Astronauten worden 'gewichtloos'. Wat betekent dit?

sohaib , 11 jaar
26 januari 2011

Antwoord

Lees dit antwoord best met je ouders, of een oudere broer of zus!

1) We gaan stenen gooien!
      Als je een steen horizontaal weggooit, buigt zijn baan naar beneden omdat de aarde hem aantrekt. Na een tijdje valt hij op de grond. Je kan je wel inbeelden, als je hem met een grotere snelheid weggooit, zal hij ook pas op een grotere afstand op grond raken.
      Stel nu eens dat je ongelooflijk hard kan gooien, en dat er niets in de weg staat. Dan zou je die steen met zo'n snelheid kunnen weggooien dat hij maar heel weinig naar de grond afbuigt, misschien net zoveel als het aardoppervlak zelf gekromd is. Dan zou die steen dus steeds op de zeflde hoogte boven de grond blijven rondvliegen. Hij valt nog wel, maar het aardoppervlak waarboven hij vliegt buigt net evenveel.

2) Een ruimteschip is ook zo'n steen.
     Op aarde lukt dat niet, omdat de lucht de steen zou afremmen, maar buiten de dampkring is het net dat wat gebeurt. Een ruimtestation vliegt zo snel rond de aarde dat zijn baan netjes de kromming van de aarde volgt. Het blijft steeds op dezelfde hoogte. Het valt eigenlijk nog wel, maar dan wel op zo'n manier dat zijn baan mooi de kromming van de aarde volgt. Het kan blijven ronddraaien want er is geen lucht om zijn snelheid af te remmen.

3) En daar komt onze astronaut.
     Een astronaut in dat ruimteschip beweegt in net dezelfde baan, en tegenover dat ruimteschip beweegt hij dus niet. Omdat hij precies dezelfde baan volgt als het ruimteschip rondom hem lijkt het alsof hij ten opzichte van dat ruimteschip niets weegt. Hij wordt niet naar de vloer of naar de wand of naar de zoldering getrokken. Maar in werkelijkheid bewegen hij en zijn ruimteschip met een snelheid van zo'n 28 000 km/h, maar dan wel in precies dezelfde baan.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2019
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen