Waarom zou tijdsverandering of tijdswaarneming veranderen naarmate snelheid verandert?

Erwin, 42 jaar
6 maart 2012

Iedereen heeft het over hetzelfde, hoe sneller je reist, des te groter wordt je massa en wanneer je met de lichtsnelheid reist is je massa oneindig en staat de tijd stil. Snelheid wordt toch gemeten vanuit een bepaalt punt. Je moet je verplaatsing kunnen meten met een tijdseenheid. Dus zoveel km/sec ten opzichte van iets anders.

Wel, wat is nu het verschil: Ik vlieg met de lichtsnelheid een planeet voorbij en de planeet staat stil, of de planeet vlieg mij voorbij met de lichtsnelheid. In principe is dit toch hetzelfde, want ik refereer me tot die planeet.
Waarom zou tijd dan veranderen? Ik heb het hier niet over de energie die nodig is om mezelf of een planeet te laten bewegen.
Waarom zou een waarneming als tijd dan veranderen. Je (of die planeet) vliegt gewoon snel.

Ik heb hier verschillende vragen en antwoorden gezien van 'wat is tijd', maar neem nu dat morgen alle atomen in het heelal stilstaan, niets beweegt nog, planeten draaien niet meer. Dan bestaat de tijd als waarneming toch niet meer, er verandert niets meer.

Mocht morgen de aarde sneller gaan draaien en sneller een baan om de zon gaan maken, dan zullen we volgens mij niet vlugger sterven, we gaan gewoon onze klokken moeten aanpassen.
Neem nu het meest ongelooflijke of onmogelijke(?); als de aarde tegen de lichtsnelheid zou gaan draaien en op voorwaarde dat we er niet afvliegen, dan zou dus de tijd gaan stilstaan? Vind ik vrij ongeloofwaardig.

Dus om een lang verhaal korter te maken, waarom zou tijdsverandering of tijdswaarneming veranderen naarmate snelheid verandert? Ik denk hierbij aan die planeet die mij voorbijvliegt, dus ik ga dan eigenlijk ook aan de lichtsnelheid.
Ik hoop dat ik het hier niet te moeilijk gemaakt heb.

Antwoord

Dag Erwin,

Tijd en ruimte zijn erg tegenintuïtieve zaken geworden sinds de ontdekking van de relativiteitstheorie. Tijd wordt tegenwoordig objectief gedefinieerd als het aantal golfjes dat een bepaalde atoomsoort (Cesium dacht ik) per seconde uitzendt. Dat betekent dat tijd afhangt van materiële zaken, en van de eigenschappen van de ruimte waar die materiële zaken zich in bevinden. Ook afstand wordt gedefinieerd aan de hand van een materiaal object, namelijk een bepaalde staaf die ergens in Parijs wordt bewaard. Stel dat men die staaf of een cesium-atoom in de buurt van een zwart gat brengt, of je versnelt deze objecten met een grote g-kracht, zodat ze van lengte en van frequentie veranderen, dan betekent dat dat afstanden en tijd daar anders zijn. Andere mogelijkheden hebben we niet. Je zou namelijk net zo goed kunnen beweren dat alles elke seconde tienmaal groter wordt, en dat niemand dat merkt omdat ook onze meetinstrumenten tienmaal groter worden.

Je zou inderdaad wel koppiger kunnen zijn en vereisen dat afstanden absoluut moeten zijn, gemeten vanop onze trage aarde, terwijl tijden wel relevant zijn om te meten vanuit een reizend ruimtestation. Stel dat een vijandige planeet op duizend lichtjaar van de aarde een leger getrainde strijders naar ons zendt. Deze strijders hebben nochtans maar een biologische leeftijd van, bijvoorbeeld, honderd jaar. Dan kunnen ze toch levend de aarde bereiken als ze maar voldoende versnelling kunnen weerstaan, zodat hun biologische klok trager gaat tikken. Stel dat ze, biologisch gesproken, twintig jaar ouder zijn geworden als ze hier toekomen, dan betekent dat dat ze in zekere zin wel aan vijftig maal de lichtsnelheid hebben gereisd. Dit overschrijden van de lichtsnelheid is mogelijk omdat afstanden en tijden gemeten zijn vanuit verschillende waarnemingsstelsels. Je dient natuurlijk te begrijpen dat deze strijders, vanuit de perceptie van de trage planeten, iets meer dan duizend jaar hebben gereisd.

groeten,

Ward

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen