Hoe raakten de Spanjaarden in de Spaanse Nederlanden (16de eeuw), met Frankrijk ertussen?

Tom, 33 jaar
24 augustus 2013

In de 16de eeuw vielen de Nederlanden onder de heerschappij van Spanje. In deze periode van de Spaanse Nederlanden was er toch ook al Frankrijk dat daartussen lag, hoe kwamen de Spanjaarden dan hierheen? Was dat steeds per schip via de havens?

Antwoord

Beste Tom,

er bestond in de 17de eeuw iets als de Habsburgse corridor, ook 'le route des espagnols' of 'the Spanish Road' genoemd. Dit was een corridor voor het Spaanse huurlingenleger dat vanuit Italië, Spanje en Zwitserland inderdaad tot in de Nederlanden moest kunnen raken. De Tachtigjarige oorlog was een oorlog waar inderdaad massale infanterielegers gemobiliseerd werden, zeker als men vergelijkt met de eeuwen voordien. Cruciaal in de Tachtigjarige oorlog waren de steden die centrale pionnen en machtscentra waren in de Nederlanden. Door de nieuwe bastionverdediging waren een aantal onder hen ook haast oninneembare vestingen werden en slechts door een langdurige belegering door een massa infanterietroepen onderworpen konden worden, cfr. Antwerpen en Oostende bv. Men had langdurig enorme troepenmassa's nodig om de opstandige Nederlanden eventueel te kunnen overwinnen, wat handenvol geld kostte. De lange duur en de gigantische kosten waren dan ook de belangrijkste karaktertrekken van deze oorlog.

Spanje had ten eerste een vast "staande" leger, van toch al om en bij de 10.000 soldaten, dat verder bijna 80 jaar lang aangevuld diende te worden met Habsburgse, Italiaanse en Spaanse huurlingen, om voldoende betrouwbare infanterietroepen ter plaatse te kunnen hebben. Deze troepen werden voornamelijk geronseld via privé-agentschappen, de zgn. contractors. De belangrijkste problemen hierbij waren het aanvullen van het vnl. door muiterijen en sterfte permanent slinkende leger én het ter plaatse krijgen van deze troepen.

De Spaanse en Italiaanse troepen op een zo veilig en zo snel mogelijke wijze tot in de geïsoleerde zuidelijke Nederlanden laten oprukken, was immers één van de grote hinderpalen waar Spanje gedurende de hele Tachtigjarige Oorlog mee af te rekenen had. Om deze afstand te overbruggen, werd een heel netwerk van militaire corridors tussen het zuiden en de Nederlanden ingericht, waarvan de belangrijkste, le route des Espagnols vanuit Noord-Italiè over Savoye, Franche-Comté en de Elzas liep om via Luxemburg de Zuidelijke Nederlanden te bereiken. Er bestond met andere woorden een netwerk van middeleeuwse, feodale vorstendommen die onder Habsburgse controle stonden (de gekende nationale grenzen van Frankrijk bestonden nog niet zoals vandaag).

Een probleem dat zich stelde bij het houden van een leger van een kleine 100.000 man over deze grote afstand, was de politieke controle. De juridische, financièle, e.a. macht over het leger berustte in handen van de Kapitein-generaal (bv Alexander Farnese). De Spaanse Koning was verre van tevreden met de grote macht die de Kapiteins-generaal in handen hadden en heeft altijd getracht het reilen en zeilen van deze personen, o.m. d.m.v. rechtstreeks van de Koning afhangende financièle inspecteurs, nauwlettend in de gaten te houden.

De tweede grote moeilijkheid waarmee Spanje bij deze oorlog te kampen had, was het financièle probleem. Het bijna 80 jaar lang op de been houden van dergelijke troepenmassa kostte Spanje immers handenvol geld en maakte het zelfs meermaals bankroet. Spanje trachtte in eerste instantie de zware oorlogskosten door de (zuidelijke) Nederlanden zelf te laten dragen, wat echter onvoldoende was om de oorlog te winnen. Geldtoevoer uit Spanje bleef nodig en werd enerzijds uit de rijkdommen van de Spaanse kolonies gehaald en anderzijds uit belastingen op het Iberische schiereiland. Deze belastingen leidden o.m. tot opstanden in Catalonië en Portugal en crisis in Castilië. De Tachtigjarige oorlog kostte Spanje enkele honderden miljoenen florijnen.

Hiermee hing het probleem van de "tijdige" uitbetaling van de soldatenweddes en de daaruitvolgende muiterijen nauw samen. De levensomstandigheden in het leger waren immers niet al te florissant en de lonen bleven meestal maanden, zoniet jaren, onbetaald. Hoewel zekere moderne humanitaire hervormingen (ziekenzorg, onderdak, enz.) de levenskwaliteit in het leger verbeterden, bleven veelvuldige en grote muiterijen niet uit. Deze grote, meestal langdurige muiterijen waren financiële en militaire rampen voor Spanje. Deze muiterijen en deserties vormden één van de belangrijkste redenen waarom Spanje de oorlog uiteindelijk niet heeft kunnen winnen. Alles tesamen was de combinatie van de moeizaamheid van het transport met de grote kosten van het op de been houden van tienduizenden huurlingeleger als een molensteen om de nek van Spanje.

Meer kan je lezen in een oud maar goed boek:

Parker, G., 1972. The Army of Flanders and the Spanish Road, 1567-1659. The Logistics of Spanish Victory and Defeat in the Low Countries' Wars. Cambridge.

 

Dries Tys, VUB


 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen