We hebben in het Nederlands geen eigen woord voor WC, buiten 'toilet' maar dit komt volgens mij uit het Frans. Weet u misschien ook hoe het komt dat wij in het Nederlands er geen woord voor hebben?
Beste Annelies
Van Dale helpt ons bij je vragen al een flink eind op weg. Het woord wc is de afkorting van watercloset. Dat het Nederlands niet over een woord beschikt om te verwijzen naar een wc of toilet - dat laatste woord is inderdaad ontleend aan het Franse toilette, dat op zijn beurt een verkleinwoord is van toile, wat linnen betekent - durf ik in twijfel trekken.
Wat doe je dan immers met woorden als 't husken, het gemak, de pot, en vul zelf maar aan? Dat die Nederlandse termen ter verwijzing naar het toilet iets volkser of zelfs vulgair klinken, heeft alles te maken met het feit dat het Frans hier lange tijd de taal van de hogere klasse geweest is. 't Husken, het gemak, etc. werden enkel in de lagere klasses gebruikt.
WC en toilet, hoewel ze verwezen naar exact dezelfde referent als 't husken en het gemak, klonken chiquer, en wie ze gebruikte, zocht daarmee aansluiting bij de hogere sociale klasse. WC en toilet worden mijns inziens vandaag nog steeds beschouwd als chiquere, of alleszins neutralere termen. En dat is dus historisch zo gegroeid.
Vriendelijke groet
Nele
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Nederlandse taalkunde.