Wat is het nut van klonen ?

Erwin, 42 jaar
10 maart 2012

Wat ik hier reeds gelezen heb is dat klonen geen 100 procent kopie is van de gekloonde. Bij katten ziet de vacht er bv. anders uit. Ik zou denken dat klonen eruit zou moeten bestaan dat twee mensen (of levensvormen) op hetzelfde ogenblik met net dezelfde gedachten moeten zitten. Ik begrijp dat er invloeden van buitenaf zijn, maar wat als twee gekloonde mensen in één kamer zitten en er zijn geen invloeden van buitenaf. Als zij dan niet dezelfde gedachten hebben waarom dan klonen ? Dan kan je toch evengoed twee van elkaar vreemde mensen nemen. Of moeten we dan in de richting gaan van de film ' The Island (2005)'

Antwoord

Dag Erwin,

Een kloon is strikt gezien een genetisch identieke kopie. Zo zijn ééneiige tweelingen in principe klonen van elkaar, omdat ze genetisch identiek zijn. Ook wanneer je een ent neemt van een plant, zijn moederplant en de ent genetisch identiek en dus klonen. Dit soort klonen zijn in principe niet veel anders dan klonen die in het labo werden gemaakt, en waarvan het schaap Dolly het best gekende voorbeeld is.

Echter, levende organismen zijn meer dan hun DNA alleen. Zo zijn zijn er inderdaad omgevingsinvloeden. Een plant die in een zonnige omgeving met veel meststoffen en voldoende zonlicht opgroeit, zal er ongetwijfeld sterk verschillen van zijn kloon die in een zilte bodem met weinig zonlicht en weinig voedingsstoffen opgroeit. Bij een tweeling zal de huid van de broer of zus die rond de evenaar is opgegroeid merkelijk donkerder zijn dan die van de broer of zus die in hoge noorden leeft.

Daarnaast zullen ook twee genetisch identiek planten die in de dezelfde bloembak staan, verschillend zijn. Dit komt doordat het genotype (een moeilijk woord voor het genetisch materiaal) en het fenotype (de uiterlijke kenmerken) niet in een één-één verband met mekaar zijn gelinkt. Zo heeft het toeval een sterk bepalende factor in het proces van de ontwikkeling van een organisme. En voor wie niet in het toeval gelooft, zijn deze toevalsfactoren waarschijnlijk steeds terug te brengen tot omgevingsfactoren. Zo kan een verschil in één of enkele eiwitten tijdens de ontwikkeling ervoor zorgen dat een bepaald gen meer of minder tot expressie komt. Dit kan vervolgens een cascade aan andere gevolgen hebben, en uiteindelijk bepalen waarom de ene tweelingsbroer of -zus een centimeter groter is dan zijn of haar broer of zus.

Wanneer we nu nog iets verder ingaan op het woord "kloneren" moeten we erbij vermelden dat het maken van identieke organismen (type Dolly) slechts één interpretatie van het woord is. In het biologisch, biotechnologisch en biomedisch onderzoek wordt het woord ook gebruikt om het maken van genetisch gewijzigde organismen of DNA-elementen door het maken van kopieën van genen, aan te duiden. Zo is er reeds veelvuldig gekloneerd met het gen voor Groen Fluorescent Proteïne (GFP). Dit GFP-gen werd in eerste instantie uit een kwal gehaald en vervolgens in bacteriën, gisten, wormen, insecten, muizen en zelfs apen gekloneerd. Dit ter illustratie dat je bij kloneren niet onmiddellijk hoeft te denken aan het dupliceren van organismen (Dolly en consorten) maar ook aan het dupliceren van aparte genen.

Nu, wat is dan het nut van kloneren?

Het duidelijkste is de tweede interpretatie die ik gaf van het woord "kloneren". Onderzoekers die een bepaald gen of genproduct (een eiwit) willen onderzoeken, doen dat liefst in een zo eenvoudig mogelijk organisme. Het kloneren van een gen in een bacterie is een week werk, een gen in een muis brengen vaak een aantal jaar. Wanneer een muis-gen in een bacterie is gebracht, is het dus veel makkelijker te bestuderen. 99% van het kloneer-werk is dit soort klonering.

Ook aan het kloneren van volledige organismen heeft zo zijn redenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat een aantal fenotypische kenmerken wel in één-één relatie staan tot hun genotype. Denk bijvoorbeeld aan de bloedgroep, of immunologische kenmerken. Men zou kunnen denken aan het kloneren van mensen omdat de kloon dan bijvoorbeeld de perfecte match zou zijn als stamcel- of orgaandonor. Of een stier die superieur zaad levert voor de veeteelt zou naar het einde van zijn leven gekloond kunnen worden om de volgende generatie koeien met dat waardevolle zaad te bevruchten.

Conclusie:
Het maken van 100% fenotypisch identieke organismen is onmogelijk doordat er geen één-één relatie is tussen het DNA en de uiterlijke kenmerken.

Groeten,
Benjamien

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

dr. Benjamien Moeyaert

Biochemie, biofysica, spectroscopie, microscopie, neurowetenschappen, virologie, gentherapie

Katholieke Universiteit Leuven
Oude Markt 13 3000 Leuven
https://www.kuleuven.be/

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw