De zon schijnt inderdaad zowel op de aarde als in de ruimte, maar het licht van de zon wordt pas waarneembaar als het ergens op kan schijnen. En dat zijn nu net de gasmoleculen in de atmosfeer van de aarde, zoals zuurstof en stikstof, wat wij in- en uitademen. Deze gasmoleculen zijn zo klein dat je ze niet kunt zien, maar ze zijn er wel. De zon schijnt op deze gasmoleculen in onze atmosfeer. En zo wordt het zonlicht verstrooid door deze moleculen. De gasmoleculen weerkaatsen als het ware het zonlicht in alle richtingen. Het verstrooien van het zonlicht in alle richtingen zorgt ervoor dat het hier op onze planeet binnen de atmosfeer licht is. Bovendien zorgt dit ervoor dat de hele atmosfeer belicht wordt.
In de ruimte echter zijn er gasmoleculen. Het is een ijle ruimte, een vacuüm. Het afwezig zijn van gasmoleculen leidt er toe dat het licht van de zon niet verstrooid kan worden en het bijgevolg op de zon na donker is in de ruimte. Trouwens, ’s nachts is het op aarde ook donker, net zoals in de ruimte, maar dat is dan omdat er geen direct zonlicht aanwezig is om door de atmosfeer verstrooid te worden.
Dit antwoord is geformuleerd door Gilles Mertens, student geowetenschappen aan de KU Leuven, in het kader van het vak 'Wetenschapscommunicatie: Geowetenschappen'.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Kosmische evolutie Geowetenschappen Geodynamica Aardbevingsgeologie Aardbevingsarcheologie