Men kan reeds mannelijke zaadcellen invriezen voor 'de eeuwigheid'. Ik neem aan dat dit te maken heeft met het 'stoppen van het metabolisme'. Waarom is dit niet uit te breiden naar meercelligen? In theorie moet het toch lukken om ook een complexer organisme, dat uit meerdere cellen bestaat, in te vriezen en later het metabolisme weer te herstarten.. Zijn hiermee al proeven gebeurd? Ik denk bijvoorbeeld aan het invriezen van eencelligen, organismen bestaande uit een beperkt aantal cellen,...??
Beste Tomas,
Ik kan op jouw vraag antwoorden voor zover het planten betreft. Door het invriezen voor bewaring wordt het metabolisme inderdaad gestopt. Belangrijk is dat er eerst een voorbehandeling gebeurt. Invriezen is bij mijn weten nog niet mogelijk met volledige planten, wel met delen van planten.
Men kan bijvoorbeeld zeer gemakkelijk stuifmeel voor tientallen jaren bewaren. Men moet dit dan eerst goed indrogen en dan kan dit gewoon in de diepvries (soms tot -80 °C) bewaren. Later kan dit stuifmeel terug gebruikt worden om bloemen te bestuiven en bevruchten.
Het is ook mogelijk stekken van houtachtige gewassen zeer lang te bewaren. Deze stekken moeten eerst sterk uitgedroogd worden, waarna ze in containertjes in een tank met vloeibare stikstof kunnen bewaard worden (ook tientallen jaren). Nadien kunnen uit dergelijke stekken terug nieuwe planten gemaakt worden.
Meer recent is het ook mogelijk celculturen en meristemen via cryopreservatie te bewaren. Dit is een techniek, waarbij de plantendelen of celculturen eerst beperkt uitgedroogd en voorbehandeld worden met een cryoprotectans. Dit is en stof die planten weerstandig maakt tegen invriezen. Na zulke behandeling kunnen de culturen/meristemen stapsgewijze ingevroren worden. Na bewaring in vloeibare stikstof moet dan weer een zeer complexe ontdooiïngsprocedure gevolgd worden.
Cryopreservatie lukt (voorlopig) niet bij alle gewassen, maar het onderzoek maakt op korte tijd veel vooruitgang.
Met vriendelijke groet,
Wannes Keulemans
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.