Werden er, zoals in Nürenberg, oorlogsmisdadigers berecht na WO I?

jean-paul, 57 jaar
18 april 2014

Antwoord

Jazeker, tijdens de processen in Leipzig in 1921, die echter op een sisser uitliepen.

Het idee om verslagen partijen ook voor een rechtbank te brengen, was nieuw. Een Commissie van Verantwoordelijkheid, samengesteld uit de geallieerde partijen, formuleerde de regels, onderzocht de misdaden en stelde lijsten van beschuldigden samen. Daarover was nogal wat onenigheid; vooral de V.S. waren eerder terughoudend om voormalige staatshoofden te beschuldigen, om oorlogsregels retro-actief toe te passen en wilden liever een ad-hoc tribunaal na elke oorlog in plaats van een permanent oorlogstribunaal. Uiteindelijk werd in juni 1919 in de artikels 227-230 het Verdrag van Versailles besloten tot de oprichting van een permanent tribunaal, waarvoor vooral Duitsland (maar ook Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije) verdachten dienden uit te leveren.

Die harde aanpak werd echter nooit uitgevoerd, omdat vooral Duitsland de geallieerden deed twijfelen met een tegenvoorstel. In de zomer van 1919 werd door geallieerden al een lijst met 700 uit te leveren personen opgesteld, waaronder keizer Wilhelm II (gevlucht in ballingschap naar Nederland) en de voltallige Duitse legerstaf. Duitsland reageerde met de suggestie om voor eigen Duitse oorlogsrechtbanken processen te voeren, hetgeen bij Britten en vooral Italianen op bijval kon rekenen. De lijst werd daarop uitgedund tot slechts een 40-tal dossiers, waar lang mee getalmd werd. Uiteindelijk werden in 1921-1922 slechts 17 mensen in Leipzig berecht, waarbij geen enkel kopstuk. De vermoedens waren groot dat de onderzoekers en de rechters veel sympathie voor de verdachten hadden: het merendeel werd dan ook vrijgesproken, enkelingen kregen relatief korte celstraffen.

De uitwerking van de processen was bijzonder slecht.

  • In Duitsland werden ze ervaren als onrechtvaardig: het ging enkel Duitse processen terwijl geen van de andere centrale mogendheden gelijkaardige processen kende; het ging vooral om lagere pionnen die in opdracht handelden; militairen werden door burgers veroordeeld, bovendien voor daden die op dat moment niet als misdaad werden beschouwd.
  • Buiten Duitsland zag men de processen als een aanfluiting van rechtspraak, waarbij men eigen volk wit had gewassen of buiten schot hield. In Frankrijk en België werden daarom tussen 1922 en 1925 meer dan 500 eigen processen gehouden, waarbij Duitse militairen massaal, zonder degelijk onderzoek, meestal bij verstek en dus zonder verdediging veroordeeld. Zo werden in 1922 voor de twee eerste 'moorden van Beernem' bij verstek twee Duitse militairen veroordeeld op basis van bijzonder wankele veronderstellingen, een uitspraak die een echt onderzoek naar die moorden onmogelijk maakte.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het oorspronkelijke plan van een tribunaal voor oorlogsmisdadigers van de verliezende partijen heropgevist, maar ook sterker uitgevoerd. Er waren verschillende ad-hoc tribunalen met geallieerde rechters en onderzoekers, meestal vernoemd naar de voormalige concentratiekampen, met een wisselende graad van rechtszekerheid. De grote tribunalen van Nuerenberg en Tokyo focusten enkel op kopstukken (resp. 24 en 28), maar er waren veel andere tribunalen voor oorlogsmisdaden na WO II.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen