Ik en mijn man zijn beiden A-, kan onze zoon dan O+ zijn?

Silke, 23 jaar
21 februari 2011

Ik ben 100% A-, mijn man denkt dat hij A- is. Onze zoon heeft O+. Kan dit of moet mijn man zijn bloed laten herprikken?

Antwoord


Om een antwoord op je vraag te kunnen begrijpen moet je twee dingen weten:
Enerzijds hoe het basisprincipe van genetica werkt, anderzijds waaruit het bloedgroepen-systeem bestaat. 



We beginnen met het basisprincipe van genetica

Onze chromosomen bestaan uit heel veel elementen die we genen noemen en die van belang zijn om te bepalen hoe we eruit zien, wat we kunnen of wat de eigenschappen zijn van ons bloed.

Genen hebben we altijd in het dubbel, eentje komt steeds van vader het andere steeds van moeder. De combinatie bepaalt hoe wij zijn. Soms kunnen genen samenwerken, soms overheerst het ene deel van het genen-koppel over het andere.

Bv. bloemkleuren: een rode en een gele bloem brengen een oranje bloempje voort omdat 1 rood en 1 geel gen samen oranje vormen. Hetzelfde geldt voor ons AB0- bloedgroepensysteem.


Bv. Het putje in de kin is een overheersende eigenschap. Heeft bv. vader het gen voor dit putje aan het kind gegeven, dan zal het kind ook een putje hebben zelfs al heeft moeder geen putje. Zo werkt het Rhesus + / - bloedgroepensysteem.





Nu toepassen op het het bloedgroepen systeem. 


Bloedgroepensysteem

Deel A - B - 0

Om onze bloedgroep te bepalen krijgen we eveneens een setje genen; eentje komende van vader, eentje komende van moeder.
Het gen wordt genoemd naar het soort aanhangsel (antigenen genoemd) erop. Ofwel zijn er A-antigenen, ofwel B-antigenen ofwel geen antigenen. We noemen de genen A, B of 0 (eigenlijk "nul" dus géén antigenen, maar mensen lezen het als O)

Je uiteindelijke bloedgroep wordt bepaald door de combinatie van vader- en moedergen.

A en A = bloedgroep A   (enkel A-antigenen)     --> meer correct zeg je bloedgroep AA
A en 0 = bloedgroep A   (immers enkel A-antigenen)  --> meer correct A0
B en B = bloedgroep B    (enkel B-antigenen) --> meer correct BB
B en 0 = bloedgroep B    (enkel B-antigenen) --> meer correct B0
0 en 0 = bloedgroep O   (geen antigenen) --> meer correct 00
A en B = bloedgroep AB (want zowel A- als B-antigenen) --> dus AB


dus als vader en moeder bloedgroep A hebben, kunnen zij een kind krijgen met bloedgroep O als zij allebei A0 zijn. Want zij geven telkens één deeltje van hun bloedgroep aan hun kind. Als vader en moeder beide het 0-gen geven aan het kind, zal het kind 00 zijn (dus bloedgroep O)



Deel C - D -  E

Het tweede gedeelte van de bloedgroep bestaat uit het Rhesus-gedeelte + (plus) of - (min). Dit is genoemd naar de Rhesus-aapjes waar men dit deel van de bloedgroep voor het eerst ontdekt heeft.

Of we + of - zijn hangt af van 3 setjes of genen die heel origineel C, D en E genoemd zijn. Als vervolg op A en B hierboven. 
Deze genen zijn ofwel overheersend (dominant genoemd) ofwel niet-overheersend (recessief genoemd). Als er eentje uit de reeks dominant is, dan zijn we Rhesus positief. Hebben we helemaal geen overheersende genen hier, dan zijn we Rhesus negatief.

Bij mensen die een dominant gen hebben, gaat het bijna steeds om een dominant D-gen.
Bij conventie (dus interationaal afgesproken) schrijven we dominante genen met hoofdletter en recesieve genen in kleine letter. 



Ook hier weer krijgt iedereen steeds één deeltje van elk genenkoppel van vader en het andere deeltje van moeder.

Iemand die Rhesus negatief is heeft dus altijd ccddee.
Iemand die Rhesus positief is heeft bv. ccDdee   --> zoals gezegd is 1 dominant gen voldoende om positief te zijn. 

Indien beide ouders Rhesus negatief zijn, kunnen zij uitsluitend een recessief (niet-overheersend) gen doorgeven aan hun kind en zal hun kind dus steeds negatief zijn.

Omgekeerd kan iemand die positief is, maar bv. ccDdee heeft, wel een negatief kind krijgen als hij/zij enkel de recessieve genen doorgaf aan het kind.
Iemand die ccDDee als genencode heeft (dus ook Rhesus positief), zal natuurlijk wel altijd een positief kind hebben, omdat hij/zij alleen maar dominante D-genen heeft om door te geven en eentje bij het kind volstaat om positief te zijn.



Conclusie

Als u met zekerheid A- bent en uw kind met zekerheid O+ dan kan uw man onmogelijk A- zijn.
Hij kan wel bloedgroep A hebben, maar niet Rhesus positief.

  • Moeders genenprofiel A- moet dan A0 ccddee zijn  
       
  • Uw kinds genenprofiel O+ moet dan 00  en minstens 1 dominante c, d of e (die niet van moeder kan komen aangezien moeder alleen maar recessieve c's, d's en e's heeft)  
      
  • Vaders genenprofiel _0  (kan 00, A0 of B0 zijn) en minstens een dominante c, d of e (meest waarschijnlijk dominante D)  --> dus vaders bloedgroep is A, B of O + 

Het deel van moeder geërfd:   0  cde
Het deel van vader geërfd:      0  ... ? (maar minstens 1 grote C of D of E)



Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen