacht, geaardheid, huidskleur...).

Simpel gezegd: Verdragen en Grondwet beschermen je recht om te zeggen wat je wil. Maar er zijn uitzonderingen. Normaal bekijkt de rechter die uitzonderingen (waarin de staat dus wél mag optreden tegen jou omdat je een mening verkondigt) heel beperkend. Een vrij publiek debat is immers de basis van onze democratie.

Wat specifieke wetten over het verleden betreft, is de discussie heel ingewikkeld. Niemand heeft problemen met een wet die het ontkennen van de Shoah strafbaar maakt. De vraag is evenwel in welke mate dat kan worden uitgebreid tot algemenere categorieën. Aanzetten tot volkerenmoord vandaag of in de toekomst is een internationaal misdrijf, zonder meer. Niemand wil in de toekomst nog Rwanda, Joegoslavië... meemaken. Het verleden gaan openspitten, dat is wat anders. In Frankrijk is er en storm van protest bij juristen en historici rond de 'lois mémorielles', of de wetten waarmee de Wetgever het geheugen van een land wil vastleggen, onder andere door strafrechtelijke taboes in te voeren. Uiteindelijk zorgt dit voor situaties waar de historische 'waarheid' wordt gefixeerd, en niet langer de echte specialisten (onderzoekers), maar juristen (die hiervoor niet zijn opgeleid) bepalen wat kan en mag gezegd worden over feiten in het verleden. Bovendien is nagenoeg elke historische vraag politiek geladen. Door met eenvoudige meerderheid vast te leggen wat gezegd kan worden, en wat niet, dreig je een verankerde eenzijdige visie op de geschiedenis te krijgen. Of nog, internationale problemen te creëren. Stel dat België het strafbaar maakt om een feit te ontkennen dat in een andere staat zou zijn gepleegd, maar daar wordt ontkend. Dat komt erop neer dat het Belgische parlement rechter gaat spelen tegenover een ander soeverein land waarover het gewoon niet bevoegd is. Het is ook intern praktisch onmogelijk om processen te gaan voeren (en dus juridisch de waarheid te bepalen) voor genocides uit het verleden. Theoretisch is genocide een terugwerkend internationaal misdrijf, maar in de praktijk kan het oprakelen van oude discussies wonden terug openrijten.

In België is er niet echt een herinneringspolitiek zoals in Frankrijk, met bijzondere wetten die verplichten om iets in het onderwijs te behandelen. Zoals veel andere landen hebben we wetten die negationisme en racisme bestraffen, of nog een anti-discriminatiewet. Die staan niet ter discussie, want ze beschermen essentiële waarden van onze samenleving. Hoe dit debat evolueert, kan je nooit voorspellen. Afwegingen tussen Grondwet en Wet, of discussies over hoeveel ruimte er is voor overheidsingrijpen, hangen sterk samen met nationale geschiedenis en waardensystemen (wat vindt onze samenleving essentieel?).

De regel blijft voor alle duidelijkheid dat je mag zeggen wat je wil. Ook kwetsende en schokkende meningen vallen onder de bescherming van de Grondwet én de internationale verdragen. Indien iemand beschuldigd wordt van racistische, negationistische of discriminerende (strafbare) uitspraken, dan is het -zoals altijd in het strafrecht- aan de overheid (het openbaar ministerie) om te bewijzen dat de mening in kwestie niét beschermd is. Vrijheid is de regel, bestraffing de uitzondering voor echt krasse gevallen.

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Prof. dr. Frederik Dhondt

Rechtsgeschiedenis, Geschiedenis van het internationaal recht, geschiedenis van de internationale betrekkingen, 18de eeuwse geschiedenis, Franse geschiedenis; grondwettelijke geschiedenis, 19de-eeuwse politieke geschiedenis

Universiteit Gent

http://www.ugent.be

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen