relativiteitstheorie

Bruno, 66 jaar
3 juni 2009

Net als bij de lengteverkorting is de tijdsdilatatie wederkerig. Als het enkel om metingen gaat begrijp ik de zaak, doch als de tijd effectief anders verloopt alnaargelang de snelheid van het ene inertiaal stelsel tov het andere begrijp ik het niet meer. Ik verklaar me nader. Als de lengte van een voorwerp tgv zijn snelheid door een "vaste" waarnemer bvb gemeten wordt als de helft van de lengte gemeten door een waarnemer die zich met het voorwerp beweegt, dan zal de vaste waarnemer ook de helft van de tijd meten tussen begin en eindpunt.
Het paradox van de tweeling doet vermoeden dat de tijd niet enkel "metingsgewijs" vertraagt, maar ook effectief. Als dat zo is kan er dan reciprociteit in de metingen bestaan?
Stel dat stelsel S' zich met een dermate snelheid beweegt tov stelsel S dat 1 sec in S' door S gemeten wordt als een halve sec en dus vice versa. Als de tijd in S' effectief half zo traag zou verlopen als in S zou dat betekenen dat de meting die S' uitvoert mbt de tijd in S slechts een kwart zou zijn van de effectieve tijd in S. Of vergis ik mij? (wellicht wel, maar ik zie het niet)

Met dank bij voorbaat

Antwoord

Tijdsdilatatie en lengtecontractie zijn symmetrische en reële fenomenen. Twee waarnemers die ten opzichte van elkaar bewegen zien de tijd van de andere dus allebei vertragen!

Voor het tweelingenparadox is het een ander probleem: een van de twee moet immers terugkeren en dus vertragen en versnellen. Daardoor is er geen symmetrie meer tussen de twee waarnemers en zitten ze met een leeftijdsverschil als ze terug samenkomen.

 

Reacties op dit antwoord

  • 06/06/2009 - Bruno (vraagsteller)

    Geachte professor, eerst en vooral hartelijk dank voor uw antwoord. 1) Ik ga er nav uw antwoord van uit dat de lengteverkorting, tijdsvertraging en massavergroting enkel en alleen metingen betreffen van fysische grootheden in een stelsel S' dat zich eenparig en rechtlijnig voortbeweegt tov een stelsel S waarin de waarnemer die de metingen uitvoert zich bevindt. Als deze metingen reciprook zijn betekent dit m.i. echter ook dat de effectieve tijd (voor waarnemer W' in S' en voor waarnemer W in S) in beide stelsels dezelfde is en dus eigenlijk universeel (niet voor de algemene theorie maar wel voor wat de "beperkte" theorie betreft als een speciaal geval van de algemene). Klopt dit? 2) De tijd is niet meer universeel als men de resultaten beschouwt van de algemene theorie vertrekkende van de hypothese dat zware en trage massa identiek zijn. Dit laatste leidt, zoals U stelt, tot het tweeling paradox dat dus niets te maken heeft met het relativiteitsprincipe dat in om het even welk Galileïsch stelsel de natuurprocessen volgens dezelfde algemene natuurwetten moeten verlopen. Klopt dit? 3) In résumé komt voorgaande neer op het feit dat de tijd functie is van de zwaartekracht of versnelling cq vertraging van het object (vandaar dat de tijd onbestaand zou zijn in een zwart gat en dezelfde is voor alle inertiële stelsels die zich eenparig en rechtlijnig tov elkaar bewegen) en dus uiteraard niet universeel. Klopt het als ik stel dat de tijd op de zon of Jupiter trager verloopt dan op aarde en sneller in het ISS bij Frank de Winne? PS 1) Zoals U kan merken heb ik niet zozeer problemen met de wiskunde (toch zeker niet met deze van de speciale theorie), maar wel met de interpretatie ervan. 2) Als in een zwart gat de tijd niet bestaat, evenmin als vóór de oerknal, in welke mate zou het verantwoord zijn te onderstellen dat het een gigantisch zwart gat is dat ontploft is op het moment van de "big bang"? (volgens Hawkings zouden zwarte gaten effectief kunnen ontploffen) Van tevoren van harte dank om uw licht over mijn duisternis te laten schijnen. Vriendelijke groeten Deboeure

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door EOS vzw