Als water bevriest wordt het ijs, maar hoe onstaat sneeuw eigenlijk?
Misschien moeten we ons eerst afvragen wat sneeuw eigenlijk is. Sneeuw is een soort neerslag dat uit samengeklonterde ijskristallen - wat we ook kennen als een sneeuwvlok - bestaat. En een ijskristal is een helder en regelmatig gevormd deeltje van ijs, dat zich vormt in koude lucht die oververzadigd is met waterdamp. Sneeuw kan dan ook enkel ontstaan in wolken. Wolken ontstaan door het opstijgen van vochtige lucht en het afkoelen ervan. De gevormde wolk bevat kleine waterdruppels. Voor de vorming van sneeuw zijn er echter enkele elementen nodig: de kleine waterdruppels, een koude temperatuur én een stofdeeltje waarop het ijs zich kan vormen. Als de wolk koud genoeg is, kan er sneeuw worden gevormd. De waterdruppels worden afgekoeld omdat de temperatuur onder het vriespunt ligt. Elk waterdruppeltje bevriest tot een uniek ijskristal doordat het zich hecht aan een stofdeeltje. Deze kristallen worden steeds groter en plakken aan elkaar vast. Door dit proces ontstaan er sneeuwvlokken. Als de sneeuwvlokken zwaar genoeg worden, vallen ze naar beneden. Als de temperatuur aan het oppervlak onder de 0 graden is, kan de vallende sneeuw zich ophopen. Wanneer de temperatuur boven de 0 graden stijgt, worden de vlokken natter en beginnen ze te smelten.
Dit antwoord is geformuleerd door Merel Van de Voorde, student geowetenschappen aan de KU Leuven, in het kader van het vak 'Wetenschapscommunicatie: Geowetenschappen'.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Kosmische evolutie Geowetenschappen Geodynamica Aardbevingsgeologie Aardbevingsarcheologie