Het juiste gebruik van het woord "voorzitter" of "voorzitster".

Marc, 73 jaar
27 november 2009

In de Dikke van Dale is enkel het woord "voorzitter" te vinden. Wat als een vrouw voorzitter is? Gebruikt men dan "voorzitster"?
In dagbladen op op TV worden de twee woorden gebruikt. Wat is correct?
Ik vermoed dat enkel "voorzitter" wordt gebruikt (man of vrouw).
Dank bj voorbaat.

Antwoord

Een uiterst interessante vraag, waar zeker veel mensen wel eens bij stilstaan. Een eenvoudig antwoord is er echter niet. Het gebruik van mannelijke dan wel vrouwelijke titels of beroepsnamen is in vele talen al jaren een discussiepunt. In bv. het Duits hebben enkele nieuwe oplossingen zich redelijk algemeen verspreid (bv. StudentInnen), maar in het Nederlands blijft het soms moeilijk. 

Vooral in de jaren 1980 was er in de feministische taalkunde veel protest tegen de 'onzichtbaarheid' van vrouwen in taal. Een bekend boek is dat van Dale Spender (1980), Man Made Language. Zij stelde dat de genderongelijkheid in het Engels in de eerste plaats het resultaat was van bewuste inspanningen om de sociale superioriteit van de man uit te dragen en te bevestigen. Veel woorden die eigenlijk voor zowel mannelijk als vrouwelijk gehouden kunnen worden, maar grammaticaal gezien een ongemarkeerde mannelijke vorm hebben, zouden door lezers als uitsluitend mannelijk worden geïnterpreteerd. Het gaat dan bijvoorbeeld over zinnetjes als Elke minister heeft z'n eigen departement. Je zou kunnen zeggen dat minister en z'n algemene vormen zijn die zowel op mannen als op vrouwen betrekking kunnen hebben, maar in de praktijk denkt bijna iedereen aan mannelijke ministers. Dat argument gaat dus nauwelijks op. Hetzelfde geldt ook voor voorzitter: sommige mensen halen aan datvoorzitster een lelijk nieuw woord is, en dat voorzitter eigenlijk geen mannelijke vorm is, maar de algemene neutrale vorm. Maar ook hier: bij een zin als De voorzitter opent de vergadering zullen de meeste lezers (ook vrouwen!) aan een man denken. Specifiek voor dit geval, kan ik terloops nog even vermelden dat het woord voorzitster al sinds het begin van de negentiende eeuw in het Nederlands voorkomt, en dus wel enig bestaansrecht heeft. Dat zijn dus allemaal argumentenom voorzitster in plaats van voorzitter te gebruiken.

Er zijn echter ook heel wat tegenargumenten te bedenken, en in recentere jaren hebben ook feministische taalkundigen net vóór het gebruik van het generische masculinum voor beide genders geijverd (d.w.z. het gebruik van één vorm, voorzitter,voor mannen én vrouwen). Net door consequent de ongemarkeerde vorm te gebruikenvoor mannen én vrouwen, kan men proberen de 100% mannelijke lezing die hierbovenwerd aangehaald, op de helling te zetten. Met andere woorden: hoe vaker men voorzitter ook voor een vrouw gebruikt, hoe minder mensen direct aan een man zullen denken, als ze het woord voorzitter zonder verdere context lezen of horen. Bovendien kan je stellen dat het meestal geen enkele toegevoegde waarde heeft om het geslacht mee te delen van de persoon die de vergadering leidt. 

Toch is het relatief naïef om te denken dat je sociale ongelijkheid kan oplossen door (te trachten) aan de taal te sleutelen. Dat geldt natuurlijk voor beide standpunten in deze discussie. Uiteindelijk is het gebruik vaak de ultieme maatstaaf. Zowel voorzitter (als generische vorm) als voorzitter (voor mannen) + voorzitster(voor vrouwen) komen vaak voor. Ik hoop dat ik enkele argumenten voor en tegen heb kunnen schetsen, en u voor uzelf kan uitmaken welke vormen u verkiest. 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen