Antwoord
Beste Wesley
In het Nederlands zet je een komma tussen twee werkwoorden als die werkwoorden niet bij elkaar horen. Ik leg het uit met een voorbeeld:
- De leerling had zwaar gestraft moeten worden.
- De leerling die zijn leraar uitschold, werd door de directeur zwaar gestraft.
In de eerste zin heb je drie werkwoorden bij elkaar aan het einde van de zin, en samen vormen ze een werkwoordgroep, met
gestraft als hoofdwerkwoord,
moeten als modaal hulpwerkwoord en
worden als hulpwerkwoord voor het passief. Je hebt al die werkwoorden nodig, samen met de persoonsvorm
had, om de boodschap te verstaan.
In de tweede zin kan je echter twee delen onderscheiden: aan de ene kant de hoofdzin (
De leerling werd zwaar gestraft door de directeur) en aan de andere kant een bijzin (
die zijn leraar uitschold). In bijzinnen komt het werkwoord in het Nederlands achteraan. Als zo'n betrekkelijke bijzin aan het einde staat van het zinsdeel dat het onderwerp van de hoofdzin vormt (in dit geval:
De leerling die zijn leraar uitschold), dan grenst het werkwoord of de werkwoordgroep van de bijzin aan de persoonsvorm van de hoofdzin. Dat kan voor verwarring zorgen bij het lezen, en daarom scheiden we die twee werkwoorden of werkwoordgroepen van elkaar met een komma.
Vriendelijke groet
Lieven Buysse
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.