Hoe planten heremietkreeften van de Noordzee zich voort met zo’n schelp op hun rug?
Ze moeten het heel snel doen! Eerst is er een soort “minnespel” waarbij het mannetje het vrouwtje aanraakt of vastgrijpt. En dan moet het snel gaan: beide kreeftjes kruipen gauw uit hun schelp (slakkenhuis) en drukken hun naakte achterlijf tegen elkaar. Het mannetje geeft dan pakketjes met zaadcellen door aan het vrouwtje die er haar eitjes mee bevrucht en beiden kruipen ondertussen terug in hun huisje.
Het vrouwtje houdt de bevruchte eitjes vast in haar slakkenhuisje tot de larfjes uitkomen en zich in het drijvend plankton gaan verspreiden. Wanneer de larfjes wat gegroeid zijn, zakken ze op de zeebodem en ondergaan een metamorfose van symmetrisch naar asymmetrisch kreeftje. Dan moeten ze op zoek naar een minihuisje, zoals een klein alikruikje. In hun volgende groei moeten ze regelmatig verhuizen naar grotere behuizingen. Uiteindelijk is voor de gewone heremietkreeft in onze Noordzee het slakkenhuis van de wulk, een soort zeeslak, de ideale woonst. Helaas doet de wulk het niet meer zo goed (ondermeer door het gebruik vroeger van giftige verf op de romp van boten) waardoor de grotere heremietkreeften het moeilijker hebben om een veilige woonst te vinden. Heremietkreeften komen trouwens regelmatig bijeen om in een soort verhuisketen van huis te wisselen – van groot naar klein!
Een tweede soort, de kleine heremietkreeft, heeft genoeg aan de slakkenhuisjes van alikruiken.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.