Waarom lezen we zo weinig over het geloof vóór Jezus Christus?

Leyla, 25 jaar
13 augustus 2013

Onze jaartelling is begonnen vanaf Jezus Christus, maar wat is er daarvoor geweest? Hoe kan het dat de Egyptenaren vroeger in de zonnegod etc. geloofden, en dat de mensen van de Indusvallei (veda's) in wat anders geloofden, en de Inca's, Maya's geloofden ook in wat anders? Waarom gingen velen ineens in Jezus of Allah geloven en zijn al die andere religies verdwenen?

Antwoord

Beste Leyla, dat is een hele mooie vraag. Ik ga je meteen vertellen dat ik dit zal beantwoorden als de vrijzinnige wetenschapper die ik ben, niettemin, dat is denk ik een immens voordeel omdat we vanuit dat perspectief religie als fenomeen kunnen inschatten zonder zelf betrokken te zijn.

Ten eerste kunnen we wetenschappelijk aantonen waar en hoe religies ontstaan. Daar hebben we in de eerste plaats de archeologie voor en in tweede instantie tekstuele bronnen. Zo kunnen we vaststellen wanneer religie evolueert van een sjamanistische natuurgodsdienst (zoals we die kunnen reconstrueren voor de prehistorie maar ook voor nomadenvolkeren als de Indianen, de pygmeeën enz.) tot een religie waarin goddelijke krachten vorm gegeven worden, waarna die vormen gaan evolueren tot menselijke figuren. De overgang zien we voor het eerst in de Levant (Libanon-Syrië-Palestina). Daar worden 10.000 jaar geleden langzamerhand voor het eerst tempels gebouwd rond ... bomen. Kan het mooier? De boom wordt als symbool van natuurkracht (geboorte, stam, cfr. onze hele stamboomsymboliek, en de latere rol van Yggdrasil in de Germaanse godsienst) tot "god" verheven en krijgt een symbolische heilige ruimte waar er rituelen worden uitgevoerd. In dezelfde optiek worden in die vroege tempels naast bomen ook de zon en het vuur aanbeden. Later gaan die krachten dus over op verschillende goden, ook buiten Europa en de Levant, we zien overal langzaam een gelijkaardig proces verlopen.

Nu is er in dat Nabije Oosten iets heel cruciaals gebeurd: in de loop van het eerste millenium "voor Christus" (het is nu eenmaal de gangbare tijdrekening), is men in dezelfde Levant, en dan vooral in Palestina-Israël, het aantal goddelijke krachten en figuren beginnen herleiden naar slechts enkele almachtige figuren, een moedergodin en een vadergod. Ongeveer in de derde/tweede eeuw voor Christus wordt daar uiteindelijk ook de moedergodin overboord gegooid en blijft de énige en almachtige (mannelijke) godsfiguur over, het monotheïsme is geboren. ("God" is dus effectief op een bepaald moment in de geschiedenis "uitgevonden" en we kunnen dat ook dateren).

Nu is het zo dat het succes van monotheïsme heel sterk en intrinsiek gebseerd is op een idee van "exclusiviteit". Die ene god is almachtig, er is geen alternatief, elk afwijkend idee is ketters en ongelovig. Meteen ontstaat ook de tendens om alle mogelijke vormen van andere en oudere religies te verwijderen. Die zijn conceptueel namelijk onmogelijk geworden. Dat vinden we terug in alle versies van dit Levant monotheïsme, zijnde de Joodse religie, het Christendom in al zijn varianten en uiteindelijk ook de Islam.

Het Christendom heeft hierbij een extra stap gezet, en zich verbonden met de legitimatie van de keizerlijke macht in het Romeinse Rijk. De keizer was keizer omdat God het wilde en de Keizer legde zelf het monotheïstische Christendom op aan zijn hele rijk en netwerk, omdat trouw aan zijn macht en geloof in die ene god gelijkgeschakeld werden. Na de val van het Romeinse Rijk, werd dit principe overgenomen door alle koningen die de rol van de keizer hebben overgenomen.

Die combinatie van macht en monotheïsme, maar nog meer de intrinsieke exclusviteitsidee binnen monotheïsme hebben gemaakt dat overal waar Christendom en Islam voet aan de grond kregen, er meteen het discours werd opgehangen dat de bestaande, oudere religies heidens en fout waren, en dus uitgewist moesten worden, hetgeen ook overal gebeurd is. Dat noemen we dan "bekering". We zien dit in Noord-West Europa waar de Germaanse godenwereld werd bestreden (volg maar het spoor van de missionarissen doorheen Engeland, Nederland, Scandinavië etc.), maar ook in Amerika, waar idem gebeurde met alle bestaande religies eenmaal Amerika door de Christenen gekoloniseerd werden. In gebieden in de wereld die niet gechristianiseerd of geïslamiseerd werden, omdat bv. bestaande politieke machten te groot waren (India, China, enz.), kregen we geen exclusief monotheïsme.

Met andere woorden, de formatieprocessen van het Christendom en ook de Islam hebben ten eerste voor een uniformisering gezorgd in een heel groot deel van de wereld en ten tweede voor het noodzakelijke uitwissen van alle religies die voordien bestonden. Dit laatste is echter maar gedeeltelijk gelukt. Niet altijd en overal kon de monotheïstische religie te vuur en te zwaard opgelegd worden. Soms moest men door compromis en vergelijk het monotheïsme aanvaard laten worden, door de bestaande religieuze praktijken te verbinden aan die van het monotheïsme. Zo komt het dat wij bv. in de naam van weekdagen gek genoeg nog steeds verwijzen naar de oude goden Wodan in woensdag, Freya voor vrijdag, Thor voor donderdag, of dat de Christelijke feestdagen zoals Kerstmis eigenlijk op de oude religieuze momenten van de natuurgodsdiensten plaats vinden (Kerst op de zonnejaarwende bv.).

Het is complexe maar boeiende materie.

Vriendelijke groet Dries Tys

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen