Zijn er ideologieën die zichzelf in vraag stellen en openstaan voor kritiek?

Claude, 36 jaar
17 november 2009

Worstel met de vraag of 'goedheid' een eigenschap is van de mens kwam ik tot volgende tekst :

Een mens creëert zijn eigen wereldbeeld door zintuiglijke observatie die geïnterpreteerd wordt met behulp van zijn geheugen. Het handelen van de mens wordt bepaald door zijn drang naar zelfbehoud in een wereld met toekomstperspectief. Een mens heeft vrijheid in de keuze tot handelen, maar deze wordt beperkt door de waarde die hij zichzelf en zijn omgeving heeft toebedeeld in zijn eigen wereldbeeld. Door de creatie van een wereldbeeld treedt er een opdeling in het denken op, voor of tegen.

Waardebepalingen worden gecreëerd en gemodelleerd door het eigen wereldbeeld en de drang naar zelfbehoud. Universeel goed of kwaad bestaan niet maar zijn normen die zich verhouden tot het eigen wereldbeeld.

In zijn drang naar zelfbehoud, deelt de mens zichzelf op bij groepen die zijn wereldbeeld delen. Het kost moeite om keuzes te maken die buiten het gangbare patroon van de groep liggen, aangezien deze door de groep beschouwd worden als minderwaardig en mogelijk confronterend of vijandig voor het gangbare wereldbeeld. In hun keuze voor de minste weerstand laten velen zich opsluiten in een wereldbeeld van anderen waardoor zij hun eigen mogelijkheden en vrijheid beknotten. Zo lang dit wereldbeeld van anderen enig toekomstperspectief biedt is het voor velen een veilige haven en is er weinig stimulans om dit wereldbeeld in twijfel te trekken.

De groep stelt zich afstotend of vijandig op ten opzichte van zij die afwijken van de groepsnorm omdat het toekomstperspectief (en de bestaansreden van de groep) wordt aangetast. De machtshebbers binnen een groep hebben daarbovenop hun eigen drang tot zelfbehoud die verandering wil voorkomen.

Wereldbeelden die van elkaar verschillen zijn, kunnen in confrontatie met elkaar zijn of de confrontatie uit de weg gaan. Aangezien er grote (geografische, klimatologische, demografische) verschillen zijn op de wereld, zijn er diverse gangbare wereldbeelden en is er confrontatie. De drang tot zelfbehoud gecombineerd met het huidige aantal mensen en de gelimiteerde woonplaatsen op aarde zetten aan tot oorlog.

Door het eigen wereldbeeld in twijfel te trekken kan een nieuw wereldbeeld ontstaan dat (op termijn) onderdak kan bieden aan een grotere groep. Dit kan door samensmelting van wereldbeelden of door het verdwijnen van een wereldbeeld. Aangezien waardebepalingen worden gecreëerd en gemodelleerd door het eigen wereldbeeld en de drang naar zelfbehoud moeten hierbij waarden worden bijgestuurd, zullen er nieuwe waarden ontstaan en zullen oude waarden wegvallen. De mens zal zelf de keuze voor huidige en nieuwe waarden maken. Het nieuw wereldbeeld mag geen eindpunt zijn.

Het eigen wereldbeeld in twijfel te trekken is sleutelen aan de inherente opdeling die ontstaan is bij de creatie van het wereldbeeld. Van bij de opvoeding zou iedere mens er moeten van doordrongen worden dat hij/zij vrij is in zijn/haar keuzes tot handelen en dat hij/zij zich niet mag laten opsluiten in een wereldbeeld van anderen. De vrijheid van de mens is ons hoogste goed dat we moeten beschermen door onze eigen keuzes en die we moeten stimuleren door de mensen kenbaar te maken dat die keuzes ook hun keuzes zijn.

Antwoord

Best is ook de bron van de geciteerde tekst mee te geven. Zo kan men ook nagaan in welke context dergelijke dingen gezegd of geschreven worden.

Om je eigenlijke vraag te beantwoorden: een ideologie is bijna per definitief een 'ware' visie op de werkelijkheid die zich per definitie niet in vraag stelt. Tenzij als een soort catechismus via een soort rethorische vragen wat opwerpingen maakt, maar waarvan het antwoord bij voorbaat al gekend is. Vragen zonder antwoord zal je niet vinden. Kritiek is enkel welkom in zoverre er antwoorden kunnen op komen om het eigen gelijk te bevestigen.

Tegenover ideologie staat filosofie en wetenschap die per definitie open moeten staan voor vragen en kritiek, anders verworden ze tot ideologie.

Reacties op dit antwoord

  • 17/11/2009 - Claude (vraagsteller)

    De tekst heb ik zelf geschreven. In de tekst probeer ik mijn levensbeschouwing te beschrijven. Ik denk dat ik me inderdaad wat meer moet verdiepen in moraalfilosofie. Het jargon heb ik niet volledig onder de knie vandaar ook dat mijn vraag eigenlijk een tegenstelling bevat. Het is eigenlijk ook een kritiek aan de politiek of de maatschappij die, al dan niet bewust, vanuit ideologische standpunten, stellingname maakt (en moeilijk over de ideologische grenzen kan kijken). Hetgeen volgens mij het grondig debat uit de weg gaat en constructieve oplossingen onmogelijk maakt. Ik vraag me eigenlijk af of de denkers die een ideologie vorm hebben gegeven, eigenlijk wel het maken van een ideologie tot doel hebben gesteld. Volgens mijn aanvoelen mag de wetenschapper of filosoof er nooit van uitgaan dat zijn visie een 'ware' visie is, als absoluut afgewerkt produkt. Ik vind ook dat het onderwijs te weinig het (kritisch) denken stimuleert. maar ook hier is dat een vaststelling die ik voor mezelf maak. Dank u voor uw antwoord en uw tijd, voor de volledigheid geef ik u hierna de tekst die ik ondertussen nog wat heb bijgewerkt, hij gaat nu als volgt : Over positief kritisch en toekomstgericht denken De ideologische grenzen moeten gesloopt worden Een mens creëert zijn eigen wereldbeeld door zintuiglijke observatie die geïnterpreteerd wordt met behulp van zijn geheugen. Het handelen van de mens wordt bepaald door zijn drang naar zelfbehoud in een wereld met toekomstperspectief. Een mens heeft vrijheid in de keuze tot handelen, maar deze wordt beperkt door de waarden die hij zichzelf en zijn omgeving heeft toebedeeld in zijn eigen wereldbeeld. Door de creatie van een wereldbeeld treedt er een opdeling in het denken op, voor of tegen. Waardebepalingen worden gecreëerd en gemodelleerd door het eigen wereldbeeld en de drang naar zelfbehoud. Universeel goed of kwaad bestaan niet, maar zijn normen die zich verhouden tot het eigen wereldbeeld. (Door de complexiteit van het leven creëert een mens mogelijk verschillende wereldbeelden vanuit zijn eigen opvattingen over seksualiteit, spiritualiteit, genot, economie, politiek, … (met mogelijke innerlijke conflicten)) In zijn drang naar zelfbehoud, deelt de mens zichzelf op bij groepen die zijn wereldbeeld delen, dit kan ofwel een bewuste individuele keuze zijn of een gevolg van zijn omgeving. Het kost moeite om keuzes (zowel positieve als negatieve) te maken die buiten het gangbare patroon van de groep liggen, aangezien deze door de groep beschouwd worden als minderwaardig en mogelijk confronterend of vijandig voor het gangbare wereldbeeld. De groep stelt zich afstotend of vijandig op ten opzichte van zij die afwijken van de groepsnorm omdat het toekomstperspectief of de bestaansreden(en) van de groep worden aangetast. De machtshebbers binnen een groep hebben daarbovenop hun eigen drang tot zelfbehoud die verandering wil voorkomen. Zij kunnen ook terechtkomen in een eigen wereldbeeld dat afwijkend is ten opzichte van hun achterban; hetgeen hun keuzes uiteraard beïnvloed. Indien het zelfbehoud van de mens niet in het gedrang komt, wordt hem de keuze om niet bij te dragen tot het algemeen belang, gemakkelijker gemaakt. Dit niet bijdragen tot het algemeen belang van de groep, stelt een moeilijke vraag : hoe kan iemand tot een groep (blijven) behoren zonder tot het algemeen belang van de groep bij te dragen? Hoewel deze negatieve keuze het voortbestaan van de groep aantast, wordt ze mogelijk gedoogd, omwille van de waarden die de groep zichzelf heeft toebedeeld. Het niet bijdragen hoeft trouwens niet het resultaat te zijn van een keuze; een mens kan fysiek of mentaal niet in staat zijn een bijdrage te leveren, of onvoldoende opgeleid, de taal niet machtig, enz. De normen en waarden die met de groep en het wereldbeeld verbonden zijn, komen onder druk te staan of vervagen wanneer de drang tot zelfbehoud en het toekomstperspectief worden aangetast. Bijgevolg is het noodzakelijk dat een zekere algemene welvaart en toekomstperspectief voor iedere mens worden mogelijk gemaakt. De mens is heel innovatief. Innovatie verbreedt het toekomstperspectief, en er is profijt (op welke manier dan ook) aan gekoppeld. Daartegenover staat dat hij een slechte toekomstvoorspeller is. Aan de innovatie is meestal persoonlijk profijt op korte termijn gekoppeld, maar aan de gevolgen op langere termijn is niet of onvoldoende uitgebreid nagedacht. Deze drang tot innovatie (vanuit profijt) gekoppeld aan het slecht inschatten van de gevolgen op lange termijn, zorgen mogelijk voor problemen voor het algemeen belang. Op het moment dat de problemen zich stellen, zijn ze mogelijk al zo versmolten met het wereldbeeld dat ze niet zonder slag of stoot zijn op te lossen. Wereldbeelden die van elkaar verschillen, kunnen in confrontatie met elkaar zijn of de confrontatie uit de weg gaan. Aangezien er grote (geografische, klimatologische, demografische) verschillen zijn op de wereld, zijn er diverse gangbare wereldbeelden en is er confrontatie. De drang tot zelfbehoud gecombineerd met het huidige aantal mensen en de gelimiteerde woonplaatsen op aarde zetten aan tot conflicten en oorlog. Door het eigen wereldbeeld in twijfel te trekken kan een nieuw wereldbeeld ontstaan dat (op termijn) onderdak kan bieden aan een grotere groep. Dit kan door samensmelting van wereldbeelden of door het verdwijnen van een wereldbeeld. Aangezien waardebepalingen worden gecreëerd en gemodelleerd door het eigen wereldbeeld en de drang naar zelfbehoud moeten hierbij waarden worden bijgestuurd, zullen er nieuwe waarden ontstaan en zullen oude waarden wegvallen of net aan kracht winnen. De mens zal zelf de keuze voor huidige en nieuwe waarden blijven maken. Dit is een gangbaar proces en zolang er mensen zijn, zullen er zich nieuwe wereldbeelden ontwikkelen. Het eigen (huidige) wereldbeeld in twijfel te trekken is sleutelen aan de inherente opdeling die ontstaan is bij de creatie van het wereldbeeld. Van bij de opvoeding zou iedere mens er moeten van doordrongen worden dat hij/zij vrij is in zijn/haar keuzes tot handelen en dat hij/zij zich niet mag laten opsluiten in een wereldbeeld van anderen. Het daaraan gekoppeld positief kritisch en toekomstgericht denken, moet de mens, en zijn plaats in de natuur, opnieuw centraal stellen. Daarom moeten de grenzen van de ideologieën doorbroken worden. De vrijheid van de mens en van onze medemens is ons hoogste goed dat we moeten beschermen door onze eigen keuzes, en die we moeten stimuleren door alle mensen kenbaar te maken dat die keuzes ook hun keuzes zijn. De kracht van het positief kritisch en toekomstgericht denken moet de bron vormen voor een denken die zich losmaakt van ideologische opdelingen; afgezien van een leefbare toekomst voor de mensheid, mag het geen andere einddoelen voor ogen hebben. Hierbij mag de mens niet de fout maken om te streven naar één gemeenschappelijk wereldbeeld voor de mensheid. Dit is onbereikbaar maar bovendien onwenselijk. Het is onbereikbaar aangezien het handelen van de mens wordt bepaald door zijn drang naar zelfbehoud en er steeds een spanningsveld bestaat tussen het individueel en collectief belang. Het is onwenselijk aangezien in die uniformiteit, de dictatuur van de gelijkheid en de aantasting van de vrijheid van de mens schuilt. Aangezien er steeds een spanningsveld zal bestaan tussen individueel en collectief belang, zullen er tussen mensen steeds conflicten blijven bestaan. Toch moeten we blijven werken aan een leefbare toekomst voor de mensheid, anders hebben we geen bestaansreden meer (noch bestaansrecht). In deze leefbare toekomst moet het individueel belang (en bezit) blijven bestaan. Het individu moet gestimuleerd blijven anders gaat ook het collectief ten onder. Het positief kritisch en toekomstgericht denken moet gevolgd worden door handelen. Of dit utopisch of bereikbaar is, hangt af van de volgende vragen : - of de mens zijn individuele drang tot zelfbehoud ondergeschikt kan maken aan een collectief belang (en de ideologische grenzen wil slopen) - of de mens aan het collectief belang een eigen bijdrage wil leveren en hoe ze omgaat met zij die niet bijdragen - of de mens bereid is eerder gemaakte keuzes die negatief blijken voor een wereld met toekomstperspectief voor de mensheid, te herzien of ongedaan te maken - of de mens voldoende de negatieve gevolgen kan tegengaan van eerder gemaakte keuzes die nefast blijken voor een wereld met toekomstperspectief voor de mensheid. Niet gemakkelijk en misschien boven menselijk, maar misschien kunnen we proberen onze kinderen zo op te voeden dat ze positief kritisch en toekomstgericht kunnen denken. Groeten Claude Nijs

  • 19/11/2009 -  (wetenschapper)

    Een filosoof zou (in principe) toch moeten proberen een zo goed mogelijk antwoord te formuleren op een gesteld (filosofisch) probleem. En de ene filosoof slaagt daar al wat beter in de andere. Althans dat blijkt uit het feit dat filosofen nog steeds in 'gesprek' zijn met filosofen van vroeger omdat deze een (voorlopig) beste antwoord hebben gegeven. Een ideoloog staat in dienst van een (politieke) partij of belang en verdediigt dan ook alleen maar dat belang. Zoekt enkel antwoorden en argumenten die zijn stelling dient. Een filosoof gaat ini op alle vragen, kritieken en argumenten.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2018
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen