Waarom hebben vele (oudere) kerken vaak TWEE torens, meestal zelfs naast mekaar?

Aline, 62 jaar
29 november 2009

Vele (klassieke) christelijke kerken hebben vaak twee kerktorens, veelal zelfs naast mekaar of in mekaars nabijheid. Zo zijn er vele voorbeelden te vinden in haast elke bouwstijl, in elk tijdperk en in vele landen. In Antwerpen heeft bij voorbeeld de (gotische) OLV kathedraal reeds sinds ongeveer 1500 twee kerktorens (alhoewel de tweede maar half afgewerkt is én er nog een derde zgn. vieringtoren gepland was). De vorige (neo-classicistische) parochiekerk van Sint Laurentius (Markgravelei, Antwerpen; oorspronkelijk getekend door Bourla) had ook 2 torens naast mekaar. Speelden hierin religieuze overwegingen? Voorkeuren van bepaalde kloosterorden of godsdienstige stromingen? Of bouwkundige stabiliteit? Of gewoon architecturaal-artistieke vrijheid? Dank bij voorbaat.

Antwoord

Het gebruik om een kerk van twee of meer torens te voorzien kent een lange geschiedenis die nauw verbonden is met de algemene evolutie van het kerkgebouw. Vroegchristelijke kerken (4de-6de eeuw) hadden soms een klokkentoren, maar die stond los van het kerkgebouw. Voorbeelden van dergelijke losstaande kerktorens zijn nog te zien in Italië, waar die traditie nog doorleefde tot in de late middeleeuwen.

Het gebruik om een kerk te voorzien van twee of meer torens gaat, zeker wat de middeleeuwse kerken betreft, terug op de Karolingische periode (eind 8ste en 9de eeuw) toen in de kerkarchitectuur van Noord-West-Europa enkele nieuwigheden werden ontwikkeld. De westelijke voorgevel van het kerkgebouw werd uitgebouwd tot een imposante westbouw of westwerk, een hoog en breed bouwmassief dat het westelijke uiteinde van de kerk markeerde. Het westwerk kon verschillende functies vervullen, zoals bewaarplaats van relieken of begraafplaats van een edele. Het bestond veelal uit twee verdiepingen - een voorhal op de begane grond en een ruimte (bv. kapel) op de eerste verdieping – die via trappen met elkaar verbonden waren. Aan de buitenzijde kon het westwerk bekroond zijn met een toren centraal op het westwerk of met twee torens op de uiteinden van het westwerk. De trappen tussen de begane grond en de eerste verdieping werden soms uitgebouwd tot traptorens, gelegen tegen de uiteinden van het westwerk. Sommige Karolingische kerken hadden ook torens aan hun oostelijke uiteinde, zoals een grote toren op de kruising of torens in de hoeken van het dwarsschip. De torens vervulden meer dan een louter praktische functie als klokken- of traptoren; ze markeerden het kerkgebouw ook als een “stad van God” tegenover de alledaagse wereld rondom.

Na de Karolingische tijd werd de bouw van kerktorens alleen maar ambitieuzer en werden ze ingezet om ook de status van de bouwheer, zoals een abdij of een bisschop, kracht bij te zetten. Enkele voorbeelden zijn de verdwenen abdijkerk van Cluny in Bourgondië (acht torens) en, in België, de kathedraal van Doornik (vijf torens, zie foto). In de gotische kathedralenbouw van de 12de en 13de eeuw in Noord-Frankrijk werd het schema van de westgevel met twee torens, die dus zijn oorsprong heeft in de Karolingische kerkarchitectuur, vrijwel algemeen. Dit model kende navolging elders, zoals in Brabant waar de grote kerken van Antwerpen (Onze-Lieve-Vrouw) en Brussel (Sint-Michiel en Sint-Goedele) twee westtorens bezitten. Voor Antwerpen dient wel vermeld dat de voltooide noordtoren in de eerste plaats fungeerde als belfort van de stad, iets wat ook in andere Brabantse steden vaak het geval was.

Kritiek op de soms megalomane torenbouw bleef echter niet uit en bij sommige kerken werden bewust geen torens gebouwd. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de kerken van bedelorden zoals franciscanen en dominicanen, die vanuit hun ideaal van nederigheid hoogstens een klein, houten torentje (dakruiter) op het kerkdak plaatsten. Ook na de middeleeuwen bleef de bouw van kerktorens sterk gelinkt aan de wens om identiteit en status uit te drukken (bv. de torens en koepels van sommige barokke kerken van de contrareformatie).

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2020
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen