Is het niet zo dat de kans op een overrgang van moleculen naar leven - in de evolutietheorie - even (on)waarschijnlijk is als de kans dat er een god of hoe je ook wil, de trigger was? Hoe kunnen we dat begin van leven falsifieerbaar maken?

sara, 22 jaar
15 april 2011

Eerst en vooral ben ik absoluut geen creationist of wat dan ook, ik meen dat de evolutietheorie heden de beste verklaring geeft voor een heel aantal processen die we vandaag kunnen waarnemen. Waarover ik me wel vragen stel is over de toetsbaarheid/ falsifisieerbaarheid van de theorie, ten minste als wat ik hierna zeg onder de evolutietheorie valt. Vooral bij het absolute begin vind ik dat wat lastig. Namelijk het feit dat uit de oersoep op aarde plots een cel zou ontstaan zijn. De kans dat plots een semipermeabel membraan gevormd werd, met daarin op zijn minst een sequentie van nucleïnezuren die op een bepaalde manier afgeschreven konden worden tot linksdraaiende aminozuren en een mechanisme hadden tot replicatie lijkt mij heel erg klein. Ik vind het dan ook een zeer gedurfde stelling om te zeggen dat dit ooit zo gebeurde. Ik zou willen dat dit falsifieerbaar wordt, dat men dit onder gecontroleerde labo-omstandigheden kan nabootsen. Hoewel ik atheïst ben, lijkt mij op dit moment de kans dat deze overgang van moleculen tot leven berustend op toeval net zo waarschijnlijk als dat er een god of hoe je het ook wil noemen de trigger was.

Mijn vraag is dus: maakt deze overgang van niiet levend naar levend onderdeel uit van de moderne evolutietheorie en indien ja, welke argumenten zijn er om deze stelling toch te rechtvaardigen?

Antwoord

Het is inderdaad erg moeilijk om dergelijke hypothese te toetsen omdat de hypothetische gebeurtenissen waarover je het hebt zich hebben afgespeeld over een zeer lange tijdspanne en die kun je niet zomaar nabootsen in laboratoriumomstandigheden (omdat de levensduur van de onderzoeker te beperkt is!).


Toch kunnen de meeste onderdelen van het scenario in experimentele omstandigheden worden nagebootst:

1) RNA-nucleotiden kunnen spontaan ontstaan uit eenvoudige (anorganische) moleculen waarvan men kan aannemen dat ze aanwezig waren in de nog dode oersoep; dit werd in vitro bekomen door die oersoep na te bootsen
2) bepaalde RNA-moleculen kunnen zichzelf kopiëren en dit wordt bevorderd (gekatalyseerd) door kleideeltjes
3) bepaalde RNA-moleculen kunnen hun eigen replicatie, eiwitsynthese of andere functies katalyseren
4) wanneer men eenvoudige fosfolipiden mengt met water, vormen deze een soort membraan dat een binnenruimte afgrenst 
5) wanneer men bepaalde RNA-moleculen, of RNA en kleideeltjes, mengt met fosfolipiden en water, ontstaan membraan-gebonden blaasjes waarin RNA kan repliceren...

Zo kan men komen tot een soort eenvoudige cellen waarin RNA de erfelijke informatie bevat en ook verantwoordelijk is voor een primitief metabolisme. Uiteraard kan RNA ook coderen voor eiwitten, die in een volgende fase complexer metabolisme mogelijk maken, enz. Uit RNA is DNA kunnen ontstaan, en zo zijn we vertrokken.

Dat dit hypothetische scenario zou kunnen plaatsgehad hebben in de toenmalige jonge oceaan enkele miljarden jaren geleden, maakt wel degelijk deel uit van de moderne evolutietheorie. Het lijkt me dat een "Goddelijke hypothese" helemaal niet te toetsen is.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen