Kan je in het Latijn/Italiaans een invloed terugvinden van het oude Grieks ?

Hilde, 43 jaar
24 mei 2008

Als we nu kijken naar het huidige Nederlands, vinden we invloeden van andere talen.
Maar ten tijde van het Latijn in de Romeinse Rijk, sprak men ook zeer veel Grieks. Vandaar mijn vraag: kan je in het Latijn zulke invloeden van het Grieks tervinden die ook nog zijn doorgesijpeld naar het Italiaans/Frans/Portugees ...
Hiermee bedoel ik niet de gekende woorden (eindigend op -logie en -sofie) maar eerder in de dagdagelijkse taal.

Antwoord

Het oude Grieks heeft permanent invloed uitgeoefend op het Grieks. Het was een cultuurtaal voor het Latijn dat werd in het Middellandse-zeegebied, wat onvermijdelijk tot lexicale invloeden leidt.

De eerste invloeden situeren zich al voor het Klassieke Latijn, vooral vanuit het Grieks in het zuiden van Italië (Magna Graecia) en door de inbreng van Griekse zeevaarders en handelaars. Die eerste invloed heeft vooral op de lagere klassen ingewerkt, zoals vandaag het Engels door zijn prestige in subculturen (zoals popmuziek) een invloed uitoefent op onze talen. Later heeft Rome Griekenland veroverd (eerste eeuw voor JC) en heeft de elite de invloed ondergaan van de grote Griekse cultuur, wat zijn sporen nalaat in het Klassieke Latijn.

Verder is het christelijk Latijn sterk beïnvloed door het Grieks omdat deze taal de eerste voertaal was van de eerste Christenen tot de 2de eeuw na Christus. Een bijzonder groot deel van onze religieuze woordenschat is Grieks en in onze talen binnengedrongen via het (christelijk) Latijn.

Aangezien deze vooral lexicale invloed aanwezig is in alle registers van het Latijn (ook in de volkstaal, zie eerste periode) zijn deze elementen ook aanwezig in alle Romaanse talen. Om één taal als voorbeeld te nemen: woorden als chambre, bourse, place, planche, pourpre, grotte, gouverner, beurre, huile, corde, chaise, bain zijn van Griekse oorsprong; hetzelfde geldt voor parole, moine, prêtre, église, ange, enz.

En dus ook voor de Nederlandse woorden kamer, beurs, plaats, plank, purper, grot, boter, olie, monnik, priester, engel, enz...

Deze woordenschat heeft vooral te maken met de domeinen waarin de Griekse beschaving een invloed heeft gehad op de Romeinse (de zeevaart, de urbanisatie en architectuur, de geneeskunde) en met de handelsactiviteiten van de Griekse zeevaarders (landbouwproducten uit het Oosten, en scheepvaarttermen).

Op volksniveau vindt men bv dat zelfs de vloeken uit het Grieks werden overgenomen, zoals in onze Vlaamse dialecten vloeken dikwijls uit het Frans komen. 

De aanwezigheid van het Grieks in onze westerse cultuur is via het Latijn niet weg te denken, en verklaart ten dele waarom vroeger de "klassieke" vorming zowel Grieks als Latijn omvatte. Men kan de rol van het Latijn en de beschaving die deze taal droeg slechts ten volle vatten door beide talen in verband te brengen.

In de middeleeuwen heeft het Grieks verder invloed uitgeoefend maar dan rechtstreeks op de Westerse talen, en van voor de Renaissance is men het Grieks en het Latijn gaan gebruiken om nieuwe woorden (meestal technische en wetenschappelijke) te vormen. Op dit laatste maakt u in uw vraag allusie door te verwijzen naar woorden op -logie en -sofie. Die hebben inderdaad niets gemeen met de in de Westerse talen geërfde Griekse woordenschat via het Latijn. 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

prof. Eugeen Roegiest

Linguïstiek van de Romaanse talen en het Spaans in het bijzonder

Universiteit Gent

http://www.ugent.be

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw