.
Beste Anouk,
De bloedgroep wordt bepaald door 2 genen die je erft van je ouders (van elke ouder eentje). Er zijn 3 mogelijke genen (A, B en O) die in verschillende combinaties kunnen voorkomen.
Bloedgroep O betekent dat je eigenlijk OO bent, dus dat je 2 O-genen hebt. Iemand met bloedgroep AB heeft een A-gen en een B-gen. Iemand die bloedgroep A heeft, kan ofwel AO ofwel AA hebben als gensamenstelling, en iemand met bloedgroep B kan BO of BB hebben. Elke ouder geeft 1 gen door aan zijn kind, en de combinatie van de 2 oudergenen geeft de bloedgroep van het kind.
In het voorbeeld dat jij geeft, zal de vader het gen A of B doorgeven, en de moeder het gen O. Dit betekent dat de kinderen ofwel AO ofwel BO zullen zijn, dus de bloedgroep A of B zullen hebben. Een bloedgroep O is niet mogelijk.
De + staat voor de rhesusfactor, die los van de ABO-bloedgroep wordt overgeërfd. Van een rhesusfactor zegt men enkel of men hem heeft (+) of niet heeft (-). Met 2 ouders die rhesusfactor + zijn, is het perfect mogelijk dat ook hun kind + is.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.