Zijn vogels dom?

Chris, 59 jaar
26 mei 2008

Vogels hebben een heel klein hersenvolume om gewicht te besparen om te kunnen vliegen. Gebruiken vogels hun hersenen op een meer efficiƫnte manier?

Antwoord

In tegenstelling tot het algemeen bestaande beeld dat vogels dom zijn, vertonen redelijk diverse groepen van vogels een vrij grote mate van inzicht en redeneervermogen. Dit is meest van al zo bij kraaiachtigen en papegaaien. Hoewel hun complex gedrag (vooral vroeger) vaak aan 'instinct' werd toegewezen, hebben al een redelijk aantal wetenschappelijke studies aangetoond dat deze 2 groepen vogels (en zelfs vogelsoorten zoals duiven) over redelijk wat 'cognitie' beschikken. Met deze laatste term word bedoeld: de mogelijkheid om inzichten in een situatie te vertonen, meer dan het enkel toepassen van voordien aangeleerd gedrag (zowat het dierlijk equivalent van 'intelligentie').

De cognitieve capaciteiten die dieren kunnen vertonen zijn logischerwijs gerelateerd aan het aantal hersencellen dat zich met deze mentale processen bezig houden. Doordat de hersencellen bij de meeste diersoorten van vergelijkbare grootte zijn, wordt het aantal neuronen weerspiegeld in de hersenmassa. Een belangrijk punt hierbij is dat naarmate het aantal hersencellen toeneemt, het aantal verbindingen tussen de hersencellen in veel grotere mate toeneemt, zodat de hersenmassa exponentieel toeneemt met een rechtlijnige toename van het aantal hersencellen. Vogels moeten dus (evolutief gezien) kiezen tussen de cognitieve voordelen die meer hersenmassa met zich mee zouden kunnen brengen en de nadelen ervan met betrekking tot meer gewicht en dus een grotere inspanning tijdens het vliegen.

Dit hebben ze echter op een interessante manier opgelost. Ze hebben namelijk het aantal en de lengte van de verbindingen tussen hun hersencellen drastisch kunnen beperken door een 'modulaire opbouw' van de hersenen aan te wenden. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat de hersencellen in plaats van één groot team te vormen, zich hebben onderverdeeld in een groot aantal kleinere teams, waarvan de leden dicht bij elkaar gelegen zijn en zich per team met een specifieke taak bezighouden, waarvan het eindresultaat kan worden doorgegeven aan de andere teams die er gebruik van kunnen maken.

Het is misschien ook nuttig te vermelden dat indien men soorten met elkaar vergelijkt, de mate van cognitieve capaciteiten eerder lijkt af te hangen van de relatieve dan van de absolute hersengrootte. Dat wordt mooi geïllustreerd door de mens te vergelijken met bijvoorbeeld een blauwe vinvis of een andere grotere walvisachtige. Als je dit principe toepast op de kraai, dan blijkt deze een relatieve hersengrootte te hebben die overeenkomt met die van onze naaste verwant, de chimpansee. En studies naar de cognitieve mogelijkheden van deze soort en zijn naaste verwanten lijken op het eerste gezicht deze relatie te bevestigen. Het aloude beeld van de 'domme vogels' blijkt dus meer en meer een fabeltje te zijn.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

 Alain Van Hout

Gedragsbiologie, gedragsendocrinologie, ornithologie

Universiteit Antwerpen
Prinsstraat 13 2000 Antwerpen
http://www.uantwerpen.be

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen