Waarom staat de Engelse taal te boek als Gemaanse taal terwijl het leeuwendeel uit het Frans bestaat aangevuld meet leenwoorden uit vele andere talen.
Beste Jos,
Enerzijds kan je soms wel discussiëren over de zin van rigide indelingen van talen in taalfamilies, al is er anderzijds wel veel voor te zeggen dat het Engels toch nog altijd meer op de Germaanse talen lijkt dan op de Romaanse.
Wat het laatste punt betreft, het klopt dat een aanzienlijk deel van de Engelse woordenschat van Romaanse origine is en dan voornamelijk ontleend aan het Frans. Daar staat tegenover dat het Engels zijn oorspronkelijke Germaanse woordenschat grotendeels heeft bewaard en dat die Germaanse woorden bovendien ook de meest courante woorden zijn. De top 50 van frequentste woorden in het Engels bevat geen enkel woord van Romaanse origine. Het gaat dan om veel gebruikte woorden als the, of, and, a, in, to, it, is, was, I, for, that, you, he, be, with, on, by, enz. In de hele top 100 is het enige woord van Romaanse origine very (< Fr. vrai). Als je woordenschat buiten beschouwing laat en kijkt naar de grammatica van het Engels, dan zie je dat op grammaticaal vlak het Engels maar weinig merkbare invloed van het Frans heeft ondergaan en daarentegen wel goed op de Germaanse talen lijkt. Bijvoorbeeld, adjectieven staan voor het naamwoord (bv. a happy mariage, niet *a mariage happy zoals in het Frans un mariage heureux), naamwoorden hebben een genitief (bv. the postman's bike), het Engels maakt vrij vlot samenstellingen (bv. bath towel, goat cheese , i.t.t. het Frans dat bij voorkeur een omschrijving gebruikt: serviette de bain, fromage de chêvre), er zijn maar twee niet-samengestelde werkwoordstijden, nl. heden en verleden (i.t.t. het Frans dat o.a. ook een niet-samengestelde toekomstige tijd heeft), enz. Al bij al staat het Engels dus zeker dichter bij de Germaanse talen.
Wat het Engels wel aantoont is dat een taal diepgaande invloed van andere talen kan ondergaan en dat dit de historische familierelaties kan doorkruisen. Traditioneel worden talen ingedeeld volgens hun taalfamilie. Die indeling geeft aan dat talen afstammen van een gemeenschappelijke voorouder. Naarmate die voorouder minder ver in het verleden ligt zijn talen nauwer aan elkaar verwant. De onderliggende gedachte is dat volkeren zich verspreiden en dat wanneer direct contact tussen verwante volkeren wegvalt of afneemt ook hun taal geleidelijk aan gaat verschillen. Hoe groter de verschillen, hoe verder in het verleden de afsplitsing. Dit is echter een idealisering van wat werkelijk gebeurt. Volkeren verspreiden zich immers niet in een voor het overige lege ruimte, maar komen ook met nieuwe volkeren in contact of kunnen elkaar na verloop van tijd opnieuw tegen het lijf lopen, wat voor onderlinge beïnvloeding zorgt. Waar het stamboommodel talen indeelt volgens historisch gemotiveerde families, kan je daarom talen ook indelen naar de regio waarin ze gesproken worden en de invloed van aangrenzende talen ondergaan. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de talen die in Europa gesproken worden een aantal kenmerken gemeen hebben, ongeacht of ze historisch gezien tot de Indo-Europese taalfamilie behoren. Zo'n trans-Europees kenmerk is het gebruik van lidwoorden, dat in de rest van de wereld heel zeldzaam is, maar in bijna alle Europese talen voorkomt, inclusief talen als het Baskisch die geen voorouder delen met andere Europese talen. Of, om op het Frans en het Engels terug te komen: in plaats van meer en meer van elkaar te gaan verschillen sinds hun afsplitsing van een gemeenschappelijke voorouder zijn het Frans en het Engels, door een intensifiëring van het contact tussen beide talen in de Middeleeuwen, opnieuw meer op elkaar gaan lijken.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.